in Raad van State › Nietigverklaring
in vLex België

11305 resultaten voor Raad van State › Nietigverklaring

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 26 februari 2019

    De beperkte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, volstaat niet om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen. Het ICD gaat uitvoerig in op alle aspecten die verband houden met de mobiliteit en de bereikbaarheid van het nieuwe handelscomplex en besluit na afweging daarvan dat het gevraagde voor vergunning in aanmerking komt. De omstandigheid dat het college van burgemeester en...

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    Er wordt niet aangetoond dat de bestreden beslissing de rechtstoestand van de verzoekende partij zou wijzigen, waardoor deze haar niet betekend diende te worden. Wat de feitelijke kennisname van de inhoud van de bestreden beslissing door de verzoekende partij betreft, wordt vooreerst vastgesteld dat haar bestuurder en de gedelegeerd bestuurder bij de stemming over de bestreden beslissing...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De verzoekende partijen voeren de schending van de materiëlemotiveringsplicht aan omdat de motivering van de verwerping van hun bezwaar niet strookt met de realiteit van het dossier en niet overeenstemt met de inhoud van het bezwaar. In het auditoraatsverslag wordt geoordeeld dat het dossier geen enkel stuk bevat waaruit blijkt dat de bezwaren van de verzoekende partijen daadwerkelijk werden...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De RvS vernietigde de eerdere vergunning omdat deze tot stand gekomen is met schending van het onpartijdigheidsbeginsel, gelet op de verbintenissen die de verwerende partij is aangegaan in een convenant. Door het besluitvormingsproces te hernemen zonder het NSECD opnieuw om advies te vragen - met inbegrip van de uitnodiging door dit comité van de aangrenzende gemeenten in toepassing van art. 7, §

  • Vonnis van Raad van State, 29 januari 2019

    Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De RvS heeft reeds in de voorgaande procedures vastgesteld dat twee eerder opgestelde geurstudies grondige verschillen vertonen, waarvoor geen deugdelijke verklaring wordt bijgebracht. Het eigen controle-onderzoek uitgevoerd door de afdeling Milieuvergunningen betreft geen eigen geurstudie of controle ter plaatse. Nog daargelaten of de gegeven verklaring van de grondige verschillen tussen de twee

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    Uit het dossier blijkt dat de enige ontsluitingsweg voor de vergunde inrichting loopt langsheen het perceel van verzoeker, dat op een afstand van 200 meter ligt. Verzoeker maakt aannemelijk dat hij wel degelijk hinder kan ondervinden van de uitbating als gevolg van de milieuvergunning voor het veranderen en uitbreiden van een rundveebedrijf. De hoedanigheid van eigenaar van het perceel dat in de...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De algemene regel voor de samenstelling van beroepsinstanties van art. 2, §1 van het KB 14 oktober 2013 is,, luidens de toelichting aan de Koning, enkel van toepassing bij gebrek aan specifieke regels, en wijkt dus af in het geval van de §§ 2 en 3 die zulke specifieke regels bevatten (lex specialis derogat generalibus). Dit geldt des te meer nu op de toepassing van §1 getalmatig niet mogelijk is...

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Verzoeker heeft als "belanghebbende derde" in de zin van art. 28 van het rooilijndecreet een administratief beroep tegen het eerste bestreden besluit (goedkeuring rooilijnplan) ingediend, dat met het tweede bestreden besluit wordt verworpen. Het gemis aan belang in hoofde van verzoeker bij huidig beroep wordt niet aangetoond.

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partijen, hebben, na het schorsingsarrest, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Zij hebben tegen de beoordeling in het schorsingsarrest klaarblijkelijk niets in te brengen. Ook de RvS ziet geen reden om de onwettigheden die in het schorsingsarrest voorlopig zijn vastgesteld, uiteindelijk niet ook ten gronde bij te vallen....

  • Vonnis van Raad van State, 17 januari 2019

    Bindende en verordenende stedenbouwkundige voorschriften beletten niet dat sectorale wetgeving, zoals te dezen het bosdecreet, impact kan of mag hebben op de realiseerbaarheid van deze voorschriften. In bepaalde gevallen kan sectorale wetgeving er dus toe leiden dat de bestemming vastgelegd bij toepassing van wetgeving op de ruimtelijke ordening niet kan worden gerealiseerd.

  • Vonnis van Raad van State, 15 januari 2019

    Een lid van een schoolraad dat de geleding van de ouders vertegenwoordigt heeft in elk geval hoedanigheid en belang erbij om de nietigverklaring te vorderen van een bestuurshandeling die inbreuk maakt op de bevoegdheden van die schoolraad of zijn eigen prerogatieven als lid ervan. Dat hij niet zelf de adressaat is van die rechtshandeling doet daar niet aan af.

  • Vonnis van Raad van State, 11 januari 2019

    Het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging houdt in dat de tuchtrechtelijk vervolgde persoon het recht heeft om vrij zijn verdediging te organiseren zoals hij dat verkiest. Hij beschikt aldus in het bijzonder over het recht te zwijgen en stil te zitten in de eigen zaak (Arbitragehof 25 januari 2001, nr. 4\/2001, punt B.5.5.), alsook over het recht om de feiten

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    De verzoekende partijen stellen ten onrechte (de verplichting tot) het "afbakenen" van een functie gelijk met (de verplichting tot) het bouwen van een gebouw dat voor die functie bestemd is. De in de bindende bepaling van het GRS gebruikte woorden "afbakenen van de centrumfuncties" moeten worden begrepen als het op een grafisch plan intekenen van zones waarin die functies...

  • Vonnis van Raad van State, 19 december 2018

    Het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 4 juli 1994 betreffende de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten heeft betrekking op de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten. De kritiek slaat op het feit dat overheden die dat...

  • Vonnis van Raad van State, 14 december 2018

    Art. 11bis van de RvS-wet en het arrest Legrand van het HvC, nopen ertoe de interpretatie dat art. 30, § 3, van de RvS-wet en art. 14quinquies van het algemeen procedurereglement in een automatische nietigverklaring voorzien, te herzien. Volgens art. 11bis van de RvS-wet kan een verzoekende partij aan de afdeling Bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot...

  • Vonnis van Raad van State, 4 december 2018

    De verzoekende partij werd intussen zelf definitief benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Zij heeft niet geantwoord op de mail van het auditoraat waarin gevraagd werd naar haar actueel belang bij het beroep en was noch aanwezig, noch vertegenwoordigd op de openbare terechtzitting. Gelet op deze gegevens en inzonderheid het gebrek aan medewerking van de verzoekende partij met de rechtbank en de...

  • Vonnis van Raad van State, 6 november 2018

    Het is de logica zelf dat de breedte van een nieuwe weg (mede) verantwoord wordt door de functie die de weg moet hebben.

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Art. 1.3.2, § 3, derde lid, 7° en 8°, VCRO voorziet er uitdrukkelijk er dat de Procoro mede wordt samengesteld uit leden-deskundigen die werkzaam zijn op het provinciebestuur. Deze omstandigheid toont derhalve nog geen ontoelaatbare vooringenomenheid of partijdigheid in hun hoofde aan. Verder bestaat er in hoofde van de leden een plicht om zich te onthouden van deelname aan de besprekingen en...

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Wat de effecten van het PRUP op de cultuurhistorische waarde betreft, wordt volgens verzoekers in het plan-Mer ten onrechte geoordeeld dat het betrokken beschermde landschap niet negatief beïnvloed zou worden door de in het PRUP voorziene brug, en het effect hiervan "neutraal" zou zijn. De omstandigheid dat het Vlaamse Gewest het beschermingsbesluit gedeeltelijk heeft opgeheven, houdt...

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    De verzoekende partijen delen mee geen memorie van wederantwoord te hebben ingediend omdat zij sinds 4 juni 2018 over "een definitieve stilzwijgende handelsvestigingsvergunning" beschikken, zodat het beroep volgens hen zonder voorwerp is gevallen. Overigens zouden zij sedert de inwerkingtreding van het decreet 'betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid' op 1 augustus 2018 geen...

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Redelijkerwijze dient het begrip "kennisgeving\

  • Vonnis van Raad van State, 18 oktober 2018

    De tewerkstelling gedurende nauwelijks enkele dagen in het kader van een tijdelijke actie, zonder dat daaraan een vrijgekomen betrekking in de personeelsformatie beantwoordt, mag niet worden beschouwd als een wedertewerkstelling zoals bedoeld in art. 117, § 3, derde lid, van de wet van 14 februari 1961. Ze kan immers niet leiden tot een duurzame tewerkstelling van verzoeker in een vrijgekomen...

  • Vonnis van Raad van State, 16 oktober 2018

    Verzoekers eerste en tweede middel hebben beide uitsluitend betrekking op de beslissing waarbij hij niet geslaagd is verklaard. De nietigverklaring van de werfreserve vordert hij in het derde middel enkel bij gevolgtrekking. Indien hierna zou blijken dat de selectiecommissie niet regelmatig heeft beslist dat verzoeker niet geslaagd is, dan vitieert dit de mede op deze vaststelling gesteunde...

  • Vonnis van Raad van State, 11 oktober 2018

    Naar aanleiding van verzoekers overlijden en de niet-hervatting van het geding, werd de zaak van de rol afgevoerd. Op de terechtzitting doet de verwerende partij afstand van haar vordering tot toekenning van een rechtsplegingsvergoeding.

  • Vonnis van Raad van State, 10 oktober 2018

    Artikel 4 van de wet van 19 februari 1965 'betreffende de zelfstandige beroepsactiviteit der vreemdelingen' bepaalt enkel dat de beroepskaart slechts mag worden afgegeven aan de vreemdeling die een vergunning heeft gekregen om in België te verblijven of er zich te vestigen. Vermits de wet geen nadere criteria bevat, beschikt de overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid. De verwerende...

  • Vonnis van Raad van State, 10 oktober 2018

    De verzoekers betogen zelf dat de vraag of zij belang hebben bij de vernietiging van de bestreden besluiten, geheel afhangt van de vraag of art. XII.VII.18,§ 2, RPPol (aanstelling) juncto art. XII.VII.19bis RPPol (benoeming BOB'ers) juncto art. XII.VII.16quinquies, § 2 RPPol (benoeming niet-BOB'ers zoals in casu) een ongrondwetttigheid bevat, wat de noodzaak onderschrijft tot het stellen van een...

  • Vonnis van Raad van State, 9 oktober 2018

    Na de sluiting van het debat deelt de verzoekende partij een advies van de KCML mee. Zoals de verzoekende partij zelf doet gelden, strekt de gevraagde heropening van het debat er in wezen toe haar alsnog de gelegenheid te geven de stelling die zij heeft ingenomen in haar eerste middel te "bevestig[en]". Dit is geen grond tot heropening van het debat.

  • Vonnis van Raad van State, 9 oktober 2018

    Het werkelijke voorwerp van beroep is niet de toebedeling van het betrokken perceel aan een andere persoon in plaats van aan de verzoekende partijen, maar wordt wel degelijk de wettigheid bekritiseerd van het besluit van 24 mei 2016 van het ruilverkavelingscomité tot het vaststellen van de plannen en lijsten zoals bedoeld in de artt. 26 en 34, 1°, 2° en 3°, van de ruilverkavelingswet.

  • Vonnis van Raad van State, 9 oktober 2018

    Verzoeker betoogt dat de aanleg van een parking de toekomstige invulling van het habitatrichtlijngebied hypothekeert. Het argument van de Procoro dat zich op de kwestieuze locatie momenteel geen habitat zou bevinden, weerlegt verzoekers kritiek niet, nu de instandhoudingsdoelstellingen een "stijging" van de natuurwaarden beogen. Dat de aanleg van de kwestieuze parking in habitatgebied...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien