Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, April 26, 2022

    Op grond van art. 7.2.0 van het inrichtingsbesluit volgt dat de bedrijfszone reeds onder vigeur van het gewestplan een bufferzone diende te bevatten. Wat het bestreden gemeentelijk RUP ten opzichte van het gewestplan toevoegt is de nadere specificatie van de precieze inplantingsplaats van de groenbuffer. In zoverre de bestemmingsvoorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP bepalen welke industriële of ambachtelijke bedrijven al dan niet gevestigd kunnen worden in de bedrijfszone van het gewestplan, zijn ze te beschouwen als een beperkte nadere specificatie van het aangehaalde gewestplanvoorschrift. De verzoekende partij overtuigt er niet van dat de voornoemde specificaties méér zouden zijn dan een kleine wijziging.

  • Vonnis van Raad van State, April 26, 2022

    De BB inzake loopbaanbeëindiging omwille van het bereiken van de leeftijdsgrens van 65 jaar is expliciet ingetrokken. Door die intrekking is het verzoekschrift zonder voorwerp - doelloos - en dienvolgens onontvankelijk geworden. Er wordt toepassing gemaakt van artikel 30, § 5, van de RvS-wet dat bepaalt dat wanneer een vordering tot schorsing en een verzoekschrift tot nietigverklaring aanhangig worden gemaakt bij de RvS en wanneer de aangeklaagde akte ingetrokken wordt, de RvS in een en hetzelfde arrest uitspraak kan doen over de vordering tot schorsing en over het verzoekschrift tot nietigverklaring zonder dat de voortzetting van de procedure kan worden gevorderd. Bij gebrek aan beslissing heeft verzoeker zich gebaseerd op de mededeling van de nota van de dienst personeelsbeheer van 12 april 2022 waarin gesteld werd dat het akkoord om langer in dienst te blijven niet werd verlengd zodat zijn loopbaan met ingang van 1 mei 2022 beëindigd werd. Door deze communicatie kon verzoeker er terecht vanuit gaan dat zijn aanvraag om langer in dienst te blijven was geweigerd en dat hij vanaf 1 mei 2022 met pensioen werd gesteld. Die mededeling blijkt niet correct te zijn vermits er over verzoekers aanvraag nog geen beslissing werd genomen. Verzoeker is aldus misleid zodat hem niet kan worden verweten voorbarig te hebben gehandeld door de nota van de dienst Loopbaanbeheer van 12 april 2022 aan te vechten met het voorliggende enig verzoekschrift op 16 april 2022. Gelet op de intrekking van de BB dient verzoeker als de in het gelijk gestelde partij te worden beschouwd. De gevorderde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro dient verlaagd te worden tot het basisbedrag van 700 euro vermits in één en hetzelfde arrest uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring.

  • Vonnis van Raad van State, April 25, 2022

    Ingeval een GRS een gedeeltelijke goedkeuring van de deputatie heeft gekregen, bestaat het na dit deputatiebesluit in werking getreden GRS slechts uit het door de deputatie goedgekeurde gedeelte. Het is enkel dit gedeelte dat voor de gemeente geldt wanneer zij een gemeentelijk RUP opmaakt. De verwerende partij maakt te dezen toepassing van de richtinggevende bepalingen van het GRS zoals haar gemeenteraad die heeft vastgesteld, waarbij abstractie wordt gemaakt van het deputatiebesluit, dat de betrokken richtinggevende bepalingen uitdrukkelijk van goedkeuring heeft uitgesloten. Dat er sinds het van kracht worden van het GRS veel tijd is verstreken en veel is veranderd, kan het negeren van het deputatiebesluit niet goedmaken. Krachtens art. 2.1.18, § 1, VCRO blijft het (goedgekeurde gedeelte van het) GRS immers van kracht totdat het door een nieuw goedgekeurd GRS is vervangen. De verwerende partij heeft haar GRS op onwettige wijze heeft toegepast.

  • Vonnis van Raad van State, April 21, 2022

    Uit de artt. 9.3 en 2.4 van het verdrag van Aarhus volgt dat België en de deelstaten de verplichting op zich hebben genomen om leden van het publiek de toegang tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures te verzekeren ingeval zij met de bepalingen van het nationale milieurecht strijdig handelen en nalaten van privépersonen en overheidsinstanties willen betwisten, voor zover zij daartoe voldoen aan de in het nationale recht neergelegde criteria. Die criteria mogen niet zodanig worden omschreven of uitgelegd dat zij de toegang van de leden van het publiek in dergelijk geval onmogelijk maken. De rechter vermag de in het nationale recht vastgelegde criteria uit te leggen in overeenstemming met de doelstellingen van art. 9.3 van het verdrag van Aarhus (de reflexwerking van de artt. 9.3 en 2.4 van het verdrag van Aarhus).

  • Vonnis van Raad van State, April 21, 2022

    Uit art. 12, § 1, 2°, OVD volgt dat 'bij het indienen van een beroep' een dossiertaks verschuldigd is. Art. 87, § 1, tweede en derde lid, OVB voorziet in een regularisatiemogelijkheid om ontbrekende bewijsstukken, waaronder het, in het geval een dossiertaks is voorgeschreven, noodzakelijke bewijs van betaling van die dossiertaks, alsnog bij te brengen. Art. 12 OVD - al dan niet samengelezen met art. 87, § 1, tweede lid, 1°, OVB - verplicht niet tot betaling van de verschuldigde dossiertaks bij het indienen van een beroep.

  • Vonnis van Raad van State, April 21, 2022

    De RvS kan naar aanleiding van het cassatieberoep tegen het bestreden schorsingsarrest ter beantwoording van het middel enkel nagaan of de RvVb wettig heeft kunnen besluiten na "een eerste voorlopig onderzoek" dat het aangevoerde middel "ernstig" is omdat de deputatie "op het eerste gezicht" geen zorgvuldig onderzoek heeft gevoerd naar de concrete omstandigheden zodat zij niet met kennis van zaken de noodzaak van een voorafgaande verkavelingsvergunning heeft kunnen beoordelen.

  • Vonnis van Raad van State, April 21, 2022

    Overeenkomstig art. 16.4.17, § 1, DABM kan degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd bij de minister beroep indienen tegen het besluit houdende bestuurlijke maatregelen, met inbegrip van de eventuele opgelegde bestuurlijke dwangsommen. Dit beroep moet, krachtens art. 16.4.17, § 3, eerste lid, DABM op straffe van onontvankelijkheid worden ingediend "binnen een termijn van veertien dagen vanaf de kennisgeving van het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen". De manier waarop de termijn wordt berekend wordt bepaald in art. 16.1.3 DABM, dat niet vereist dat de beroepstermijn slechts een aanvang kan nemen nadat de kennisgeving van de beslissing door de betrokkene effectief in ontvangst werd genomen.

  • Vonnis van Raad van State, April 19, 2022

    Het feit dat de verzoekende partij in tussenkomst niet is tussengekomen in de eerdere procedure die geleid heeft tot arrest nr. 252.567 is geen reden om haar de tussenkomst in de huidige procedure te ontzeggen.

  • Vonnis van Raad van State, April 08, 2022

    De bevoegdheid om bepaalde gevolgen te handhaven kan slechts worden gehanteerd wanneer vaststaat dat de vernietiging zonder meer van de bestreden handeling zeer zware gevolgen zou hebben op het stuk van de rechtszekerheid. Ingevolge art. 14ter RvS-wet dienen "uitzonderlijke redenen die een aantasting van het legaliteitsbeginsel rechtvaardigen" te worden aangetoond vooraleer specifieke gevolgen van een vernietigd besluit kunnen worden gehandhaafd. De verwerende of tussenkomende partijen dienen dan ook te bewijzen dat, specifiek vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid, de vernietiging onaanvaardbare gevolgen zou teweegbrengen. Gelet op het uitzonderlijk karakter van de handhaving van de gevolgen van een vernietigd besluit, komt het de verwerende of de tussenkomende partij toe om nauwgezet de gevolgen aan te duiden die moeten worden gehandhaafd en voor welke tijd.

