Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-12-2002 en tekstbijwerking tot 29-12-2003), van 24 december 2002

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3° van de Grondwet.

Art. 2. Voor het begrotingsjaar 2003 worden de lopende ontvangsten van de Staat geraamd :

Voor de fiscale ontvangsten, op EUR 40.643.737.000

Voor de niet-fiscale ontvangsten, op EUR 3.595.942.000

--------------

Zegge te samen EUR 44.239.679.000

overeenkomstig Titel I van de hierbijgaande tabel.

Art. 3. Voor het begrotingsjaar 2003 worden de kapitaalontvangsten geraamd op de som van 695.389.000 euro, overeenkomstig Titel II van de hierbijgaande tabel.

Art. 4. Voor het begrotingsjaar 2003, wordt de opbrengst van leningen geraamd op 23.808.817.000 euro, overeenkomstig Titel III van de hierbijgaande tabel.

Art. 5. De op 31 december 2002 bestaande directe en indirecte belastingen, in hoofdsom en opdeciemen ten behoeve van de Staat, worden tijdens het jaar 2003 ingevorderd volgens de wetten, besluiten en tarieven waarbij de zetting en invordering ervan worden geregeld, met inbegrip van de wetten, besluiten en tarieven die slechts een tijdelijk of voorlopig karakter hebben.

Art. 6. De toepassing van de artikelen 3 en 4, § 1, van de wet van 28 december 1954, houdende de Rijksmiddelen-begroting voor het dienstjaar 1955, is verlengd tot 31 december 2003.

Art. 7. De Koning kan, binnen de perken en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, vrijstelling van belasting verlenen voor de inkomsten van leningen die in 2003 door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen of organismen, voornamelijk in het buitenland zouden worden uitgegeven of geplaatst, en in het bijzonder de Schatkistbons in vreemde munt.

Wat de inkomsten van de effecten betreft van deze leningen die zouden gehouden worden door Belgische verblijfhouders, kunnen de fiscale vrijstellingen echter alleen worden verleend aan de financiële instellingen of de hiermee gelijkgestelde ondernemingen en de professionele beleggers bedoeld in artikel 105, 1° en 3°, van het KB/WIB 92, alsmede, onverminderd de toepassing van artikel 262, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, aan de rechtspersonen bedoeld in artikel 220 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Art. 8. § 1. Om het tekort van de ontvangsten in verhouding tot de uitgaven voor het jaar 2003 te dekken, met inbegrip van de terugbetalingen van leningen en de eventuele uitgaven als gevolg van de financiële beheersverrichtingen bedoeld in § 3, 1° hierna, of om de tijdelijke schatkistonevenwichten in de loop van het begrotingsjaar te dekken :

  1. wordt de Koning gemachtigd om openbare leningen uit te geven.

    Wanneer de Koning een algemeen uitgiftekader voor leningen heeft bepaald dat de grenzen van de bevoegdheden vastlegt die kunnen worden gedelegeerd, kan de Minister van Financiën gemachtigd worden om, tijdens het begrotingsjaar, de leningen die binnen dit kader vallen uit te geven;

  2. wordt de Minister van Financiën gemachtigd om Schatkistcertificaten, Schatkistbons of om het even welk rentend financieringsinstrument verschillend van de openbare leningen uit te geven.

  3. De leningen bedoeld in 1° en 2° hierboven kunnen zowel in België als in het buitenland worden uitgegeven, en zowel in euro als in vreemde munt.

    § 2. Het beheer van de overheidsschuld heeft als voornaamste doel de financiële kost van de Staatsschuld te verminderen in het kader van een beheer van de marktrisico's en van de operationele risico's rekening gehouden met de algemene doelstellingen van het begrotings- en het monetair beleid.

    Het beheer van de overheidsschuld heeft eveneens als doel de financiële kost te verminderen van de schuld van de openbare entiteiten, te onderscheiden van de eigenlijke Staat, van de centrale overheid.

    Daarom stelt de Minister van Financiën, op voorstel van het strategisch Comité van de schuld dat werkt binnen de Administratie der Thesaurie, de algemene richtlijnen vast die van toepassing zijn op het beheer van de Staatsschuld; deze richtlijnen hebben in het bijzonder betrekking op de structuur van de portefeuille van de schuld en op het niveau van de risico's die daaraan kunnen verbonden zijn.

    Het strategisch Comité van de schuld neemt de uitvoeringsmaatregelen voor deze algemene richtlijnen.

    Deze laatste omlijnen de uitvoering van de eigenlijke financiële verrichtingen door het Agentschap van de schuld opgericht binnen de Administratie van de Thesaurie.

    § 3. De Minister van Financiën wordt gemachtigd...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT