Décision judiciaire de Raad van State, 7 juillet 2022

Date de Résolution 7 juillet 2022
JuridictionNietigverklaring
Nature Arrest

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

IXe KAMER A R R E S T nr. 254.234 van 7 juli 2022 in de zaken A. 229.461/IX-9644 (I) A. 231.381/IX-9742 (II) In zake : I.+ II. Bert DESSERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy van Eeckhoutte kantoor houdend te 9051 Gent Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : I.+II. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1.1. Het beroep in de zaak A. 229.461/IX-9644, ingesteld op 31 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 12 augustus 2019 waarbij aan Bert Dessers een gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend, om uitzonderlijke sociale redenen, van de terugbetaling van het bedrag van 99.614,51 euro, overeenstemmend met een breukdeel van 73% van de netto wedde ontvangen tijdens zijn vorming, voor het gedeelte dat het bedrag van 74.710,88 euro overschrijdt. 1.2. Het beroep in de zaak A. 231.381/IX-9742, ingesteld op 24 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 27 mei 2020 waarbij het ministerieel besluit van 12 augustus 2019 wordt ingetrokken en een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de terugbetaling van het bedrag van IX-9644-1/26

99.614,51 euro, overeenstemmend met een breukdeel van 73% van de netto wedde ontvangen tijdens de vorming, niet wordt toegestaan.

II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft in de beide zaken telkens een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft in de beide zaken telkens een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft in de beide zaken een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben in de beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn in de beide zaken opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 februari 2022. Staatsraad Bruno Seutin heeft in de beide zaken verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Jef Michielsen, die loco advocaat Willy van Eeckhoutte verschijnt voor de verzoekende partij en luitenant Pieter-Jan Tuts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft in de beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. IX-9644-2/26

III. Feiten

3.1. Verzoeker is toegetreden tot de Koninklijke Militaire School (KMS) als kandidaat beroepsofficier van niveau A van de medische dienst op 16 augustus 2011. Na het voltooien van zijn opleiding is hij op 26 juni 2018 benoemd in de graad van geneesheer-onderluitenant en op 26 september 2018 in de graad van geneesheer-luitenant. 3.2. Op 5 juni 2018 vraagt verzoeker via model B de verbreking van zijn dienstneming als kandidaat beroepsofficier van niveau A, evenals een vrijstelling van de terugbetaling van de genoten wedde op grond van artikel 184 van de wet van 28 februari 2007 ‘tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht’ (hierna: de wet van 28 februari 2007). Aan deze vraag tot dienstverbreking wordt geen gevolg gegeven. 3.3. Op 7 september 2018 vraagt verzoeker zijn ontslag aan als beroepsofficier van niveau A van de medische dienst. Bij koninklijk besluit nr. 2251 van 4 december 2018 wordt het ontslag van verzoeker als beroepsofficier van niveau A van de medische dienst aanvaard. 3.4. Op 25 februari 2019 wordt aan verzoeker meegedeeld dat hij een bedrag van 96.808,47 euro zal moeten terugbetalen, maar dat hij met toepassing van artikel 184 van de wet van 28 februari 2007 wegens “uitzonderlijke sociale redenen” om gehele of gedeeltelijke vrijstelling van dit bedrag kan verzoeken. Nadat vastgesteld is dat verzoeker, hoewel hij nog in dienst was, reeds vanaf oktober 2018 geen prestaties meer voor Defensie heeft verricht, maar wel voor het Jan Yperman Ziekenhuis, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd tot 99.614,51 euro. IX-9644-3/26

3.5. Bij het ministerieel besluit van 12 augustus 2019 wordt aan verzoeker om uitzonderlijke sociale redenen een gedeeltelijke vrijstelling verleend van de terugbetaling van het bedrag van 99.614,51 euro, overeenstemmend met een breukdeel van 73% van de nettowedde ontvangen tijdens zijn vorming, voor het gedeelte dat het bedrag van 74.710,88 euro overschrijdt.

De overwegingen van dat ministerieel besluit luiden als volgt: “Gelet op het koninklijk besluit nr. 2551 van 4 december 2018 waarbij het ontslag van de geneesheer-luitenant beroepsofficier Bert Dessers wordt aanvaard op datum van 1 december 2018;Overwegende dat hij op 1 oktober 2018 is beginnen werken aan het Academisch Ziekenhuis van de KUL;Overwegende dat hij aan de Schatkist een wettelijke opgelegde vergoeding schuldig is in geval van ontslag vóór de voltooiing van de rendementsperiode als beroepsofficier van niveau A;Overwegende dat die vergoeding, in toepassing van het artikel 180 van de wet van 28 februari 2007, vervangen bij de wet van 31 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 30 april 2018, een breukdeel van 73% van de netto uitbetaalde wedden tijdens zijn vorming bedraagt wat, in het geval van betrokkene, 99.614,51 euro betekent en gevorderd werd op datum van 30 juli 2019; Overwegende dat betrokkene geen sociale redenen aanvoert om een aanvraag tot vrijstelling, ingediend op datum van 5 juni 2018, te rechtvaardigen: Overwegende dat betrokkene de volgende bewijsstukken heeft geleverd: 1. Een fiche 281.10 van Defensie voor het jaar 2018; 2. Een fiche 281.10 van de vzw Jan Yperman Ziekenhuis voor het jaar 2018; 3. Een verweerschrift van 7 september 2018;Overwegende dat een grondig onderzoek van de sociale toestand van betrokkene werd uitgevoerd, rekening houdend met het ingediende dossier; Overwegende dat de studies en de vorming van betrokkene van 16 augustus 2011 tot 25 juni 2018, integraal door Defensie werden bekostigd; Overwegende dat betrokkene van de volledigheid van zijn wedden heeft genoten tijdens de vorming, hetzij 140.302,13 euro;Overwegende dat uit het gecombineerde onderzoek van de sociale situatie van betrokkene en van de redenen die de terugbetaling van een gedeelte van de genoten wedden tijdens de vorming rechtvaardigen, blijkt dat slechts een gedeeltelijke vrijstelling van de terugbetaling van de genoten wedden tijdens de vorming kan worden verleend, en dat het bedrag van de vrijstelling niet hoger mag zijn dan het deel dat 74.710,88 euro overschrijdt; Overwegende dat de bepaling van het bedrag van de vrijstelling gebaseerd is op een juiste evenredigheid tussen het belang van de aangehaalde uitzonderlijke sociale redenen en het bedrag van de gehele terugbetaling die zou kunnen worden geëist.” Dat is het bestreden besluit in de zaak A. 229.461/IX-9644 (hierna: het eerste bestreden besluit). IX-9644-4/26

3.6. Bij het ministerieel besluit van 27 mei 2020 wordt het eerste bestreden besluit ingetrokken (artikel 1) en stelt de verwerende partij dat een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de terugbetaling van het bedrag van 99.614,51 euro, overeenstemmend met een breukdeel van 73% van de netto ontvangen wedden tijdens de vorming niet kan worden toegestaan (artikel 2).

De overwegingen van dat ministerieel besluit luiden als volgt: “Overwegende dat betrokkene op 1 oktober 2018 is beginnen werken in het ziekenhuis Jan Yperman te Ieper;Overwegende dat betrokkene aan de Schatkist een wettelijk opgelegde vergoeding schuldig is in geval van ontslag vóór de voltooiing van de rendementsperiode als beroepsofficier van niveau A;Overwegende dat die vergoeding, in toepassing van het artikel 180 van de wet van 28 februari 2007, vervangen bij de wet van 31 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 30 april 2018, een breukdeel van 73 % van de netto uitbetaalde wedden tijdens zijn vorming bedraagt wat, in het geval van betrokkene, 99.614,51 euro betekent en gevorderd werd op datum van 30 juli 2019; Gelet op het ministerieel besluit nr. 95719 van 12 augustus 2019 betreffende de aanvraag tot vrijstelling, om uitzonderlijke sociale redenen, van de terugbetaling van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden van een beroepsofficier van niveau A, waarbij een gedeeltelijke vrijstelling werd toegestaan voor het gedeelte dat het bedrag van 74.710,88 euro overschrijdt;Overwegende dat een verzoekschrift tot nietigverklaring op 4 november 2019 bij de Raad van State (G/A 226.461/IX-9644) werd ingediend tegen het ministerieel besluit nr. 95719 van 12 augustus 2019 betreffende de aanvraag tot vrijstelling, om uitzonderlijke sociale redenen, van de terugbetaling van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden van een beroepsofficier van niveau A;Overwegende dat, gezien het vastgestelde motiveringsprobleem, het gepast is over te gaan tot intrekking van het ministerieel besluit nr. 95719 van 12 augustus 2019;Overwegende dat een concreet en aandachtig onderzoek naar de sociale situatie van de betrokkene nogmaals werd uitgevoerd, rekening houdend met de door betrokkene overgemaakte argumentatie en stukken; Overwegende dat betrokkene de volgende redenen aanvoert om een vrijstellingsaanvraag, ingediend op datum van 5 juni 2018 en vervolledigd op 15 februari 2019, 29 maart 2019 en 21 mei 2019 (met verwijzing naar zijn Model B aanvraag tot ontslag van 7 september 2018), te rechtvaardigen: 1° Betrokkene verklaart dat Defensie met haar visie en toekomstplannen hem een andere levensrichting uitduwt dan hij zelf voor ogen had, en diens oversten zijn verdere opleiding en tewerkstelling in slechte banen waren aan het leiden, zodat hij bijgevolg ook...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT