in Raad van State › Nietigverklaring
in vLex België

11356 resultaten voor Raad van State › Nietigverklaring

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 19 november 2019

    De Vlaamse Waterweg wijst er terecht op dat zij er belang bij heeft tussen te komen in onderhavig beroep waarin een RUP wordt bestreden met voorschriften "die een implicatie hebben op de beheermogelijkheden van [het kanaal] en de aanhorigheden". Het komt niet aan de verw.partij toe om in de plaats van de verzoekende partij in tussenkomst te oordelen welk standpunt ten gronde best...

  • Vonnis van Raad van State, 19 november 2019

    De screeningsnota steunt op de vaststelling dat het grafisch plan van het voorontwerp van RUP aan de aan woonpercelen palende randen van het bedrijfsterrein een groenbuffer voorziet. Meer bepaald gaat de screeningsnota er van uit dat er niets wijzigt aan de bestemming van verzoeksters woonperceel en dat dit perceel van het aanpalende braakliggende perceel - bij de herbestemming ervan tot...

  • Vonnis van Raad van State, 7 november 2019

    Uit stukken, gevoegd bij het verzoek om gehoord te worden, blijkt dat de verzoekende partij de memorie van wederantwoord op 12 juli 2019 heeft afgegeven aan de diensten van Bpost. Het feit dat de aangetekende zending door een vertraging bij Bpost pas op 15 juli 2019 in het postsysteem werd ingevoerd waardoor de poststempel op de briefomslag die latere datum vermeldt, doet geen afbreuk aan de...

  • Vonnis van Raad van State, 7 november 2019

    Verzoeker heeft niet tijdig een verzoek tot voortzetting ingediend na ontvangst van het auditoraatsverslag waarin voorgesteld wordt het beroep te verwerpen. Verzoeker voert in het verzoekschrift om gehoord te worden aan dat hij de aangetekende zending houdende de kennisgeving van het auditoraatsverslag niet heeft ontvangen en ook niet op de hoogte werd gebracht van het bestaan ervan. Op basis van

  • Vonnis van Raad van State, 5 november 2019

    De regel van art. 200, § 2, van het gemeentedecreet dat ten hoogste twee derde van de leden van een adviesraad, zoals de Gecoro, van hetzelfde geslacht mag zijn, is van toepassing op de benoeming van de leden. Van die regel moet geen toepassing worden gemaakt om de vraag te beantwoorden of de Gecoro, gelet op de personen die effectief aanwezig waren, rechtsgeldig kon beslissen. Die vraag dient...

  • Vonnis van Raad van State, 29 oktober 2019

    De sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II verplichten de inrichtingen van rubriek 28.3 van de indelingslijst om een luchtbehandelingsinstallatie te gebruiken om ammoniakemissie en hinder te voorkomen. Dit maakt een essentieel onderdeel uit van de vergunningsaanvraag. Te dezen werd een alternatieve methode voor de luchtbehandeling aangevraagd en vergund. In de loop van de procedure in beroep...

  • Vonnis van Raad van State, 24 oktober 2019

    Alleen al uit de vaststelling dat het latere aktenemingsbesluit van het college van burgemeester en schepenen met een afzonderlijk annulatieberoep wordt bestreden en dit besluit derhalve geen definitieve rechtstitel verschaft voor de exploitatie van de betrokken inrichting, volgt dat het voorwerp (een milieuvergunning) van voorliggend annulatieberoep niet teloor is gegaan.

  • Vonnis van Raad van State, 22 oktober 2019

    Op de hoorzitting in graad van administratief beroep was verzoeker door zijn raadsman vertegenwoordigd, die een verweernota voor hem heeft neergelegd. Het enkele feit dat verzoeker niet persoonlijk op de hoorzitting kon aanwezig zijn, maakt geen schending van het hoorrecht of de rechten van verdediging uit. Verzoeker heeft tegen de beslissing tot bevestiging van de administratieve geldboete...

  • Vonnis van Raad van State, 22 oktober 2019

    Een "planologische regularisatie" middels een gemeentelijk RUP is niet a priori onwettig, op voorwaarde dat een deugdelijke ruimtelijke afweging overeenkomstig art. 1.1.4 VCRO aan het plan ten grondslag ligt. De verzoekende partijen tonen in hun verzoekschrift niet aan dat dit laatste te dezen niet het geval zou zijn.

  • Vonnis van Raad van State, 15 oktober 2019

    Bij gebrek aan een tijdig ingestelde memorie van wederantwoord vervalt op grond van art. 21, tweede lid RvS-wet, verzoekers belang. Er is hem, in het kader van de elektronische procedure, daarop geattendeerd middels een e-mailbericht. Verzoeker stelt de verplichting tot het indienen van een memorie van wederantwoord over het hoofd te hebben gezien omdat het e-mailbericht niet het uitzicht had van

  • Vonnis van Raad van State, 15 oktober 2019

    De oprichting van de waterzuiveringsinfrastructuur wordt mogelijk gemaakt door een gemeentelijk RUP. Het beroep tot nietigverklaring door de verzoekende partijen werd door de RvS verworpen. De rechtsvoorgangers van de verzoekende partijen hebben tegen dat RUP tijdens het openbaar onderzoek een bezwaar ingediend, zodat zij wel degelijk de mogelijkheid hebben gehad hun bezwaren en opmerkingen te...

  • Vonnis van Raad van State, 8 oktober 2019

    Uit art. 7, § 1, van het hersteldecreet van 25 april 2014 volgt dat de in art. 2.2.7, § 7, VCRO voorziene vervaltermijn van 180 dagen pas begint te lopen de dag na de goedkeuring door de dienst Mer van het ongewijzigde plan-MER. Art. 6, § 2, 4°, van het decreet van 25 april 2014 verbindt aan de goedkeuringstermijn van vijfendertig dagen geen sanctie; het betreft een termijn van orde. Te dezen...

  • Vonnis van Raad van State, 3 oktober 2019

    De bestreden milieuvergunning op proef is opgegaan in de verleende definitieve vergunning. Alle partijen zijn het erover eens dat het beroep geen voorwerp meer heeft. Een rechtsplegingsvergoeding is een tegemoetkoming in de kosten van de advocaat van de "in het gelijk gestelde partij". Noch de verzoeker, noch de verwerende partij is als een dergelijke "in het gelijk gestelde partij&

  • Vonnis van Raad van State, 3 oktober 2019

    Uit de bestreden beslissing kan worden afgeleid dat voor het gebied, aangeduid als signaalgebied, een vervolgtraject werd goedgekeurd. Gelet op het ontbreken van een RUP, zoals vermeld in de bestreden beslissing, en de discretionaire beoordelingsbevoegdheid bij de uitvoering van een watertoets in het kader van een vergunningsaanvraag, besluit de RvS dat de huidige bestreden beslissing geen...

  • Vonnis van Raad van State, 2 oktober 2019

    Het al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst is een element dat in acht moet worden genomen door de Raad van State met het oog op het beoordelen van zijn rechtsmacht.

  • Vonnis van Raad van State, 2 oktober 2019

    Het blijkt dat de verwerende partij heeft beslist het dossier voor advies over te maken aan de 'commissie erkenning bijzondere nuttige ervaring' en dat er nog geen definitieve beslissing over de aanvraag tot valorisatie van voorgaande diensten werd genomen. Een principiële maar voorlopige beslissing in afwachting van een eindbeslissing is geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling. Het beroep

  • Vonnis van Raad van State, 2 oktober 2019

    Verzoekster is bij arbeidsovereenkomst tewerkgesteld bij de verwerende partij. Bij de BB van de politieraad van de verwerende partij wordt geweigerd om verzoeksters beroepservaring in de privésector in aanmerking te nemen voor de berekening van haar geldelijke anciënniteit. Het geschil kadert aldus in de rechten en verplichtingen die uit die arbeidsovereenkomst voortvloeien en heeft met andere...

  • Vonnis van Raad van State, 2 oktober 2019

    Er mag worden aangenomen dat een tuchtoverheid de afdoende kennisneming van de feiten niet nodeloos mag uitstellen en dat de zorgvuldigheidsplicht gebiedt dat de tuchtoverheid informatie inwint wanneer zij aanwijzingen heeft van mogelijke tuchtfeiten. Is zulks niet het geval, dan kan niet worden verwacht van een tuchtoverheid dat zij alle gevaarzettingen of mogelijks tuchtrechtelijk strafbaar...

  • Vonnis van Raad van State, 27 september 2019

    De verwerende partij overtuigt er niet van dat zij het advies van de gemeenteraad van de verzoekende partij van 31 mei 2016, luidens hetwelk "elk draagvlak voor het PRUP ontbreekt\

  • Vonnis van Raad van State, 26 september 2019

    De woonpercelen van verzoekers palen aan het plangebied van het bestreden RUP, dat onder meer de inplanting van appartementsgebouwen en het rooien van bomen in het parkgebied van het gewestplan mogelijk maakt. Zij hebben gelet op de potentiële impact op hun leefomgeving belang bij het onderhavige beroep.

  • Vonnis van Raad van State, 24 september 2019

    Luidens art. 1 van de wet van 26 juli 1962 kan de onteigening slechts geschieden "[w]anneer de Koning vaststelt dat de onmiddellijke inbezitneming van een of meer onroerende goederen ten algemenen nutte onontbeerlijk is". Het komt de RvS niet toe om zich in de plaats van de overheid uit te spreken over welke maatregel opportuun is om de gestelde problematiek te verhelpen. Als...

  • Vonnis van Raad van State, 13 september 2019

    Met de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP beslist de gemeenteraad dat enkel voor verzoeksters perceel een bijkomende woongelegenheid mogelijk is. Blijkens de toelichtingsnota is de schrapping van deze bebouwingsmogelijkheid rechtstreeks en uitsluitend gesteund op de daaropvolgende schorsingsbeslissing van de deputatie. Gezien de ligging van verzoeksters perceel in het...

  • Vonnis van Raad van State, 10 september 2019

    De vraag om een annulatieberoep met toepassing van de kortedebattenprocedure te verwerpen bij gebrek aan voorwerp is slechts mogelijk wanneer het teloorgaan van het voorwerp dermate evident is dat geen doorgedreven onderzoek noodzakelijk is. Te dezen is dit niet het geval. De beslissing van de omgevingsinspectie houdende het opleggen van een bestuurlijke maatregel is ingevolge de devolutieve...

  • Vonnis van Raad van State, 27 augustus 2019

    De formelemotiveringsplicht houdt niet in dat in de BB wordt aangegeven met welke referentiepopulatie verzoeker wordt vergeleken.

  • Vonnis van Raad van State, 27 augustus 2019

    De schending van artikel 62 van de vreemdelingenwet kan niet dienstig worden aangevoerd tegen de BB, die met toepassing van de voogdijwet en dus niet van de vreemdelingenwet is genomen. Verzoeker licht niet toe op welke wijze "de appreciatiebevoegdheid" met de BB zou zijn geschonden. Het middel is in die mate niet-ontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, 2 augustus 2019

    Als wettigheidsrechter is de RvS op grond van art. 14, § 1, van de RvS-wet enkel bevoegd om, binnen de grenzen van het hem ontvankelijk voorgelegde geschil, een onwettig gebleken administratieve rechtshandeling nietig te verklaren. Hij is dan geen rechter die in hoger beroep kennis neemt van de betwisting die een verzoekende partij heeft met het bestuur en die een eigen beslissing in de plaats...

  • Vonnis van Raad van State, 22 juli 2019

    Verzoekers vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen is verworpen. Verzoeker heeft na de kennisgeving van dit arrest geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In zijn verzoek om te worden gehoord en ter terechtzitting voert verzoeker aan dat hij op onoverwinnelijke wijze heeft gedwaald bij het niet verzoeken om de voortzetting van de...

  • Vonnis van Raad van State, 9 juli 2019

    Gelet op art. 50 van het Vlaams Onteigeningsdecreet, is de vrederechter bevoegd om uitspraak te doen over de wettigheid van de onteigening, en bijgevolg om de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid op zowel hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de RvS uit om kennis te nemen van een beroep...

  • Vonnis van Raad van State, 2 juli 2019

    Artikel 4 van de wet van 19 februari 1965 'betreffende de zelfstandige beroepsactiviteit der vreemdelingen' bepaalt enkel dat de beroepskaart slechts mag worden afgegeven aan de vreemdeling die een vergunning heeft gekregen om in België te verblijven of er zich te vestigen. Vermits de wet geen nadere criteria bevat, beschikt de overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid. Wat de wijze...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2019

    Het Vlaams Onteigeningsdecreet is in werking getreden op 1 januari 2018 en titel 3 'Bestuurlijke fase' van het decreet is niet van toepassing op lopende administratieve procedures. De dagvaarding van verzoekers situeert zich evenwel in de gerechtelijke fase (titel 4). Deze titel is enkel niet van toepassing op lopende gerechtelijke procedures. Bij gebrek aan lopende gerechtelijke procedures heeft

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien