Documents les plus récents

  • Décision judiciaire de Raad van State, 28 décembre 2020

    Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding - door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen - te vergemakkelijken. Dit kan van aard zijn bezwaren op te roepen in het geval waarin de omstandigheden waaruit het verlies van het belang van de verzoekende partij voortvloeit haar niet kunnen worden aangerekend, en de verzoekende partij om die reden de gevorderde nietigverklaring afgewezen ziet worden én geen onderzoek geniet van de middelen die zij aanvoerde (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors).

  • Décision judiciaire de Raad van State, 22 décembre 2020

    De huidige situatie is niet te vergelijken met de situatie die geleid heeft tot het arrest nr. 249.177 van 8 december 2020, aangezien het toen geldende verbod op collectieve erediensten en niet-confessionele bijstand, door de bestreden beslissing is ingetrokken. \t\t\t

  • Décision judiciaire de Raad van State, 22 décembre 2020

    Als de oppervlakte het enige criterium zou zijn, zou dit ook niet altijd toelaten alle gelovigen te ontvangen.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 15 décembre 2020

    De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden heeft afstand gedaan van de verkregen omgevingsvergunning en dringt niet meer aan met betrekking tot het bewuste project. Er volgt uit dat de bestreden gemeenteraadsbeslissing noodzakelijk onwerkzaam moet blijven en dat er reden is ze ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer te vernietigen. In de gegeven omstandigheden is er reden de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Daar is evenwel geen rechtsplegingsvergoeding ten voordele van verzoekers bij. Zij kunnen niet worden beschouwd als de in het gelijk gestelde partij.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 15 décembre 2020

    Het komt de verzoekende partij toe aannemelijk te maken dat het bestreden gemeentelijk RUP van het GRS afwijkt. De zin uit het GRS die de verzoekende partij aanhaalt mag geenszins worden gelezen als een inperking van hetgeen in de andere relevante zinnen van de richtinggevende bepalingen van het GRS is gesteld. Bovendien laat zij de motivering en het antwoord van de Gecoro op haar bezwaar onbesproken.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 15 décembre 2020

    De eerder vernietigde vergunningsbesluiten betreffen een andere vergunningsaanvraag dan de vergunningsaanvraag waarover de thans bestreden beslissing uitspraak doet.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 15 décembre 2020

    De door art. 9 van het openbaarheidsdecreet voorziene mogelijkheid om een bestuursdocument slechts gedeeltelijk openbaar te maken, kan bij de enkele vraag om de identiteit van een persoon mede te delen, geen toepassing vinden.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 10 décembre 2020

    De mogelijkheid te worden gehoord wordt geregeld door art. 62, § 4, van het milieuhandhavingsbesluit, waardoor de aanvullende werking van de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur enkel geldt enkel indien de toepasselijke wettelijke regeling niet volstaat om te waarborgen dat de betrokkene daadwerkelijk de gelegenheid had om nuttig voor zijn standpunt op te komen. In het kader van een administratieve procedure gelden voor de rechten van verdediging en het contradictoir debat niet dezelfde waarborgen als bij een jurisdictioneel beroep. Aangezien verzoeker met de vereiste kennis van de hem ten laste gelegde feiten administratief beroep heeft ingesteld en hij voorafgaand aan de beslissing over dat beroep werd gehoord, kan niet aangenomen worden dat hij zijn verweer tegen de opgelegde bestuurlijke maatregelen niet nuttig heeft kunnen voeren. Noch op basis van de toepasselijke regelgeving, noch op basis van de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, kan verzoeker aanspraak maken op de bijkomende mogelijkheid om schriftelijk te reageren op het advies van de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer.

  • Décision judiciaire de Raad van State, 9 décembre 2020

    Verzoekende partij bestrijdt artikel 15, §§ 1 en 3, artikel 17 en artikel 26 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 'houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken' [\u0085], zoals gewijzigd door het ministerieel besluit van 1 november 2020 'houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken', alsook artikel 8 van het ministerieel besluit van 28 november 2020 'houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken'.Intussen is er door de Raad van State arrest nr. 249.177 van 8 december 2020 uitgesproken, waarin bij wijze van voorlopige maatregel aan de verwerende partij is opgelegd om ten laatste op 13 december 2020 artikel 17 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020, zoals gewijzigd, te vervangen door een regeling die de collectieve uitoefening van de eredienst niet onevenredig beperkt.\tIn de gegeven omstandigheden kan de Raad van State er niet toe komen de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld te achten.

  • Arrêt Nº 2020/RG/105. Cour d'appel, 2020-12-07