• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 22 september 2017

    De kritiek komt er op neer dat op het document waarop het voor de ruimtelijke ordening bevoegde bestuur de ontvangstdatum heeft gestempeld ook een handtekening had dienen voor te komen en dat in de hoofding van de begeleidende brief waarmee het voorlopig beschermingsbesluit is overgemaakt aan de stad, de vermelding van het college van burgemeester en schepenen niet had mogen voorkomen. Daargelaten de vraag of het effectief gaat om tekortkomingen in de communicatie tussen de bevoegde overheidsdiensten, moet vastgesteld worden dat ze geen invloed hebben uitgeoefend op de draagwijdte van de genomen beslissingen en de verzoekende partij evenmin een waarborg hebben ontnomen.

  • Vonnis van Raad van State, 19 september 2017

    Een rechtstreekse band tussen de bestreden beslissing en de verhuis van een grote elektronicawinkel naar de kwestieuze site is allerminst evident, aangezien de beslissing tot het beëindigen van haar handelsovereenkomst op de huidige plaats door deze winkel werd genomen vóór de bestreden beslissing. De verzoekende partijen tonen daarnaast niet aan dat de financiële gevolgen die zij door de bestreden beslissing zullen moeten ondergaan, een onmiddellijke schorsing van de bestreden beslissing verantwoorden. Dit geldt des te meer nu de betrokken winkel tot 30 juni 2018 op de huidige plaats blijft en er tot dan geen sprake is van een direct financieel nadeel voor de verzoekende partijen. Ten slotte blijken de verzoekende partijen zich in een staat van vereffening te bevinden en besteden zij a...

  • Vonnis van Raad van State, 19 september 2017

    De verzoekende partij verzet zich in hoofdzaak tegen de oprichting en de exploitatie van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinstallatie in de nabijheid van haar woning. De daarmee verband houdende hinder zijn een mogelijk rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van de voor deze installatie verleende stedenbouwkundige vergunning en\/of milieuvergunning, doch niet van de bestreden verklaring van openbaar nut van de oprichting van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur. De verzoekende partij blijkt de voormelde vergunningen niet met een vordering tot schorsing te hebben bestreden. In zoverre ontbreekt het vereiste rechtstreeks verband tussen de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de aangevoerde spoedeisendheid.

  • Vonnis van Raad van State, 12 september 2017

    Het bestreden gemeentelijk RUP voorziet in de oprichting van een hoogteaccent met een kroonlijsthoogte van 29 meter in een onbebouwd binnengebied van wat in het GRS van de het "multifunctioneel centrumgebied" wordt genoemd. Volgens de toelichtingsnota bevat een hoogteaccent minimaal zes bouwlagen. Volgens het richtinggevend gedeelte van het GRS is in het "multifunctioneel centrumgebied" "middelhoogbouw" toegelaten, te weten bebouwing van 3 à 4 bouwlagen. Het bestreden RUP wijkt dan ook af van het GRS, zonder dat de door art. 2.1.2, § 3, VCRO gestelde vereisten voor een afwijking van de richtinggevende bepalingen van het GRS werden gerespecteerd.

  • Vonnis van Raad van State, 29 augustus 2017

    De verzoekende partij werd reeds op 17 maart 2017 uitgeleverd. Het betrokken land is er na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing geenszins toe gehouden de verzoekende partij terug te sturen, zelfs niet indien België in dat geval daartoe diplomatieke druk zou kunnen uitoefenen. De verzoekende partij stelt ten onrechte dat een effectief beroep onmogelijk wordt gemaakt indien de tenuitvoerlegging van de beslissing tot uitlevering zijn belang zou aantasten. Zij gaat immers voorbij aan de mogelijkheid om een vordering tot schorsing bij UDN in te dienen. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk bij gebrek aan actueel belang.

  • Vonnis van Raad van State, 21 augustus 2017

    Het intekenen op de overheidsopdracht kan niet worden aangezien als een daad van dagelijks bestuur. De verzoekende partij concretiseert bovendien niet op afdoende wijze dat wat het indienen van de voorliggende offerte betreft, de cumulatieve voorwaarden van het geringe belang van de verrichting en de noodzaak van een snelle oplossing vervuld zijn opdat de organen van de verzoekende partij belast met het dagelijks bestuur bevoegd zouden zijn om in die hoedanigheid een derde te mandateren. De offerte blijkt niet door een daartoe bevoegd persoon ondertekend te zijn, waardoor de verwerende partij de offerte substantieel onregelmatig mocht bevinden. De omstandigheid dat in het recente verleden andere aanbestedende overheden anders hebben beslist, bindt de verwerende partij niet en kan niet -...

  • Vonnis van Raad van State, 17 augustus 2017

    De verzoekende partij vraagt de debatten te heropenen indien een, volgens haar, determinerende e-mail geen deel uitmaakt van het administratief dossier. Het gegeven dat de betrokken e-mail te dezen geen deel uitmaakt van het door de verwerende partij neergelegde administratief dossier noch van de door de verzoekende partij bij het verzoekschrift gevoegde overtuigingsstukken, motiveert op zich niet het bevelen van een heropening van het debat. De gevraagde heropening van het debat strekt er in wezen toe de verzoekende partij de gelegenheid te geven om met een nieuw stuk haar standpunt te bewijzen en aldus te repliceren op het standpunt van de verwerende partij en het advies van het auditoraat op de terechtzitting. Een dergelijke wens is geen grond tot heropening van het debat. Voorts hee...

  • Vonnis van Raad van State, 7 augustus 2017

    Op grond van art. 4, 1°, van het KB van 27 december 1994 worden de wisselkantoren slechts geregistreerd en wordt hun registratie slechts gehandhaafd voor zover de personen die de feitelijke leiding waarnemen, over de noodzakelijke betrouwbaarheid en de passende ervaring beschikken om deze functies waar te nemen. Zo niet kan de FSMA (en de minister van Financiën) in toepassing van art. 13, § 1, juncto art. 10, eerste lid, van het KB van 27 december 1994 de registratie schorsen of herroepen. Zij beschikken hiervoor over een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De bestreden beslissingen steunen op de vaststellingen die de FSMA heeft gedaan na inzage van het strafdossier in een lopend strafrechtelijk onderzoek lastens onder meer de verzoekende partij. De enkele omstandigheid dat de feit...

  • Vonnis van Raad van State, 4 augustus 2017

    De richtlijn 2014\/24\/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004\/18\/EG werd niet tijdig omgezet (tegen 18 april 2016) in het interne recht. Die richtlijn heeft het onderscheid tussen prioritaire diensten (A-diensten) en niet-prioritaire diensten (B-diensten) afgeschaft terwijl in het intern recht dat onderscheid nog behouden is tot aan de totstandkoming van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die op 30 juni 2017 in werking is getreden. De opdracht is door de verwerende partij volgens de tot dan geldende nationale regeling beschouwd als een B-dienst waarvoor geen Europese bekendmaking was vereist, hetgeen de zij dan ook niet gedaan heeft. De verzoekende partij stelt...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juli 2017

    Op grond van art. 58, § 3, van het KB Plaatsing mag het minimum aantal geselecteerden niet kleiner zijn dan vijf bij beperkte procedure en niet kleiner dan drie bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking of concurrentiedialoog en moet het aantal geselecteerden in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, voor zover er voldoende geschikte kandidaten zijn. Indien het een opdracht betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, geeft de aanbestedende overheid in de aankondiging van opdracht het minimum en eventueel het maximum aantal geselecteerden aan dat zij vooropstelt. In het verslag aan de Koning wordt hierover gesteld dat volgens de rechtspraak van het HvJ dit minimumaantal in de aankondiging van opdracht niet als een maximumaa...

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 19 juni 2017

    Het bijzonder bestek legt als technische bekwaamheid op dat een inschrijver beschikt over een "VCA-certificaat of gelijkwaardig ten bewijze dat de firma voldoet aan de minimumeisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu of een gelijkwaardig document voor buitenlandse inschrijvers&qu...

  • Vonnis van Raad van State, 28 maart 2017

    In de mate dat de verzoekende partijen betogen dat de omstandigheid dat bepaalde oplossingen aangeboden in de initiële offerte van de gekozen inschrijver, niet zijn getest tijdens de Proof of Concept (POC) of ontoereikend zijn bevonden, had moeten leiden tot het weren van deze offerte, gaan zij...

  • Vonnis van Raad van State, 20 april 2017

    In het advies van de KI wordt, na advies in dezelfde zin van de procureur-generaal, overwogen dat "de uitvoering van de straf [\u0085] noch naar Oekraïens recht noch naar Belgisch recht [is] verjaard" en in de BB wordt overwogen dat "de verjaring van de straf naar Belgisch, noch naar ...

  • Vonnis van Raad van State, 16 juni 2016

    De verordening (EG) nr. 273\/2004 heeft tot doel het instellen van een doeltreffende controle op de chemicaliën die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen als wapen in de strijd tegen drugssmokkel. Het is in het licht van deze nauw met de...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2017

    De verzoekende partij heeft, overeenkomstig art. 173 BWRO, op 14 april 2015 bij aangetekend schrijven een herinnering gericht aan de regering. Het tweede bestreden besluit werd met een op 13 mei 2015 ter post aangetekend verzonden brief naar de verzoekende partij verstuurd. Zodoende is er geen...

  • Vonnis van Raad van State, 21 augustus 2017

    Het intekenen op de overheidsopdracht kan niet worden aangezien als een daad van dagelijks bestuur. De verzoekende partij concretiseert bovendien niet op afdoende wijze dat wat het indienen van de voorliggende offerte betreft, de cumulatieve voorwaarden van het geringe belang van de verrichting en...

  • Vonnis van Raad van State, 9 juni 2016

    In zoverre bepaalde stukken door de verwerende partij als vertrouwelijk worden aangemerkt, hoeft de RvS voor de beslechting van de zaak geen beroep te doen op die stukken, zodat een uitspraak over de eventuele opheffing van de ingeroepen vertrouwelijkheid zich actueel niet opdringt. ...

  • Vonnis van Raad van State, 14 juli 2017

    In de mate waarin bij de feiten weergegeven of bij de bespreking van de middelen stukken ter sprake komen die voorlopig vertrouwelijk worden gehouden, wordt enkel de inhoud ervan weergegeven zoals deze blijkt uit andere niet-vertrouwelijke stukken, uit het verzoekschrift, de nota of het...

  • Vonnis van Raad van State, 26 maart 2012

    Een beschermingsbesluit dient de waarden uiteen te zetten om tot een bescherming over te gaan, wat te dezen ook gebeurd is, zonder dat uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd waarom bepaalde percelen niet opgenomen worden. Het feit dat de bescherming als dorpsgezicht niet meer opgenomen werd in het...

  • Vonnis van Raad van State, 14 oktober 2014

    De zaak is ingeleid voor de minderjarige zoon, namens wie de ouders optreden als wettelijke vertegenwoordigers. Een regelmatige vertegenwoordiging die rechtstreeks voortvloeit uit de regelgeving en waaromtrent geen bijzondere opmerkingen te maken zijn, wordt niet ten overvloede vermeld in het...