• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, 23 december 2019

    Het primair uitputten van een schorsingsprocedure bij de RvVb, om "aldaar haar slaagkansen voor de huidige procedure in te schatten\

  • Vonnis van Raad van State, 20 december 2019

    De vroegere schorsingsvoorwaarde van het MTHEN is niet gelijk te stellen met de voorwaarde in verband met de spoedeisendheid, die zich gebeurlijk pas naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen hangende het vernietigingsberoep zal manifesteren. Onder de vigerende regelgeving, anders dan voorheen, kunnen verzoekers alsdan nog een schorsingsvordering instellen.

  • Vonnis van Raad van State, 17 december 2019

    Wat de intrinsieke degelijkheid van een plan-MER-screening betreft, is de Raad van State niet bevoegd om zijn beoordeling in de plaats van die van de dienst Mer te stellen. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht is hij wel bevoegd om na te gaan of de dienst Mer op grond van juiste, relevante en toereikende feitelijke gegevens in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is. Zonder een inschatting van het mogelijk aantal extra woningen, kon de dienst Mer niet op goede gronden aannemen dat de toename van de ruimte voor wonen en aanverwante functies slechts in een beperkte mate in een verhoging van de mobiliteitsdruk kan resulteren. Dat de plan-MER-screeningsnota een aantal beschouwingen bevat die erop wijzen dat de door het gemeentelijk RUP mogelijk gemaakte ontwikkeling van bijkomende verkeersgenererende activiteiten wordt getemperd, doet niet anders besluiten.

  • Vonnis van Raad van State, 17 december 2019

    Het attest van aanplakking is onlosmakelijk verbonden met de stedenbouwkundige vergunningsbeslissing. Daargelaten of het attest überhaupt voor vernietiging in aanmerking komt, is hoe dan ook de bevoegdheid tot kennisneming van een annulatieberoep ertegen, net als de bevoegdheid tot kennisneming van het annulatieberoep tegen de vergunningsbeslissing, aan de RvS onttrokken, zodat hij ter zake zonder rechtsmacht is.

  • Vonnis van Raad van State, 17 december 2019

    Het enkele feit dat de deputatie partij was in de procedure voor de RvVb volstaat om haar belang te verantwoorden bij het instellen van cassatieberoep tegen het bestreden arrest. Hetgeen de verwerende partijen aanvoeren vermag daar geen afbreuk aan te doen.

  • Vonnis van Raad van State, 17 december 2019

    Er valt niet in te zien waarom verzoeker niet tezamen de schending van de buurtwegenwet en het rooilijnendecreet kan inroepen, daar het zijn stelling is dat de verwerende partij, om wettig te handelen, toepassing diende te maken van ofwel de buurtwegenwet ofwel het rooilijnendecreet, terwijl zij bij het aannemen van de bestreden besluiten noch de buurtwegenwet, noch het rooilijnendecreet heeft toegepast.

  • Vonnis van Raad van State, 5 december 2019

    De spoedeisendheid kan niet voortkomen uit de enkele omstandigheid dat ingevolge de doorlooptijd van de zaak een uitspraak ten gronde zou tussenkomen in een min of meer verre toekomst, waardoor de annulatieprocedure verzoeker niet toelaat een arrest te verkrijgen vóór de in de bestreden handeling vermelde uitvoeringstermijn. De timing die door de bestreden beslissing wordt vooropgesteld staat niet gelijk met een toestand met "onherroepelijke schadelijke gevolgen" en zegt op zich niets over de gevolgen die verzoeker ondervindt bij een voorlopige tenuitvoerlegging in afwachting van een uitspraak ten gronde.

  • Vonnis van Raad van State, 3 december 2019

    Om na te gaan of een nieuw RUP een "kleine wijziging" is ten opzichte van een bestaand RUP, moeten alle verschillen tussen beide plannen in hun geheel worden beschouwd. Aldus is het niet uitgesloten dat - samen beschouwd - meerdere kleine verschillen toch een substantiële of essentiële impact opleveren, zodat er geen sprake is van een "kleine wijziging". Het resultaat van het bestreden gemeentelijk RUP zal de realisatie zijn van één groot - weliswaar uit drie zones bestaand - bedrijventerrein, dat - anders dan de KMO-zone van het gewestplan - paalt aan de N76. Het intekenen van de centrale ontsluitingsas als gezamenlijke ontsluitingsweg van alle bedrijfszones, bevestigt de planologische samenhang tussen deze zones. Er moet worden vastgesteld dat - samen beschouwd - de voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP, ten opzichte van het gewestplan, een ingrijpende ruimtelijke herstructurering impliceren van het betrokken gebied.

  • Vonnis van Raad van State, 29 november 2019

    Uit de stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften voor de groenzone en het erbij horende grafisch plan blijkt voldoende duidelijk waar zij toepassing vinden en waar het groenscherm minstens dient gerealiseerd te worden. Er is geen strijdigheid met de stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften die bepalen dat "verhardingen voor de activiteiten zijn toegestaan, voor zover er geen negatieve impact is op de waterhuishouding. [\u0085]\

  • Vonnis van Raad van State, 29 november 2019

    De verzoekende partij gaat in haar verzoekschrift niet op de inhoud van het MER en de verklarende nota in. Zij komt niet verder dan het louter poneren dat "de aanvrager van de vergunning niet overgegaan is tot een adequate evaluatie van de alternatieven voor de afbraak van de meerderheid van de bestaande constructies". Dit gebrek aan uiteenzetting kan in de memorie van wederantwoord niet worden rechtgezet.

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, 14 oktober 2014

    De zaak is ingeleid voor de minderjarige zoon, namens wie de ouders optreden als wettelijke vertegenwoordigers. Een regelmatige vertegenwoordiging die rechtstreeks voortvloeit uit de regelgeving en waaromtrent geen bijzondere opmerkingen te maken zijn, wordt niet ten overvloede vermeld in het...

  • Vonnis van Raad van State, 1 februari 2016

    De verwerende partij ontzegt verzoekster belang bij het beroep, omdat verzoekster bij haar kandidaatstelling heeft aangeduid niet te solliciteren voor het ambt van godsdienstleerkracht en zij dus niet in de voorwaarden verkeert om aangesteld te worden. De Raad stelt echter vast dat verzoekster...

  • Vonnis van Raad van State, 14 oktober 2014

    Het belang dat is vereist opdat ontvankelijk een verzoekschrift kan worden ingediend bij de Raad van State, moet bestaan op het ogenblik waarop het annulatieberoep wordt ingesteld. Het volstaat niet erop te speculeren dat verzoeksters misschien in de latere toekomst leerling zullen zijn van het...

  • Vonnis van Raad van State, 4 juli 2017

    Een GRUP van 2009, dat de eerste uitbreiding van het bedrijfsterrein mogelijk maakt in de zone B en dat prima facie moet worden aanzien als een ander plan dan het bestreden GRUP, werd gekoppeld aan de ontwikkeling van een natuurherstelgebied in zone C. Het bestreden GRUP maakt de tweede uitbreiding ...

  • Vonnis van Raad van State, 28 februari 2017

    Het advies van de procureur des Konings werd niet gevraagd op grond van het "voorstel van tuchtstraf" zoals voorgeschreven door artikel 24 van de tuchtwet, maar op grond van het "voorstel van het inleidend verslag" dat was gevoegd bij de brief van de hogere overheid. Dat...

  • Vonnis van Raad van State, 19 juni 2014

    De vertrouwdheid van de verzoekende partij met het kanton en de mobiliteitsproblematiek die zij schetst, zijn objectieve factoren voor een kandidaat om de ene betrekking boven de andere te verkiezen. Wil de Raad van State nog met de tussenkomende partij aannemen dat de beschreven nadelen mogelijk...

  • Vonnis van Raad van State, 30 november 2015

    Er blijkt niet dat de wetgever, door het formuleren van een uitdrukkelijke wetsbepaling (art. 259bis-19, § 1, Gerechtelijk Wetboek) die een vertaling vormt van het onpartijdigheidsbeginsel voor andere dan de in die bepaling opgesomde situaties, de toepassing van het onpartijdigheidsbeginsel heeft...

  • Vonnis van Raad van State, 30 oktober 2014

    De bestreden benoeming werd ter kennis gebracht aan de verzoeker op 31 mei 2013. In die kennisgeving werd gesteld dat de benoeming zou worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 juni 2013 en dat beroepstermijn aan aanvang neemt vanaf die bekendmaking. Ofwel is die mededeling over de...

  • Vonnis van Raad van State, 2 maart 2017

    Het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in de artt. 10 en 11 van de GW en art. 5 van de wet van 15 juni 2006, gebiedt de aanbestedende overheden de aannemers, de leveranciers en de dienstverleners op gelijke wijze te behandelen. De verzoekende partij voert aan dat de offertes niet vergelijkbaar...