• Raad van State

Nieuwste documenten

  • Vonnis van Raad van State, March 16, 2021

    De terreinen van verzoekers zijn deels in het plangebied van het bestreden PRUP gelegen. Op grond van de reglementaire voorschriften van het gewestplan is enkel recreatief verblijf toegelaten, terwijl het bestreden PRUP permanente bewoning in de vier woonzones voorziet. Dit volstaat om het rechtstreekse belang van verzoekers bij hun beroep te staven. De door de verwerende partij en de tussenkomende partij aangehaalde elementen doen geen afbreuk aan dit belang, temeer daar een substantieel aantal van de percelen in de vier woonzones momenteel nog onbebouwd is. Bovendien is het ten onrechte dat de verwerende partij en de tussenkomende partij in hun laatste memories redeneren alsof de gewestplanbestemming verblijfsrecreatie op verzoekers\u0027 terreinen buiten toepassing gelaten zou kunnen worden.

  • Vonnis van Raad van State, March 16, 2021

    Door in een bestaande omgeving met "maximum aantal bouwlagen 3 met een dakverdiep" de inplanting van appartementshoogbouw tot negen bouwlagen te voorzien, wijkt het bestreden gemeentelijk RUP af van het GRS. Nu er voor die afwijking geen van de in art. 2.1.2, § 3, VCRO bedoelde uitzonderingsgronden is ingeroepen, staat vast dat die bepaling niet is nageleefd.

  • Vonnis van Raad van State, March 15, 2021

    De feitelijke grondslag voor de bestreden veiligheidsmaatregel is beperkt tot de loutere verdenking dat vennootschappen en natuurlijke personen die verantwoordelijk worden geacht voor onregelmatigheden die werden vastgesteld in de ene inrichting, mogelijk gelijkaardige onregelmatigheden zouden hebben begaan in een andere inrichting, ook al erkent de verwerende partij dat daarvoor geen enkele concrete aanwijzing bestaat.

  • Vonnis van Raad van State, March 11, 2021

    De vordering tot schorsing is een accessorium van een annulatieberoep. Een alleenstaande vordering tot schorsing is niet ontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, March 10, 2021

    In zijn arrest nr. 243.597 van 5 februari 2019 heeft de RvS de BB geschorst na een middelonderdeel ernstig te hebben bevonden. Geoordeeld werd dat de in artikel 13, § 2, tweede lid, van het KB van 21 november 2007 \u0091tot vaststelling van de werking van sommige instanties binnen Defensie en van de verschijningsprocedure voor deze instanties\u0027 geregelde specifieke procedure miskend is, waardoor verzoeker niet de mogelijkheid had om zijn verdediging te voeren. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De verwerende partij heeft tegen de beoordeling in het schorsingsarrest klaarblijkelijk niets in te brengen. Ook de RvS ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, uiteindelijk niet ook ten gronde bij te vallen. Er bestaat aanleiding om de BB, namelijk het ministerieel besluit nr. 95.208 van 14 juni 2018 waarbij verzoeker van ambtswege uit zijn ambt wordt ontzet en met definitief verlof wordt geplaatst, te vernietigen. (Versnelde rechtspleging: artikel 17, § 6, RvS-wet en artikel 11\/2, § 1, algemene procedureregeling).

  • Vonnis van Raad van State, March 09, 2021

    Het ingeroepen richtlijnenboek bezit geen verordenende kracht, waardoor de ingeroepen schending ervan niet tot vernietiging kan leiden.

  • Vonnis van Raad van State, March 09, 2021

    Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de door het bestreden gemeentelijk RUP tot "parkeer- en parkzone kasteel" herbestemde noordwestelijke parkstrook van het BPA paalt aan de woonpercelen van verzoekers. Hetzelfde gemeentelijk RUP voorziet in de onmiddellijke omgeving van deze woonpercelen twee zones "voor openbare ontsluiting". Gezien de potentiële impact van deze herbestemmingen op hun woon- en leefsituatie, kunnen verzoekers een voldoende persoonlijk belang bij hun beroep doen gelden.

  • Vonnis van Raad van State, March 09, 2021

    Bij milieuvergunningen kan de overheid van de uitgebrachte adviezen afwijken, op grond van een eigen beoordeling, zo lang die niet kennelijk onredelijk is en op afdoende wijze wordt verantwoord. Een beslissing die de feitelijke en juridische gronden vermeldt en die de fundamentele redenen doet kennen waaruit kan worden afgeleid waarom andersluidende adviezen niet worden gevolgd, beantwoordt in beginsel aan de vereisten van een afdoende formele motivering. Aldus is de beslissingnemende overheid, in het kader van de formele motiveringsplicht, niet verplicht zich ten aanzien van elk advies afzonderlijk uit te spreken waarom het niet wordt bijgetreden. Dit geldt nog minder ten aanzien van bepaalde punten of onderdelen van een welbepaald advies.

  • Vonnis van Raad van State, March 09, 2021

    Een overheid die na een vernietigingsarrest van de RvS een nieuw besluit neemt, moet in principe het recht toepassen dat op het ogenblik van het nemen van deze nieuwe beslissing geldt, daaronder begrepen de geldende overgangsregels. De omstandigheid dat de kwestieuze aanvraag overeenkomstig art. 55 DIHB dient te worden behandeld "volgens de procedureregels van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen zoals die golden op het ogenblik van indiening van de aanvraag\

  • Vonnis van Raad van State, March 09, 2021

    Het bestreden besluit bevat een motivering ter staving van de hoogdringendheid van de onteigening. Er wordt meer bepaald gewezen op de 36 ongevallen in de voorbije vijf jaar en op een situatie die voor fietsers "erg gevaarlijk" en "bijzonder onveilig" is, wat een snelle realisatie van veilige fietsinfrastructuur noodzakelijk maakt. Verzoeker slaagt er niet in het gegeven te ontkrachten dat er zich recentelijk ter plaatse een substantieel aantal verkeersongevallen heeft voorgedaan met zijn uit oudere ongevallencijfers geputte argument dat er vroeger nog meer ongevallen gebeurden en evenmin dat het onterecht zou zijn dat in het bestreden besluit is overwogen dat "[e]lk verkeersslachtoffer dat kan vermeden worden door een snelle uitvoering van de infrastructuurwerken [voor fietsers] het uitvoeren daarvan hoogdringend [maakt]".

Aanbevolen documenten

  • Vonnis van Raad van State, May 22, 2015

    De opdracht wordt gegund middels een onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij toepassing van de regelgeving inzake de nutssectoren. Een onderhandelingsprocedure met bekendmaking wordt gekenmerkt door haar flexibel kader waarbinnen de verwerende partij met de inschrijvers mag onderhandelen en...

  • Vonnis van Raad van State, February 28, 2017

    Het advies van de procureur des Konings werd niet gevraagd op grond van het "voorstel van tuchtstraf" zoals voorgeschreven door artikel 24 van de tuchtwet, maar op grond van het "voorstel van het inleidend verslag" dat was gevoegd bij de brief van de hogere overheid. Dat...

  • Vonnis van Raad van State, June 19, 2014

    De vertrouwdheid van de verzoekende partij met het kanton en de mobiliteitsproblematiek die zij schetst, zijn objectieve factoren voor een kandidaat om de ene betrekking boven de andere te verkiezen. Wil de Raad van State nog met de tussenkomende partij aannemen dat de beschreven nadelen mogelijk...

  • Vonnis van Raad van State, October 30, 2014

    De bestreden benoeming werd ter kennis gebracht aan de verzoeker op 31 mei 2013. In die kennisgeving werd gesteld dat de benoeming zou worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 juni 2013 en dat beroepstermijn aan aanvang neemt vanaf die bekendmaking. Ofwel is die mededeling over de...

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    Het onpartijdigheidsbeginsel houdt voor de organen van het actief bestuur in dat zij zich moeten onthouden van deelname aan een besluitvormingsproces met betrekking tot aangelegenheden waarin zij zelf een rechtstreeks en persoonlijk belang hebben. Het persoonlijk en rechtstreeks belang kan ook de...

  • Vonnis van Raad van State, November 22, 2016

    In beginsel beschikken enkel zij die zelf een offerte hebben ingediend in de betrokken gunningsprocedure over het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring - en dus de schorsing van tenuitvoerlegging - te vorderen van een beslissing die een overheidsopdracht toewijst aan een andere...

  • Vonnis van Raad van State, January 16, 2020

    Wanneer zij de afwijkingsregeling van art. 5.6.7, § 1, eerste lid, VCRO wenst toe te passen, dient de vergunningverlenende overheid zelf te onderzoeken of de goede ruimtelijke ordening niet wordt geschaad. Bij de beoordeling van de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening...

  • Vonnis van Raad van State, October 25, 2016

    De onduidelijkheid in de omschrijving van het voorwerp leidt voorts niet noodzakelijk tot de onontvankelijkheid van het beroep, indien die onduidelijkheid haar oorzaak vindt in de houding van het bestuur zelf. De verwerende partij weet ook dat zij verzoeker bezwaarlijk ten kwade kan duiden dat hij...

  • Vonnis van Raad van State, October 27, 2015

    De verzoekende partij verstrekt geen concrete cijfers omtrent de "zeer aanzienlijke daling van haar inkomsten" die zij vreest te zullen ondergaan. Zij toont niet aan dat de beweerde geldelijke verliezen op korte termijn leiden tot "onherroepelijke schadelijke gevolgen". De...

  • Vonnis van Raad van State, February 09, 2018

    De beroepen tegen de voor het project verleende initiële stedenbouwkundige vergunning werden inmiddels verworpen. Gelet op de door de verw. en de tussenkomende partijen opgeworpen excepties kwam het verzoeker toe zijn actueel belang te staven door concreet aan te tonen welke nadelen hij door de met ...