• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, October 09, 2020

    Verzoekers kritiek dat de gemeenteraad het aspect van het gemotoriseerd verkeer op de kwestieuze buurtweg niet afdoende bij zijn beoordeling heeft betrokken, gaat er aan voorbij dat de buurtweg voor het overgrote deel over parkeerplaatsen met "biggenruggen" blijkt te lopen, waardoor het volgens de verwerende partij "fysiek onmogelijk [is] dat de buurtweg nog een wegfunctie [kan] vervullen voor gemotoriseerd verkeer".

  • Vonnis van Raad van State, October 09, 2020

    In de bestaande situatie verzekert de betrokken voetweg een "trage" connectie tot aan het betrokken park, die door de bestreden beslissing verdwijnt.

  • Vonnis van Raad van State, October 06, 2020

    Zoals de RvS in herinnering heeft gebracht in de arresten nr. 221.654 van 6 december 2012 en nr. 226.340 van 5 februari 2014, is het een fundamenteel beginsel van onze rechtsorde dat de rechterlijke beslissingen alleen kunnen worden gewijzigd door de aanwending van rechtsmiddelen. De gemeenteraad was ertoe gehouden om aan het met gezag van gewijsde beklede vonnis van de vrederechter gevolg te geven, en om zodoende binnen één maand te rekenen vanaf de datum ervan een formeel verzoek tot de afschaffing van het kwestieuze gedeelte van de buurtweg nr. 3 aan de deputatie te richten. Het staat voorts niet aan de RvS om de rechtmatigheid van dit vonnis te beoordelen. Er kan van een "onterechte druk" van het vonnis op de gemeenteraad dan ook geen sprake zijn en de bestreden beslissingen dienden niet tot de onwettigheid van de gemeenteraadsbeslissing van 23 februari 2017 te besluiten.

  • Vonnis van Raad van State, October 01, 2020

    Indien uit de motivering van een beslissing blijkt dat de nadruk wordt gelegd op de landschapsintegratie versterkt dit de visie dat de constructies zelf de schoonheidswaarde van het landschap wel degelijk aantasten. De esthetische toets moet zich weerspiegelen in de afdoende motivering van de beslissing. De milieuvergunningverlenende overheid moet een esthetische toets uitvoeren, waaruit blijkt dat de overheid heeft nagegaan of de aanvraag de "schoonheidswaarde" en\/of "belevingswaarde" van het landschap respecteert. Deze toets is verschillend van de toets met betrekking tot de overeenstemming van de inrichting met de onmiddellijke omgeving.

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    Naar luid van artikel 39\/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet wordt het bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep verworpen "wanneer de verzoekende partij noch verschijnt noch vertegenwoordigd is". De verzending van de oproeping voor de terechtzitting met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene volstaat echter niet, het is ook vereist dat de betrokkene in de mogelijkheid verkeert er kennis van te nemen. Te dezen blijkt dat de voorwaarden voor toepassing van het voormelde artikel zijn vervuld. Er blijkt geen overmacht noch een schending van verzoeksters recht op verdediging.

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Bij het bestreden arrest van de RvV van 7 februari 2019 worden verzoekers beroepen tegen een bevel om het grondgebied te verlaten en een beslissing houdende inreisverbod van 25 april 2017 verworpen. Hangende het cassatieberoep bij de RvS wordt verzoeker 6 februari 2020 in het bezit gesteld van een A-kaart, geldig tot 20 januari 2021, dit ingevolge een beslissing van 7 januari 2020 houdende machtiging tot tijdelijk verblijf. Ter terechtzitting bevestigt de verwerende partij dat die laatstgenoemde beslissing impliciete opheffing inhoudt van de twee beslissingen van 25 april 2017. Op zijn beurt bevestigt verzoeker dat hij daardoor inderdaad geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. Uit het voorgaande blijkt dat verzoeker geen actueel belang heeft, minstens geen actueel belang aantoont, bij de cassatie van het bestreden arrest, waarmee zijn beroep tot nietigverklaring tegen de aanvankelijk bestreden beslissingen werden verworpen. Het blijkt immers dat die beslissingen moeten worden geacht opgeheven te zijn. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, September 25, 2020

    De Raad van State is een wettigheidsrechter. Als zodanig komt het hem niet toe zich in de plaats van het bestuur te stellen, maar gaat hij alleen de wettigheid na van de bestuurshandelingen die bij hem ontvankelijk bestreden worden. Aldus kan niet worden aanvaard dat verzoekende partij meent in het kader van de gewone schorsing de bezwaren nader en nauwkeuriger te kunnen uitwerken dan zij eerder deed bij de verwerende partij.

  • Vonnis van Raad van State, September 23, 2020

    Te dezen is in de eindconclusie van het medisch onderzoek besloten tot een leeftijd van 18 jaar met een standaarddeviatie van 6 maanden. Deze eindconclusie is bepalend voor de "jongste leeftijd\

  • Vonnis van Raad van State, September 18, 2020

    In de BB van de dienst Voogdij tot vaststelling dat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 'Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen' van de programmawet van 24 december 2002 en bijgevolg de plaatsing onder de hoede door de dienst Voogdij van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de beslissing, moet niet worden aangegeven waarom de leeftijd van de betrokken vreemdeling in twijfel werd getrokken. Het is precies met de BB dat op grond van een medisch onderzoek duidelijk wordt bepaald dat verzoeker de leeftijd van achttien jaar reeds heeft bereikt. Bovendien wordt in de "fiche niet-begeleide minderjarige

  • Vonnis van Raad van State, September 18, 2020

    Kritiek op de wijze van betekening van de BB, in de zin dat het medisch verslag van het leeftijdsonderzoek niet samen met de BB werd betekend, houdt geen verband met een voorgehouden onzorgvuldigheid bij het nemen van die beslissing. Het middel is in die mate niet-ontvankelijk.

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, December 23, 2015

    De bestreden beslissing beoogt het verlenen van een zakelijk recht, namelijk een erfpacht waarop de overheidsopdrachtenreglementering niet van toepassing is. De vraag blijft of een transparante marktbevraging moest en werd georganiseerd met respect voor de algemene beginselen van gelijke...

  • Vonnis van Raad van State, November 30, 2015

    Er blijkt niet dat de wetgever, door het formuleren van een uitdrukkelijke wetsbepaling (art. 259bis-19, § 1, Gerechtelijk Wetboek) die een vertaling vormt van het onpartijdigheidsbeginsel voor andere dan de in die bepaling opgesomde situaties, de toepassing van het onpartijdigheidsbeginsel heeft...

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    Het onpartijdigheidsbeginsel houdt voor de organen van het actief bestuur in dat zij zich moeten onthouden van deelname aan een besluitvormingsproces met betrekking tot aangelegenheden waarin zij zelf een rechtstreeks en persoonlijk belang hebben. Het persoonlijk en rechtstreeks belang kan ook de...

  • Vonnis van Raad van State, June 05, 2019

    De minister heeft, wat betreft de vereiste minimumlengte om toegelaten te worden tot het ambt van (aspirant-) inspecteur van politie in het basiskader, de grens vastgelegd op 152 cm. De stelling van verzoekster dat de minister daarbij tevens een differentie zou moeten maken naargelang de specifieke ...

  • Vonnis van Raad van State, June 11, 2015

    Het strafrechtelijk vermoeden van onschuld staat er niet aan in de weg dat een bestuur bij de uitoefening van zijn discretionaire beoordelingsbevoegdheid rekening houdt met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. De RvS vermag als administratieve cassatierechter niet in ...

  • Vonnis van Raad van State, May 13, 2020

    In het kader van de naleving van de uitzonderlijke maatregelen die de Nationale Veiligheidsraad heeft afgekondigd om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan, hebben de partijen op vraag van de Raad van State er uitdrukkelijk mee ingestemd dat de zaak zal worden behandeld zonder...

  • Vonnis van Raad van State, February 21, 2011

    De bevoegdheden van elk overheidsorgaan, en dus ook van de organen van de Orde der Dierenartsen, zijn noodzakelijk doelgebonden. Vanzelfsprekend is het dan ook uitgesloten dat de organen van de Orde op grond van artikel 6, eerste lid, van de Code der Plichtenleer aan de dierenartsen "om het...

  • Vonnis van Raad van State, October 02, 2019

    Het al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst is een element dat in acht moet worden genomen door de Raad van State met het oog op het beoordelen van zijn rechtsmacht....

  • Vonnis van Raad van State, February 26, 2020

    Art. 7 van het KB van 12 oktober 2010 schrijft voor dat wanneer de overheid de overeenstemming van de verwarmingstoestellen wil controleren, de fabrikant twee toestellen ter beschikking dient te stellen. De beproeving in het laboratorium gebeurt op het eerste toestel. Indien er daarna nood is aan...

  • Vonnis van Raad van State, September 13, 2018

    In casu betreft het bestuurlijke maatregelen tot herstel van een stuk grond naar de oorspronkelijke bos- en natuurfunctie na vaststelling van een milieumisdrijf op grond van schendingen van het bosdecreet. Het stedenbouwkundig- en het milieuhandhavingsbeleid dienen onderscheiden doelstellingen....