• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 26 februari 2019

    De beperkte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, volstaat niet om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen. Het ICD gaat uitvoerig in op alle aspecten die verband houden met de mobiliteit en de bereikbaarheid van het nieuwe handelscomplex en besluit na afweging daarvan dat het gevraagde voor vergunning in aanmerking komt. De omstandigheid dat het college van burgemeester en schepenen van de stad er in eerste bestuurlijke aanleg inzake mobiliteit een ander standpunt dan het ICD op nahoudt, volstaat voorts evenmin om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen.

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    Er wordt niet aangetoond dat de bestreden beslissing de rechtstoestand van de verzoekende partij zou wijzigen, waardoor deze haar niet betekend diende te worden. Wat de feitelijke kennisname van de inhoud van de bestreden beslissing door de verzoekende partij betreft, wordt vooreerst vastgesteld dat haar bestuurder en de gedelegeerd bestuurder bij de stemming over de bestreden beslissing vertegenwoordigd waren en dat de vertegenwoordiger aan het debat en de stemming heeft deelgenomen. Aangenomen moet worden dat de zij ingevolge de voormelde vertegenwoordiging op 6 april 2016 van de inhoud van de bestreden beslissing kennis heeft genomen. Het door haar op 21 april 2017 ingediende beroep is laattijdig.

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    De verwerende partij beperkt de vraag of zij inzake de vaststelling van representativiteit van de verzoekende partij slechts over een gebonden bevoegdheid beschikt, tot de (naleving van de) termijn die voorgeschreven wordt door art. 9, tweede lid, van het KB van 8 februari 2001 inzake het indienen van een aanvraag. Die zienswijze lijkt echter al te beperkt. Daargelaten nog dat de verzoekende partij te dezen net betwist dat zij een dergelijke aanvraag tot vaststelling (van het behoud van) representativiteit moest indienen, dient op het eerste gezicht de vraag, of de verwerende partij inzake de representativiteit van de verzoekende partij slechts over een gebonden bevoegdheid dan wel over een appreciatiemarge beschikt, te moeten worden beoordeeld op grond van het al dan niet vervuld zijn ...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De verzoekende partijen voeren de schending van de materiëlemotiveringsplicht aan omdat de motivering van de verwerping van hun bezwaar niet strookt met de realiteit van het dossier en niet overeenstemt met de inhoud van het bezwaar. In het auditoraatsverslag wordt geoordeeld dat het dossier geen enkel stuk bevat waaruit blijkt dat de bezwaren van de verzoekende partijen daadwerkelijk werden onderzocht, noch waaruit zou blijken hoe dat onderzoek dan wel werd gevoerd en hoe de verwerende partij tot het besluit is kunnen komen dat de aangehaalde argumenten los staan van het voorwerp van het openbaar onderzoek. De verwerende partij, die noch een memorie van antwoord indiende, noch ter terechtzitting vertegenwoordigd was, betwist een en ander kennelijk niet. De zienswijze van de verzoekende...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De RvS vernietigde de eerdere vergunning omdat deze tot stand gekomen is met schending van het onpartijdigheidsbeginsel, gelet op de verbintenissen die de verwerende partij is aangegaan in een convenant. Door het besluitvormingsproces te hernemen zonder het NSECD opnieuw om advies te vragen - met inbegrip van de uitnodiging door dit comité van de aangrenzende gemeenten in toepassing van art. 7, § 2, van de handelsvestigingenwet - miskent de verwerende partij het gezag van gewijsde van 's Raads vernietigingsarrest en de op haar rustende verplichting tot zorgvuldige besluitvorming.

  • Vonnis van Raad van State, 7 februari 2019

    De verw partij vermocht niet aan de vraag van de provinciale dienst Waterlopen en de Procoro naar een planologische oplossing voor de watergevoeligheid van het kwestieuze deelgebied - problematiek waarop eerder ook de gemeente in haar ongunstig advies had gewezen - voorbij te gaan. Door dit toch te doen, schendt zij het zorgvuldigheidsbeginsel en art. 8 DIWB. Dat "een uitbreiding van de contouren van het plan niet meer aan de orde" was, en zelfs "ruimtelijk niet wenselijk [werd] geacht\

  • Vonnis van Raad van State, 7 februari 2019

    De met de bestaande waterproblematiek verbonden nadelen betreffen evident geen rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. De onmiddellijke schorsing van het bestreden besluit vermag die reeds bestaande nadelen niet te verhelpen.

  • Vonnis van Raad van State, 5 februari 2019

    De opgelegde tuchtstraf van het ontslag van ambtswege heeft voor verzoeker ingrijpende gevolgen op materieel-financieel vlak. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat het volledig wegvallen van verzoekers maandelijks beroepsinkomen op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast en dat het volledig verlies van wedde hem in een moeilijke financiële situatie zal plaatsen. Verzoeker maakt voorts aannemelijk - onder meer met een bewijs van zijn familiale situatie en met stukken waaruit zijn vaste maandelijkse kosten blijken - dat in de persoonlijke financiële situatie waarin hij zich bevindt, deze financiële schade onherroepelijk dreigt te worden indien hij zou dienen te wachten op een uitspraak van de RvS over zijn beroep tot nietigverklaring. Deze vaststelling volstaat om te besluiten ...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft niet tot gevolg dat verzoekers opleiding wordt beëindigd, noch dat het hem onmogelijk wordt gemaakt die opleiding te voltooien. Deze beslissing houdt enkel in dat hij geen vrijstelling krijgt van deelname aan het volhardingskamp. De eindjury kan die de opleiding op elk ogenblik stopzetten met een gemotiveerde beslissing, waartegen verzoeker gebruik kan maken van de voorhanden zijnde rechtsmiddelen. Bovendien heeft verzoeker zelf een medisch attest ingediend waarin hij tot en met 10 maart 2019 ongeschikt wordt bevonden om "zware fysieke inspanningen" te leveren. Het valt dan ook niet in te zien hoe hij thans, zelfs met een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, in de mogelijkheid zou zijn de opleiding, waarva...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    De feitenrechter oordeelt soeverein over de bewijswaarde van de door een partij overgelegde stukken. In het bestreden arrest wordt niet enkel aangehaald dat in Afghanistan op grote schaal wordt gefraudeerd met dergelijke documenten en dat ze er eenvoudigweg illegaal en tegen betaling kunnen worden verkregen, maar ook dat "verzoekers asielrelaas en vrees reeds ongeloofwaardig is bevonden en de vaststellingen dienaangaande kracht van gewijsde genieten\

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 17 september 2013

    Vergunningen die voor de datum van inwerkingtreding van het milieuvergunningsdecreet zijn verleend, blijven geldig voor de in het vergunningsbesluit bepaalde vergunningstermijn, en zulks uiterlijk tot 1 september 2016. Die vergunningen zijn niet beperkt tot deze verleend op grond van het ARAB,...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2014

    Alhoewel de offerte van de eerste en tweede tussenkomende partij slechts als tweede werd gerangschikt hebben zij er belang bij dat de vordering wordt afgewezen nu de verzoekende partij ook de schorsing van de tenuitvoerlegging bij UDN vordert van de beslissing van de PMV om hun offerte regelmatig...

  • Vonnis van Raad van State, 27 maart 2014

    De constructies van de windturbines is een zaak van een bouwvergunning. Indien daaruit voor de verzoekers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou kunnen voortvloeien, kunnen zij dergelijk nadeel niet aanvoeren bij hun verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning die...

  • Vonnis van Raad van State, 27 februari 2014

    Uit de beslissing tot de weigering van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag van de verzoeker.p. kan worden afgeleid dat zij de modaliteiten van het door haar voorgenomen project mogelijkerwijze zal moeten afstemmen op de met het bestreden besluit vergunde windturbines. Ook al beschikt de...

  • Vonnis van Raad van State, 16 juni 2014

    De zaak betreft de samenloop van een centraal georganiseerde proef en een selectie op het niveau van de scholengroep in het kader van de aanstelling van een algemeen directeur. Het enkele feit dat de raad van bestuur van de scholengroep een eigen onderzoek heeft gedaan naar de aanspraken en...

  • Vonnis van Raad van State, 23 oktober 2018

    Art. 1.3.2, § 3, derde lid, 7° en 8°, VCRO voorziet er uitdrukkelijk er dat de Procoro mede wordt samengesteld uit leden-deskundigen die werkzaam zijn op het provinciebestuur. Deze omstandigheid toont derhalve nog geen ontoelaatbare vooringenomenheid of partijdigheid in hun hoofde aan. Verder...

  • Vonnis van Raad van State, 2 juli 2015

    Bij de beoordeling van een milieuvergunningsaanvraag moet de overheid de regels inzake ruimtelijke ordening betrekken. Het gegrond bevinden van het middel zoals door de verzoeker.p. aangevoerd zal leiden tot het onwettig bevinden van de bestreden vergunning zodat de inrichting niet zal kunnen...

  • Vonnis van Raad van State, 11 juni 2015

    Voor het beweerd ontbreken van een maatschappelijk draagvlak, steunt de verw.p. klaarblijkelijk op het feit dat tijdens het openbaar onderzoek 111 bezwaarschriften werden ingediend. De loutere verwijzing naar het aantal ingediende bezwaarschriften, zonder op concrete en ondubbelzinnige wijze aan te ...

  • Vonnis van Raad van State, 28 november 2013

    Het middel bevat geen getrouwe weergave van de formele motivering van de bestreden beslissing. Niet alleen de argumentatie van de provinciale milieudeskundige en van de Provinciale Milieuvergunningscommissie worden in de bestreden beslissing overgenomen, doch deze bevat eveneens de motieven die de...