Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 18 december 1973 tot bepaling van de laboratoriumtechnieken voor het opsporen van residuen van stoffen met een kiemgroeiremmende werking., de 19 juin 1995
Artikel 1. De bijlage van het ministerieel besluit van 18 december 1973 tot bepaling van de laboratoriumtechnieken voor het opsporen van residuen van stoffen met kiemgroeiremmende werking wordt door de volgende tekst vervangen :
"Bijlage
Niertest bij slachtdieren
-
Doel
De beschreven methode wordt aangewend voor het aantonen van de aanwezigheid van residuen van stoffen met kiemgroeiremmende werking in geslachte dieren bij het uitvoeren van de post mortem keuring in de slachthuizen. Het onderzoek moet zo vlug mogelijk en ten laatste binnen de twaalf uur na de slachting uitgevoerd worden. Indien deze periode niet kan nageleefd worden moeten de nieren onmiddellijk na de monstername ingevroren worden. De keurder zal de nodige maatregelen treffen ter identificatie van de nieren.
-
Principe
Een stukje niercortex en twee papierschijfjes doordrenkt met niervocht worden geplaatst op een voedingsbodem waarin een voor kiemgroeiremmende stoffen gevoelige kiem aanwezig is. Na incubatie wijst de aanwezigheid van een kiemgroeiremmende werking rond de twee papierschijfjes en het stukje niercortex op de aanwezigheid van stoffen met kiemgroeiremmende werking.
-
Testkiem
Sporen van Bacillus subtilis BGA in suspensie : 107 sporen/ml (Merck 10649 of equiv.).
-
Voedingsbodem en reagentia
4.1. Voedingsbodem : test agar pH 7 2. voor de remtest (Merck 15/87 of equiv.);
4.2. Dextrose;
4.3. Methanol voor de analyse;
4.4. Trimethoprim oplossing (TMP) : een oplossing met 1 mg TMP/ml methanol bereiden. Deze oplossing kan 6 maanden in de koelkast bij een temperatuur van 4 °C worden bewaard;
4.5. Controleschijfjes
schijfje 1 : 1 mcg tylosine/schijfje
schijfje 2 : 1 mcg sulfadimidine/schijfje
schijfje 3 : 1 mcg oxytetracycline/schijfje
schijfje 4 : 1 mcg streptomycine/schijfje;
4.6. zoutzuur : 1 M;
4.7. natriumhydroxide : 1 M.
-
Toestellen, glaswerk en hulpmiddelen
Instrumenten en glaswerk die gewoonlijk in laboratoria voor microbiologie worden gebruikt en in het bijzonder :
5.1. steriele petriplaten van 9 cm diameter;
5.2. thermo-resistent glaswerk van 250, 500 en 1000 ml;
5.3. maatcylinder van 250 ml, gegradueerd op 1 ml;
5.4. autoclaaf;
5.5. waterbad, ingesteld op 48° +/- 1 °C;
5.6. broedstoof, ingesteld op 30 °C +/- 1 °C;
5.7 kurkboor van 8 mm diameter, een schone pincet en bistouri;
5.8. papierschijfjes met een diameter van 12,7 mm (Schleicher en Schull art. 601/2 of equiv.);
5.9. pipetten;
5.10. horizontale tafel voor het gieten van de voedingsbodem.
-
Bereiding van...
Pour continuer la lecture
SOLLICITEZ VOTRE ESSAI