• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 30 maart 2018

    Art. 25, eerste en tweede lid, van de tuchtwet geldt slechts voor de personeelsleden die niet het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van tuchtrechtelijke onderzoeksdaden waarbij zij worden betrokken. Deze bepaling impliceert tevens dat een personeelslid dat het voorwerp van een tuchtonderzoek uitmaakt of kan uitmaken, er niet toe gehouden is loyaal mee te werken aan dat onderzoek, of mee te werken aan tuchtrechtelijke onderzoeksdaden waarvan hij het voorwerp uitmaakt en kan uitmaken. In die hypothese is een personeelslid er bijgevolg niet toe gehouden de waarheid te spreken omtrent de feiten waarnaar een onderzoek werd gevoerd. Die bepaling sluit niettemin niet uit dat in dat geval het personeelslid wordt ondervraagd, alleen dient dat personeelslid niet loyaal te antwoorden omdat niem...

  • Vonnis van Raad van State, 23 maart 2018

    Het college van burgemeester en schepenen heeft intussen aan de tussenkomende partij een nieuwe socio-economische vergunning verleend, die de bestreden beslissing vervangt. Het beroep is derhalve zonder voorwerp en doelloos geworden. De nieuwe aanvraag en de vervanging van de bestreden vergunning gaan finaal terug op de in het verzoekschrift aangevoerde, en in het auditoraatsverslag bijgevallen, onwettigheid. In die omstandigheden past het om de kosten, inbegrepen de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van de verwerende partij te leggen. Ten overvloede wordt vastgesteld dat de verzoekende partij een annulatieberoep tegen de nieuwe socio-economische vergunning heeft ingediend.

  • Vonnis van Raad van State, 23 maart 2018

    Om zijn wijk te verlaten moet verzoeker door de bestreden beslissing een betekenisvolle omweg maken. Dit verantwoordt een voldoende belang bij het voorliggende beroep. De exceptie wordt verworpen.

  • Vonnis van Raad van State, 22 maart 2018

    De geldigheidsduur van de verkavelingsvergunning werd beperkt bij wet van 22 december 1970 die voor de in art. 7.5.4 VCRO bedoelde verkavelingsvergunningen voorzag in een overgangsregeling. De uitzonderingsregeling in art. 7.5.5 VCRO slaat op de kavel of kavels van de vervallen verkavelingsvergunning waarvoor de overheid na het verval één van de bedoelde handelingen heeft gesteld. Door aan te nemen dat de betrokken persoon in de mogelijkheid moet zijn om al zijn kavels binnen de inmiddels vervallen verkaveling - ook die kavels waarvoor de vertrouwenwekkende handeling niet is gesteld - over te dragen aan een rechtsopvolger met behoud van de niet-tegenstelbaarheid van het verval, schendt de RvVb het art. 7.5.5 VCRO.

  • Vonnis van Raad van State, 20 maart 2018

    Over de bezwaren tegen het aanslagbiljet inzake de verkrottingsheffing, aanslagjaar 2015, is nog geen uitspraak gedaan, aangezien daarvoor eerst de uitkomst van voorliggend beroep wordt afgewacht. Dit is in principe van aard een financieel belang te staven. De verwerende partij overtuigt er niet van dat het te dezen anders is. Noch beweert zij dat verzoeker de voormelde belastingen ten gevolge van de overgang van de zakelijke rechten niet meer verschuldigd zou zijn, noch maakt zij aannemelijk dat hij door die overgang geen uitspraak meer over zijn bezwaren kan verkrijgen.

  • Vonnis van Raad van State, 13 maart 2018

    Verzoekers zijn eigenaar en bewoner van een huis in de onmiddellijke nabijheid van het bestreden wegtracé, dat de enige ontsluiting vormt van een verkavelingsproject met 50 loten of 73 wooneenheden. Gelet op de mogelijke mobiliteitsimpact op de woon- en leefomgeving van verzoekers, doen zij blijken van het vereiste belang bij de nietigverklaring.

  • Vonnis van Raad van State, 8 maart 2018

    De RvVb vernietigde de beslissing van de verzoekende partij tot verwerping van het beroep tegen de aan de tussenkomende partij afgegeven regularisatievergunning. Naar aanleiding van deze vernietiging moet de verzoekende partij zich opnieuw over het beroep uitspreken binnen de vervaltermijn van drie maanden. Bij gebrek aan een beslissing binnen de termijn, wordt het beroep geacht te zijn verworpen. De verzoekende partij heeft geen veweer gevoerd tegen het door de RvVb ambtshalve gegrond verklaard middel en het enige middel voor de RvS heeft geen betrekking op dit ambtshalve middel. Het door de verzoekende partij ingeroepen "belang\/voordeel bij de cassatie omdat zij alsdan niet tot de kosten van het geding dient veroordeeld te worden en zij geen stilzwijgende afwijzing van het beroep die...

  • Vonnis van Raad van State, 2 maart 2018

    De bestreden besluiten betreffen de aanvraag van de verzoekende partijen om toepassing te maken van het uitsluitend op woonuitbreidingsgebied toepasselijke art. 5.6.6, § 2, van de VCRO. Na een gebeurlijke nietigverklaring zullen de verwerende partijen zich opnieuw over de voornoemde aanvraag dienen uit te spreken. Door het GRUP uit 2017 is voor het kwestieuze gebied de bestemming woonuitbreidingsgebied inmiddels weggevallen. Gelet op hun nauwe samenhang dient, in het belang van een goede rechtsbedeling, de samenvoeging te worden bevolen van het onderhavige annulatieberoep en de annulatieberoepen van de verzoekende partijen tegen het GRUP uit 2017.

  • Vonnis van Raad van State, 2 maart 2018

    Het recht om bezwaar in te dienen, brengt voor de betrokken overheid de verplichting met zich mee om de regelmatigheid en de gegrondheid van de ingediende bezwaarschriften te onderzoeken en te beoordelen. De bezwaarindiener moet de reden kunnen terugvinden waarom zijn bezwaren en opmerkingen niet zijn gevolgd. De verwerende partij heeft het advies van de Gecoro om verzoekers' bedrijf uit het GRUP te sluiten, niet gevolgd en geeft in de bestreden beslissing motieven in verband met de bestemming van verzoekers' bedrijf en voert een aantal wijzigingen aan de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP met betrekking tot verzoekers' percelen door. Die overwegingen weerleggen de kritiek van de verzoekende partijen dat het voor hen onmogelijk zou zijn om te achterhalen waarom hun bezwaren w...

  • Vonnis van Raad van State, 28 februari 2018

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 6 oktober 2014

    De bestreden benoemingen zijn het eindpunt van een benoemingsprocedure opgestart in 2008. Eerdere benoemingen werden vernietigd. Verzoeker heeft zich kandidaat gesteld voor vier van de vijftien betrekkingen. Verzoeker heeft geen persoonlijk en rechtstreeks belang bij een vernietiging van de...

  • Vonnis van Raad van State, 15 januari 2018

    In de ruim buiten de termijn toegezonden memorie van antwoord merkt de verwerende partij op dat zij de brief met de uitnodiging tot het indienen van een memorie "nooit ontvangen" heeft. Nu de antwoordkaart waarmee de zending aan het adres van de verwerende partij is aangeboden is...

  • Vonnis van Raad van State, 16 januari 2018

    Aangezien de verzoekende partij de beschermde woning heeft verkocht en daardoor haar aanvankelijke, op het eigendomsrecht gesteunde, rechtstreekse belang heeft verloren, is de vraag of zij zich vandaag dienstig kan beroepen op een ander belang. Daargelaten de vraag of het niet kunnen realiseren van ...

  • Vonnis van Raad van State, 16 januari 2018

    Met de verzoekende partij moet worden aangenomen dat de op 13 juli 2017 aan de tussenkomende partij verleende socio-economische vergunning, waarvan eerstgenoemde partij stelt dat zij deze evenzeer met een beroep zal bestrijden, het bestreden besluit niet uit het rechtsverkeer doet verdwijnen....

  • Vonnis van Raad van State, 19 juni 2017

    Het bijzonder bestek legt als technische bekwaamheid op dat een inschrijver beschikt over een "VCA-certificaat of gelijkwaardig ten bewijze dat de firma voldoet aan de minimumeisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu of een gelijkwaardig document voor buitenlandse inschrijvers&qu...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2018

    De verzoekende partij betwist niet dat een stedenbouwkundig stakingsbevel verhindert dat de inrichting daadwerkelijk kan worden geëxploiteerd. Een stakingsbevel, opgelegd wegens het zonder stedenbouwkundige vergunning wijzigen van de hoofdfunctie van een gebouw, moet in beginsel aan de overtreder...

  • Vonnis van Raad van State, 30 januari 2018

    Daar het gegrond bevonden middelonderdeel ontleend wordt aan een interne norm, is er geen noodzaak de door de verwerende partij gesuggereerde vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen. ...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juli 2017

    Uit de bestekbepalingen blijkt dat de aanbestedende overheid voor de beoordeling van het prijscriterium moet rekening houden met een prijs bestaande uit de geraamde hoeveelheden, vermeerderd met de marge of de management fee en dit vermenigvuldigd met de duur van de opdracht en niet enkel met de...

  • Vonnis van Raad van State, 6 februari 2018

    Het PRUP omvat twee deelplannen. De verzoekende partij vordert alleen de nietigverklaring van deelplan 2. De RvS achtte in eerdere arresten de beide deelplannen "onlosmakelijk met elkaar verbonden". In casu wordt door de verwerende partij zelfs niet bewéérd dat zij met betrekking tot...