• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 8 juli 2020

    Na aanpassing door de verwerende partij van de onteigeningsplannen, is tussen partijen een akkoord gesloten en hebben verzoekers hun belang bij het beroep verloren. Het beroep is hierdoor onontvankelijk geworden.

  • Vonnis van Raad van State, 2 juli 2020

    Het rijverbod heeft maar op een beperkte tijdspanne, wezenlijk tijdens de schoolspitsuren, betrekking. Het was bijgevolg voor verzoekster in het bijzonder zaak om met afdoende gestaafde, nauwkeurige gegevens te doen aannemen dat niettemin het bestreden besluit voor haar een toestand van UDN deed ontstaan die onverenigbaar is, niet slechts met een behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring, maar zelfs met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. Verzoekster brengt geen enkele precisering bij, noch enig stavingsstuk in verband met de beweerde nadelige gevolgen. Het belet de RvS een minimaal duidelijk zicht te krijgen op de impact van het aangevochten besluit op verzoeksters concrete werking en (financiële) toestand.

  • Vonnis van Raad van State, 1 juli 2020

    De verzoekende partij maakt geen schending van het beginsel van de vrijheid van ondernemen, verwoord in art. II.3 WER, aannemelijk. Dit beginsel kent beperkingen, zoals mag blijken uit het bepaalde in art. II.4 WER. De regelgeving inzake ruimtelijke ordening kan geacht worden te behoren tot die regelgeving die bij de uitoefening van de vrijheid van ondernemen in acht moet genomen worden. De noodzakelijkheid van een beperking aan de vrijheid van ondernemen dient niet in het bestreden besluit te worden aangetoond.

  • Vonnis van Raad van State, 24 juni 2020

    Het past, in de specifieke omstandigheden van de zaak, om de kosten ten laste van de verzoekende partijen te leggen. Daar is evenwel geen rechtsplegingsvergoeding bij vermits de verwerende partij niet geacht kan worden een "in het gelijk gestelde partij" te zijn als bedoeld in art. 30\/1, § 1, eerste lid, van de RvS-wet. De onontvankelijkheid te dezen is immers het gevolg van de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 van het decreet van 15 juli 2016 'betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid', waardoor de assortimentswijziging die met de bestreden beslissing wordt vergund niet meer vergunningsplichtig is.

  • Vonnis van Raad van State, 24 juni 2020

    De beoordeling van opportuniteitskritiek behoort niet tot de bevoegdheid van de RvS, die een wettigheidsrechter is. Het komt de RvS niet toe om, in de plaats van de gemeenteraad, zelf uit te maken hoe de openbare weg het best wordt ingericht en welke infrastructuur er het best wordt in opgenomen.

  • Vonnis van Raad van State, 23 juni 2020

    In zoverre het middel de miskenning van de aan de RvVb voorgelegde akten aanvoert en het de RvS ertoe verplicht om na te gaan of die akten het bewijs van een feit bevatten, is het onontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, 23 juni 2020

    Uit art. 11.4.1 van het inrichtingsbesluit blijkt dat para-agrarische bedrijven kunnen worden toegelaten in agrarisch gebied. Bij ontstentenis van nadere omschrijving ter zake, moet deze term in zijn spraakgebruikelijke betekenis worden begrepen. Daaronder moet worden verstaan bedrijven waarvan de activiteit onmiddellijk bij de landbouw in de ruime zin aansluit en erop afgestemd is. De RvVb gaat ervan uit dat het op volwaardige en professionele wijze houden van meer dan 10 paarden van derden een activiteit is die onmiddellijk aansluit bij de landbouw in de ruime zin en erop afgestemd is, en derhalve een para-agrarisch bedrijf is, waardoor de RvVb art. 11.4.1 van het inrichtingsbesluit schendt.

  • Vonnis van Raad van State, 23 juni 2020

    Art. 4.8.2, eerste lid, 3°, VCRO bepaalt dat de RvVb als administratief rechtscollege, bij wijze van arresten, uitspraak doet over de beroepen die worden ingesteld tot vernietiging van "registratiebeslissingen, zijnde bestuurlijke beslissingen waarbij een constructie als 'vergund geacht' wordt opgenomen in het vergunningenregister of waarbij dergelijke opname geweigerd wordt". De beslissing tot (niet-)registratie maakt derhalve een bestuurshandeling uit waartegen beroep kan worden ingesteld bij de RvVb.

  • Vonnis van Raad van State, 17 juni 2020

    Een voor een gemeentelijk BBP opgemaakt plan-MER en de "niet-technische samenvatting" van een milieueffectbeoordeling van een BBP zijn een voor het publiek bestemde mededeling van een plaatselijke dienst in de zin van art. 18 van de bestuurstaalwet. Door tijdens het openbaar onderzoek geen in het Nederlands gesteld plan-MER ter inzage te leggen heeft de gemeente art. 18 van de bestuurstaalwet geschonden. Het ter inzage leggen van die "niet-technische samenvatting" maakt deze onwettigheid niet goed, temeer daar deze "niet-technische samenvatting" uitdrukkelijk aangeeft dat ze er enkel toe strekt "de kernpunten van [de milieueffectbeoordeling] te schetsen" en voor "de details van de argumentatie" verwijst naar het integrale plan-MER.

  • Vonnis van Raad van State, 17 juni 2020

    Uit de artt. 2 en 3 van de motiveringswet volgt dat het bestreden besluit de motieven moet vermelden op grond waarvan de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat een opvangcentrum voor dieren verenigbaar is met de bestemming van landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze motiveringsplicht geldt des te meer nu de verzoekende partijen in hun beroepschriften tegen de in eerste aanleg genomen beslissing hebben aangevoerd dat de inrichting in kwestie niet thuishoort in een agrarisch gebied omdat het geen "landbouwaanverwante" activiteit betreft.

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 14 juli 2017

    In de mate waarin bij de feiten weergegeven of bij de bespreking van de middelen stukken ter sprake komen die voorlopig vertrouwelijk worden gehouden, wordt enkel de inhoud ervan weergegeven zoals deze blijkt uit andere niet-vertrouwelijke stukken, uit het verzoekschrift, de nota of het...

  • Vonnis van Raad van State, 22 mei 2015

    De opdracht wordt gegund middels een onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij toepassing van de regelgeving inzake de nutssectoren. Een onderhandelingsprocedure met bekendmaking wordt gekenmerkt door haar flexibel kader waarbinnen de verwerende partij met de inschrijvers mag onderhandelen en...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2014

    Alhoewel de offerte van de eerste en tweede tussenkomende partij slechts als tweede werd gerangschikt hebben zij er belang bij dat de vordering wordt afgewezen nu de verzoekende partij ook de schorsing van de tenuitvoerlegging bij UDN vordert van de beslissing van de PMV om hun offerte regelmatig...

  • Vonnis van Raad van State, 14 juni 2016

    Conform art. 26 van de wet van 17 juni 2013 komt het aan de RvS toe om het aangevoerde vertrouwelijke karakter van de betrokken stukken van het administratief dossier te beoordelen en daarbij de vereisten van een eerlijk proces en die van het zakengeheim met elkaar af te wegen. Te dezen kan worden...

  • Vonnis van Raad van State, 23 december 2015

    De bestreden beslissing beoogt het verlenen van een zakelijk recht, namelijk een erfpacht waarop de overheidsopdrachtenreglementering niet van toepassing is. De vraag blijft of een transparante marktbevraging moest en werd georganiseerd met respect voor de algemene beginselen van gelijke...

  • Vonnis van Raad van State, 9 februari 2017

    Zowel in de aankondiging als in het bestek werd uitdrukkelijk bepaald dat de inschrijvers een lijst dienden op te gegeven van minimaal één en maximaal drie recente referenties. Indien meer referenties worden meegegeven, behield de aanbestedende overheid zich uitdrukkelijk het recht voor om enkel de ...

  • Vonnis van Raad van State, 30 november 2015

    Er blijkt niet dat de wetgever, door het formuleren van een uitdrukkelijke wetsbepaling (art. 259bis-19, § 1, Gerechtelijk Wetboek) die een vertaling vormt van het onpartijdigheidsbeginsel voor andere dan de in die bepaling opgesomde situaties, de toepassing van het onpartijdigheidsbeginsel heeft...

  • Vonnis van Raad van State, 17 maart 2015

    Artikel 95 van het koninklijk besluit Plaatsing, dat de aanbestedende overheid verplicht de regelmatigheid na te gaan van de offertes van de inschrijvers die aan de voorwaarden van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectiecriteria voldoen, is niet van toepassing bij een onderhandelingsprocedure....

  • Vonnis van Raad van State, 13 juli 2017

    In fase 1 van de onderhandelingsprocedure worden de offertes beoordeeld. Daarna volgt fase 2 met een mondelinge toelichting van "de ingediende offerte". Het toelaten tot de mondelinge toelichting betekent niet automatisch dat de aanbestedende overheid die offerte regelmatig heeft...