• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 29 augustus 2017

    De verzoekende partij werd reeds op 17 maart 2017 uitgeleverd. Het betrokken land is er na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing geenszins toe gehouden de verzoekende partij terug te sturen, zelfs niet indien België in dat geval daartoe diplomatieke druk zou kunnen uitoefenen. De verzoekende partij stelt ten onrechte dat een effectief beroep onmogelijk wordt gemaakt indien de tenuitvoerlegging van de beslissing tot uitlevering zijn belang zou aantasten. Zij gaat immers voorbij aan de mogelijkheid om een vordering tot schorsing bij UDN in te dienen. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk bij gebrek aan actueel belang.

  • Vonnis van Raad van State, 21 augustus 2017

    Het intekenen op de overheidsopdracht kan niet worden aangezien als een daad van dagelijks bestuur. De verzoekende partij concretiseert bovendien niet op afdoende wijze dat wat het indienen van de voorliggende offerte betreft, de cumulatieve voorwaarden van het geringe belang van de verrichting en de noodzaak van een snelle oplossing vervuld zijn opdat de organen van de verzoekende partij belast met het dagelijks bestuur bevoegd zouden zijn om in die hoedanigheid een derde te mandateren. De offerte blijkt niet door een daartoe bevoegd persoon ondertekend te zijn, waardoor de verwerende partij de offerte substantieel onregelmatig mocht bevinden. De omstandigheid dat in het recente verleden andere aanbestedende overheden anders hebben beslist, bindt de verwerende partij niet en kan niet -...

  • Vonnis van Raad van State, 17 augustus 2017

    De verzoekende partij vraagt de debatten te heropenen indien een, volgens haar, determinerende e-mail geen deel uitmaakt van het administratief dossier. Het gegeven dat de betrokken e-mail te dezen geen deel uitmaakt van het door de verwerende partij neergelegde administratief dossier noch van de door de verzoekende partij bij het verzoekschrift gevoegde overtuigingsstukken, motiveert op zich niet het bevelen van een heropening van het debat. De gevraagde heropening van het debat strekt er in wezen toe de verzoekende partij de gelegenheid te geven om met een nieuw stuk haar standpunt te bewijzen en aldus te repliceren op het standpunt van de verwerende partij en het advies van het auditoraat op de terechtzitting. Een dergelijke wens is geen grond tot heropening van het debat. Voorts hee...

  • Vonnis van Raad van State, 7 augustus 2017

    Op grond van art. 4, 1°, van het KB van 27 december 1994 worden de wisselkantoren slechts geregistreerd en wordt hun registratie slechts gehandhaafd voor zover de personen die de feitelijke leiding waarnemen, over de noodzakelijke betrouwbaarheid en de passende ervaring beschikken om deze functies waar te nemen. Zo niet kan de FSMA (en de minister van Financiën) in toepassing van art. 13, § 1, juncto art. 10, eerste lid, van het KB van 27 december 1994 de registratie schorsen of herroepen. Zij beschikken hiervoor over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De bestreden beslissingen steunen op de vaststellingen die de FSMA heeft gedaan na inzage van het strafdossier in een lopend strafrechtelijk onderzoek lastens onder meer de verzoekende partij. De enkele omstandigheid dat de feit...

  • Vonnis van Raad van State, 4 augustus 2017

    De richtlijn 2014\/24\/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004\/18\/EG werd niet tijdig omgezet (tegen 18 april 2016) in het interne recht. Die richtlijn heeft het onderscheid tussen prioritaire diensten (A-diensten) en niet-prioritaire diensten (B-diensten) afgeschaft terwijl in het intern recht dat onderscheid nog behouden is tot aan de totstandkoming van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die op 30 juni 2017 in werking is getreden. De opdracht is door de verwerende partij volgens de tot dan geldende nationale regeling beschouwd als een B-dienst waarvoor geen Europese bekendmaking was vereist, hetgeen de zij dan ook niet gedaan heeft. De verzoekende partij stelt...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juli 2017

    Op grond van art. 58, § 3, van het KB Plaatsing mag het minimum aantal geselecteerden niet kleiner zijn dan vijf bij beperkte procedure en niet kleiner dan drie bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking of concurrentiedialoog en moet het aantal geselecteerden in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn. Indien het een opdracht betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, geeft de aanbestedende overheid in de aankondiging van opdracht het minimum en eventueel het maximum aantal geselecteerden aan dat zij vooropstelt. In het verslag aan de Koning wordt hierover gesteld dat volgens de rechtspraak van het HvJ dit minimumaantal in de aankondiging van opdracht niet als een maximumaa...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juli 2017

    Uit de bestekbepalingen blijkt dat de aanbestedende overheid voor de beoordeling van het prijscriterium moet rekening houden met een prijs bestaande uit de geraamde hoeveelheden, vermeerderd met de marge of de management fee en dit vermenigvuldigd met de duur van de opdracht en niet enkel met de marge of de management fee. Het argument van de verwerende partij dat uit het Q&A-formulier en uit de briefwisseling tussen de verwerende partij en de verzoekende partij mag worden afgeleid dat de verzoekende partij zeer goed wist dat er enkel met de marge zou worden rekening gehouden omdat enkel de marge moest worden vermeld en ingevuld, kan niet overtuigen tot het tegendeel. Het feit dat enkel de marge diende te worden ingevuld, betekent niet noodzakelijk dat enkel met dit cijfer rekening word...

  • Vonnis van Raad van State, 18 juli 2017

    Er bestaat juridische zekerheid dat de thans BB niet zal worden uitgevoerd zolang de lopende asielprocedures niet zijn beëindigd. Er kan derhalve geen spoedeisendheid worden gevonden in de voorgehouden mogelijkheid van effectieve uitlevering alvorens uitspraak zou zijn gedaan over verzoekers lopende asielaanvragen. Verzoekers argument ter terechtzitting dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van de thans BB "meer zekerheid" zou bieden, doet geen afbreuk aan het feit dat de bewoordingen van de thans BB zich ook zonder die schorsing verzetten tegen de tenuitvoerlegging zolang verzoekers lopende asielprocedures niet zijn beëindigd. Bovendien blijkt verzoeker geenszins te worden geconfronteerd met een snelle of onverwachte beëindiging van de lopende asielprocedures waardoor de uitleveri...

  • Vonnis van Raad van State, 17 juli 2017

    Nu het op de percelen van de verzoekende partij toepasselijke stedenbouwkundige voorschrift bepaalt dat zolang de overdruk niet wordt benut, de grondkleur van toepassing is, wordt niet ingezien dat de tenuitvoerlegging van het GRUP "onmiddellijk" een kruis zou maken over de verdere activiteiten van de verzoekende partij en wordt het betoog dat de verzoekende partij niet langer een stedenbouwkundige vergunning voor een bijkomende loods zal kunnen "aanvragen\

  • Vonnis van Raad van State, 14 juli 2017

    De verzoekende partij beschikt als uitgewonnen inschrijver over een gekwalificeerd moreel belang om de gunningsbeslissing aan te vechten. De verzoekende partij moet niet aantonen dat de opdracht aan haar moest worden gegund om zich op dit belang te kunnen beroepen. Dat de verzoekende partij bij een nietigverklaring een kans heeft om de opdracht aan haar te zien gegund, is voldoende.

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 28 maart 2017

    In de mate dat de verzoekende partijen betogen dat de omstandigheid dat bepaalde oplossingen aangeboden in de initiële offerte van de gekozen inschrijver, niet zijn getest tijdens de Proof of Concept (POC) of ontoereikend zijn bevonden, had moeten leiden tot het weren van deze offerte, gaan zij...

  • Vonnis van Raad van State, 20 april 2017

    In het advies van de KI wordt, na advies in dezelfde zin van de procureur-generaal, overwogen dat "de uitvoering van de straf [\u0085] noch naar Oekraïens recht noch naar Belgisch recht [is] verjaard" en in de BB wordt overwogen dat "de verjaring van de straf naar Belgisch, noch naar ...

  • Vonnis van Raad van State, 16 juni 2016

    De verordening (EG) nr. 273\/2004 heeft tot doel het instellen van een doeltreffende controle op de chemicaliën die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen als wapen in de strijd tegen drugssmokkel. Het is in het licht van deze nauw met de...

  • Vonnis van Raad van State, 9 juni 2016

    In zoverre bepaalde stukken door de verwerende partij als vertrouwelijk worden aangemerkt, hoeft de RvS voor de beslechting van de zaak geen beroep te doen op die stukken, zodat een uitspraak over de eventuele opheffing van de ingeroepen vertrouwelijkheid zich actueel niet opdringt. ...

  • Vonnis van Raad van State, 19 juni 2017

    Het bijzonder bestek legt als technische bekwaamheid op dat een inschrijver beschikt over een "VCA-certificaat of gelijkwaardig ten bewijze dat de firma voldoet aan de minimumeisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu of een gelijkwaardig document voor buitenlandse inschrijvers&qu...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2017

    De verzoekende partij heeft, overeenkomstig art. 173 BWRO, op 14 april 2015 bij aangetekend schrijven een herinnering gericht aan de regering. Het tweede bestreden besluit werd met een op 13 mei 2015 ter post aangetekend verzonden brief naar de verzoekende partij verstuurd. Zodoende is er geen...

  • Vonnis van Raad van State, 26 maart 2012

    Een beschermingsbesluit dient de waarden uiteen te zetten om tot een bescherming over te gaan, wat te dezen ook gebeurd is, zonder dat uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd waarom bepaalde percelen niet opgenomen worden. Het feit dat de bescherming als dorpsgezicht niet meer opgenomen werd in het...

  • Vonnis van Raad van State, 14 oktober 2014

    De zaak is ingeleid voor de minderjarige zoon, namens wie de ouders optreden als wettelijke vertegenwoordigers. Een regelmatige vertegenwoordiging die rechtstreeks voortvloeit uit de regelgeving en waaromtrent geen bijzondere opmerkingen te maken zijn, wordt niet ten overvloede vermeld in het...

  • Vonnis van Raad van State, 3 december 2015

    Ten gevolge van art. 6 van het Waals decreet van 17 juli 2008 betreffende enkele vergunningen waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan, werd de bestreden vergunning onttrokken aan de rechtsmacht van de RvS. Deze bepaling werd echter door het GwH vernietigd en werd de RvS door het...

  • Vonnis van Raad van State, 19 oktober 2010

    Een tuchtmaatregel en het goedkeuringsbesluit kunnen aangevochten worden in eenzelfde annulatieberoep in die zin dat het tuchtbesluit de goedkeuring nodig heeft om uitvoerbaar te zijn, zodat een beroep dat is ingesteld voordat de overheid die is belast met het goedkeuringstoezicht zich heeft...