  • Vonnis van Raad van State, April 08, 2022

    De bestreden beslissing stelt het door de landcommissie opgemaakte grondruilplan vast en steunt voor haar motivering op de door deze landcommissie gedane beoordeling van de bezwaarschriften. Deze motivering wordt in het enige middel van verzoeker betwist. Er is bijgevolg reden om de landcommissie, initieel in het debat als tussenkomende partij toegelaten, finaal als een tegenpartij aan te merken en te behandelen.

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, November 13, 2013

    De verzoekende partij voert tevergeefs de schending aan van de rechten van verdediging als algemeen rechtsbeginsel van toepassing in tuchtzaken: 1) de thans bestreden beslissing is exclusief gesteund op de verklaring die de verzoekende partij zelf heeft afgelegd naar aanleiding van een met haar...

  • Vonnis van Raad van State, January 19, 2016

    In hoofdorde wordt besloten dat geen beslissing ten gronde kan worden genomen. De ondergeschikte beslissing realiseert zich enkel mits de RvS zou stellen dat er wel degelijk een beslissing ten gronde moet genomen worden. De enkele bewering dat de ondergeschikte beslissing "berust op een gegeven van ...

  • Vonnis van Raad van State, July 18, 2016

    In de mate waarin in dit arrest stukken ter sprake komen die door verzoeksters als vertrouwelijk worden bestempeld, wordt enkel de inhoud ervan weergegeven zoals zij die in hun verzoekschrift vermelden en waarvan zij ter terechtzitting bevestigen, te verzaken aan de gevraagde vertrouwelijkheid. In...

  • Vonnis van Raad van State, September 02, 2014

    De bij artikel 149 van de Grondwet opgelegde verplichting aan de rechter om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Artikel 19, § 6, van het Procedurereglement van de Kamer van eerste aanleg en van de Kamers van beroep bij de DGEC...

  • Vonnis van Raad van State, November 05, 2021

    Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de UDN in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De RvS kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en...

  • Vonnis van Raad van State, March 12, 2015

    De verw.p. heeft de gezondheidsproblematiek die verbonden is aan de exploitatie van een internationale luchthaven, met inbegrip van het nachtelijke vliegverkeer, niet veronachtzaamd. Zij heeft niet onzorgvuldig gehandeld door op zicht van het beschikbare wetenschappelijk onderzoek, de gevraagde...

  • Vonnis van Raad van State, December 20, 2016

    Bij gebrek aan een uitvoeringsbesluit kan het koninklijk besluit van 16 november 2006 wat de selectie en de aanstelling van de management- en staffuncties in de CDSCA betreft, niet worden toegepast. Het is daardoor onmogelijk om uit te maken of de te begeven functie een managementfunctie -1 is of...

  • Vonnis van Raad van State, June 09, 2015

    Het redelijkheidsbeginsel kan slechts geschonden zijn indien de administratieve overheid een beslissing neemt die dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot deze...

  • Vonnis van Raad van State, March 07, 2017

    Het komt aan de RvS toe om de bestreden gunningsbeslissing op haar rechtmatigheid te toetsen, welke toetsing geenszins beperkt is tot de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten. De overeenstemming met onder meer art. 3 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke...

  • Vonnis van Raad van State, October 25, 2016

    De onduidelijkheid in de omschrijving van het voorwerp leidt voorts niet noodzakelijk tot de onontvankelijkheid van het beroep, indien die onduidelijkheid haar oorzaak vindt in de houding van het bestuur zelf. De verwerende partij weet ook dat zij verzoeker bezwaarlijk ten kwade kan duiden dat hij...

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT