in Raad van State › Nietigverklaring
in vLex België

11315 resultaten voor Raad van State › Nietigverklaring

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    De artt. 2 en 3 van de formelemotiveringswet bepalen dat eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die uitgaan van een bestuur en die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, dat in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moeten worden vermeld die aan de beslissing ten grondslag liggen en...

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    Uit het bestreden besluit blijkt dat de deputatie zich, ter beantwoording van de ingediende bezwaren, aansluit bij de weerlegging van deze bezwaren in het gemeenteraadsbesluit. De verzoekende partijen laten na de daarin omgenomen motieven bij hun kritiek te betrekken, zodat zij er niet in slagen aan te tonen dat het openbaar nut van de verbreding van de straat niet afdoende zou zijn gemotiveerd...

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    Met hun beroep beogen de verzoekende partijen de nietigverklaring van de beslissing waarmee de gemeenteraad een dading tussen de stad en de tussenkomende partij goedkeurt. Als zodanig gaat het om een beroep tegen een beslissing die ideëel afsplitsbaar is van de dading, en voor de beoordeling waarvan de RvS bevoegd is.

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    De verwerende partij heeft verzoekster bij de kennisgeving van de bestreden beslissing ten onrechte meegedeeld dat zij tegen de beslissing bij de RvS een beroep tot nietigverklaring kon instellen. Dit verantwoordt dat het rolrecht te haren laste wordt gelegd, maar het volstaat niet om verzoekster te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij in de zin van art. 30\/1, § 1, van de RvS-wet,...

  • Vonnis van Raad van State, 30 april 2019

    Na een memorie van wederantwoord te hebben ingediend en nog voordat het auditoraat een verslag heeft opgesteld, heeft verzoeker een 'laatste memorie zaak Perpête-NIRAS' ingediend waarin hij repliceert op de door de verwerende partij in haar memorie van antwoord opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid van het beroep wegens gebrek aan belang. Het algemeen procedurereglement voorziet niet in de...

  • Vonnis van Raad van State, 9 april 2019

    Door zonder enige nadere toelichting te stellen dat uit het advies van de PMVC, "waarin gesteld wordt dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 5.6.7 van de VCRO\

  • Vonnis van Raad van State, 4 april 2019

    De bevoegdheid die in artikel 90bis, § 1, derde lid, van het bosdecreet wordt toegekend aan de Vlaamse Regering, werd bij artikel 2, § 9, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering toebedeeld aan de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Bij toepassing van artikel 14, eerste lid, van datzelfde besluit...

  • Vonnis van Raad van State, 4 april 2019

    Voor zover wordt gemotiveerd dat het betrokken gebied een klein agrarisch gebied betreft, zonder open en homogene landschappen met vrije zichten, en geen grote landschappelijke waarde vertoont, dient vastgesteld dat deze omstandigheid niet heeft belet dat dit kleine gebied in het verleden wel als waardevol werd bestempeld en bijgevolg als dusdanig blijvend moet worden beschermd. De overwegingen...

  • Vonnis van Raad van State, 18 maart 2019

    Het brevet waarover verzoeker beschikt is geen diploma dat evenwaardig is met de diploma's welke in aanmerking worden genomen voor de aanwerving in de betrekkingen van niveau A bij de federale rijksbesturen, noch aan het diploma bedoeld in art. 142sexies van de wet van 7 december 1998. De in art. XII.IV.6 RPPol bepaalde valorisatie van de brevetten strekte er, als overgangsmaatregel, toe om bij...

  • Vonnis van Raad van State, 12 maart 2019

    De aanvraag betreft de realisatie van een gebouw met drie woongelegenheden, waar dit voorheen een eengezinswoning was. Het geviseerde project betreft aldus de creatie van een nieuw "gebouw met meerdere woningen\

  • Vonnis van Raad van State, 26 februari 2019

    De beperkte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, volstaat niet om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen. Het ICD gaat uitvoerig in op alle aspecten die verband houden met de mobiliteit en de bereikbaarheid van het nieuwe handelscomplex en besluit na afweging daarvan dat het gevraagde voor vergunning in aanmerking komt. De omstandigheid dat het college van burgemeester en...

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    Er wordt niet aangetoond dat de bestreden beslissing de rechtstoestand van de verzoekende partij zou wijzigen, waardoor deze haar niet betekend diende te worden. Wat de feitelijke kennisname van de inhoud van de bestreden beslissing door de verzoekende partij betreft, wordt vooreerst vastgesteld dat haar bestuurder en de gedelegeerd bestuurder bij de stemming over de bestreden beslissing...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De verzoekende partijen voeren de schending van de materiëlemotiveringsplicht aan omdat de motivering van de verwerping van hun bezwaar niet strookt met de realiteit van het dossier en niet overeenstemt met de inhoud van het bezwaar. In het auditoraatsverslag wordt geoordeeld dat het dossier geen enkel stuk bevat waaruit blijkt dat de bezwaren van de verzoekende partijen daadwerkelijk werden...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De RvS vernietigde de eerdere vergunning omdat deze tot stand gekomen is met schending van het onpartijdigheidsbeginsel, gelet op de verbintenissen die de verwerende partij is aangegaan in een convenant. Door het besluitvormingsproces te hernemen zonder het NSECD opnieuw om advies te vragen - met inbegrip van de uitnodiging door dit comité van de aangrenzende gemeenten in toepassing van art. 7, §

  • Vonnis van Raad van State, 29 januari 2019

    Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De RvS heeft reeds in de voorgaande procedures vastgesteld dat twee eerder opgestelde geurstudies grondige verschillen vertonen, waarvoor geen deugdelijke verklaring wordt bijgebracht. Het eigen controle-onderzoek uitgevoerd door de afdeling Milieuvergunningen betreft geen eigen geurstudie of controle ter plaatse. Nog daargelaten of de gegeven verklaring van de grondige verschillen tussen de twee

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    Uit het dossier blijkt dat de enige ontsluitingsweg voor de vergunde inrichting loopt langsheen het perceel van verzoeker, dat op een afstand van 200 meter ligt. Verzoeker maakt aannemelijk dat hij wel degelijk hinder kan ondervinden van de uitbating als gevolg van de milieuvergunning voor het veranderen en uitbreiden van een rundveebedrijf. De hoedanigheid van eigenaar van het perceel dat in de...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De algemene regel voor de samenstelling van beroepsinstanties van art. 2, §1 van het KB 14 oktober 2013 is,, luidens de toelichting aan de Koning, enkel van toepassing bij gebrek aan specifieke regels, en wijkt dus af in het geval van de §§ 2 en 3 die zulke specifieke regels bevatten (lex specialis derogat generalibus). Dit geldt des te meer nu op de toepassing van §1 getalmatig niet mogelijk is...

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partijen, hebben, na het schorsingsarrest, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Zij hebben tegen de beoordeling in het schorsingsarrest klaarblijkelijk niets in te brengen. Ook de RvS ziet geen reden om de onwettigheden die in het schorsingsarrest voorlopig zijn vastgesteld, uiteindelijk niet ook ten gronde bij te vallen....

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Verzoeker heeft als "belanghebbende derde" in de zin van art. 28 van het rooilijndecreet een administratief beroep tegen het eerste bestreden besluit (goedkeuring rooilijnplan) ingediend, dat met het tweede bestreden besluit wordt verworpen. Het gemis aan belang in hoofde van verzoeker bij huidig beroep wordt niet aangetoond.

  • Vonnis van Raad van State, 17 januari 2019

    Bindende en verordenende stedenbouwkundige voorschriften beletten niet dat sectorale wetgeving, zoals te dezen het bosdecreet, impact kan of mag hebben op de realiseerbaarheid van deze voorschriften. In bepaalde gevallen kan sectorale wetgeving er dus toe leiden dat de bestemming vastgelegd bij toepassing van wetgeving op de ruimtelijke ordening niet kan worden gerealiseerd.

  • Vonnis van Raad van State, 15 januari 2019

    Een lid van een schoolraad dat de geleding van de ouders vertegenwoordigt heeft in elk geval hoedanigheid en belang erbij om de nietigverklaring te vorderen van een bestuurshandeling die inbreuk maakt op de bevoegdheden van die schoolraad of zijn eigen prerogatieven als lid ervan. Dat hij niet zelf de adressaat is van die rechtshandeling doet daar niet aan af.

  • Vonnis van Raad van State, 11 januari 2019

    Het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging houdt in dat de tuchtrechtelijk vervolgde persoon het recht heeft om vrij zijn verdediging te organiseren zoals hij dat verkiest. Hij beschikt aldus in het bijzonder over het recht te zwijgen en stil te zitten in de eigen zaak (Arbitragehof 25 januari 2001, nr. 4\/2001, punt B.5.5.), alsook over het recht om de feiten

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    De verzoekende partijen stellen ten onrechte (de verplichting tot) het "afbakenen" van een functie gelijk met (de verplichting tot) het bouwen van een gebouw dat voor die functie bestemd is. De in de bindende bepaling van het GRS gebruikte woorden "afbakenen van de centrumfuncties" moeten worden begrepen als het op een grafisch plan intekenen van zones waarin die functies...

  • Vonnis van Raad van State, 19 december 2018

    Het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 4 juli 1994 betreffende de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten heeft betrekking op de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten. De kritiek slaat op het feit dat overheden die dat...

  • Vonnis van Raad van State, 14 december 2018

    Art. 11bis van de RvS-wet en het arrest Legrand van het HvC, nopen ertoe de interpretatie dat art. 30, § 3, van de RvS-wet en art. 14quinquies van het algemeen procedurereglement in een automatische nietigverklaring voorzien, te herzien. Volgens art. 11bis van de RvS-wet kan een verzoekende partij aan de afdeling Bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot...

  • Vonnis van Raad van State, 4 december 2018

    De verzoekende partij werd intussen zelf definitief benoemd tot gerechtsdeurwaarder. Zij heeft niet geantwoord op de mail van het auditoraat waarin gevraagd werd naar haar actueel belang bij het beroep en was noch aanwezig, noch vertegenwoordigd op de openbare terechtzitting. Gelet op deze gegevens en inzonderheid het gebrek aan medewerking van de verzoekende partij met de rechtbank en de...

  • Vonnis van Raad van State, 6 november 2018

    Het is de logica zelf dat de breedte van een nieuwe weg (mede) verantwoord wordt door de functie die de weg moet hebben.

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Art. 1.3.2, § 3, derde lid, 7° en 8°, VCRO voorziet er uitdrukkelijk er dat de Procoro mede wordt samengesteld uit leden-deskundigen die werkzaam zijn op het provinciebestuur. Deze omstandigheid toont derhalve nog geen ontoelaatbare vooringenomenheid of partijdigheid in hun hoofde aan. Verder bestaat er in hoofde van de leden een plicht om zich te onthouden van deelname aan de besprekingen en...

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Wat de effecten van het PRUP op de cultuurhistorische waarde betreft, wordt volgens verzoekers in het plan-Mer ten onrechte geoordeeld dat het betrokken beschermde landschap niet negatief beïnvloed zou worden door de in het PRUP voorziene brug, en het effect hiervan "neutraal" zou zijn. De omstandigheid dat het Vlaamse Gewest het beschermingsbesluit gedeeltelijk heeft opgeheven, houdt...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien