Omzendbrief betreffende de draagwijdte van de in artikel 72 van de NGW vastgestelde onverenigbaarheden, van 29 november 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel M.

Op 12 juli 2018 werden sommige van de in artikel 72 van de NGW voorziene onverenigbaarheden die van toepassing zijn op de burgemeesters en schepenen aanzienlijk uitgebreid.

Bijgevolg acht ik het opportuun om u een omzendbrief over te maken teneinde de in artikel 72 bedoelde onverenigbaarheden te (her)verduidelijken.

Ik nodig u tevens uit om, parallel hiermee, de omzendbrief van 9 oktober 2018, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2018, te raadplegen teneinde de volledige informatie te verkrijgen van het geheel van de functionele onverenigbaarheden die van toepassing zijn op de lokale mandatarissen in het Brussels Gewest.

Inhoudstafel

Artikel 72, 4°, van de NGW

Artikel 72, 5°, van de NGW

Artikel 72, 6°, van de NGW

Artikel 72, 7° et 8°, van de NGW

Identificatie van de instellingen waar de uitoefening van bepaalde functies onverenigbaar is met de hoedanigheid van schepen en burgemeester

Definitie van functies die onverenigbaar zijn met de hoedanigheid van schepen en Burgemeester

De functie van mandaathouder

Leidende functie

Het vast lid van het directiecomité

Artikel 72, 4°, van de NGW

Burgemeester of schepen kunnen niet zijn: "de agenten en beambten der fiscale besturen, in de gemeenten die tot hun werk- of ambtsgebied behoren, behoudens door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering toegestane afwijking"

Commentaar:

Het wordt algemeen erkend dat de wettelijke bepalingen die het uitoefenen van een recht strikt dient geïnterpreteerd te worden (zie bijvoorbeeld de arresten van de Raad van State nr.231.556, 219.146, 83.203).

Bijgevolg dient ook voor de beperking voorzien in het artikel 72,4° betreffende het recht van de schepen, die door de gemeenteraad wordt verkozen, om zijn functie van schepen en, eventueel, zijn opdracht van ambtenaar van een belastingadministratie gelijktijdig uit te oefenen, strikt geïnterpreteerd te worden.

Door een onverenigbaarheid tussen het ambt van schepen (en van burgemeester) en de hoedanigheid van een ambtenaar of werknemer van een belastingadministratie te creëren - voor zover de gemeente waar de schepen behoort tot het werk- of ambtsgebied - heeft de wetgever zeker willen vermijden dat de uitoefening van de bevoegdheden in verband met de invoering en de invordering van de belasting, die ontegensprekelijk dwingende gevolgen heeft ten opzichte van de burger-belastingbetalers, door een lid van de plaatselijke uitvoerende macht uitgeoefend kan worden.

De wil van de wetgever kan afgeleid worden uit het gebruik van de woorden "werkgebied" en "ambtsgebied" in het artikel 72,4° van de NGW. Het "ambtsgebied" wordt immers gedefinieerd als "het territoriale werkgebied waarin de rechtspraak van een rechtbank of de activiteit van een ambtenaar wordt uitgeoefend". Het werkgebied kan een gelijkaardige definitie worden toegewezen.

De huidige belastingadministraties tellen echter onder hun rangen een reeks ambtenaren die beschikken over de macht om dwang uit te oefenen binnen de grenzen van een bepaald grondgebied waarin zij worden verzocht de belasting te heffen of om de bedragen terug te vorderen die door de belastingbetaler is verschuldigd, maar ze tellen eveneens een belangrijk aantal ambtenaren die met "hulptaken ", zonder enige band met het werkelijke heffing van de belasting of de invordering belast zijn. Het gaat bijvoorbeeld om administratieve medewerkers die in callcenter werken, economisten die uitsluitend belast zijn met het opstellen van algemene studies, enz...

Deze ambtenaren bevinden zich niet in het geval van onverenigbaarheid zoals bedoeld in artikel 72,4° van de NGW.

Verder dient er ook te worden opgemerkt dat de fiscale besturen bedoeld in artikel 72,4° van de NGW zowel de federale belastingadministraties als de gewestelijke belastingadministraties (Brussel Fiscaliteit) zijn; laatstgenoemde beschikt over ruime fiscale bevoegdheden die ten gevolge de zesde staatshervorming werden overgeheveld.

Artikel 72, 5°, van de NGW

Burgemeester of schepen kunnen niet zijn: "de ontvangers van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarvoor het centrum bevoegd is."

Commentaar :

Op zich brengt deze bepaling geen enkele interpretatiemoeilijkheid met zich mee. Evenwel rekening houdend met de uitbreiding van de onverenigbaarheid bedoeld in artikel 72,7° van de NGW voor elke leidende functie in "elke structuur" die onderworpen is aan het toezicht van het Verenigd College van de GGC, blijkt het dat de OCMW-ontvanger zowel onder 5° als onder 7° van artikel 72 van de NGW kan vallen.

Dit vormt een probleem in zoverre 7° de OCMW-ontvangers van alle OCMW's beoogt die aan het toezicht van het Verenigd College onderworpen zijn, ofwel alle OCMW's van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, terwijl de onverenigbaarheid vastgesteld in 5° slechts een onverenigbaarheid is in hoofde van de OCMW-ontvanger van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT