Koninklijk besluit tot wijziging van het regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State en het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State, met het oog op de invoering van de elektronische rechtspleging

Gepubliceerd op:2014-01-13/03
 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. In het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een artikel 85bis ingevoegd, luidend als volgt :

" Art. 85bis. § 1. De elektronische procesvoering wordt gebruikt in alle zaken waarin een partij daarop een beroep doet voor de processtukken die neergelegd worden voordat het dossier aan een lid van het auditoraat wordt bezorgd met het oog op het opmaken van het verslag.

In afwijking van de artikelen 14quater en 14quinquies, 84, 85, 86 en 87, wordt overeenkomstig de bepalingen van dit artikel te werk gegaan wanneer gebruik gemaakt wordt van de elektronische procesvoering.

§ 2. Voor toepassing van dit besluit, verstaat men onder :

  1. gebruiker : iedere persoon die tussenkomt in een elektronische procesvoering;

  2. registratiehouder : iedere persoon die zich geregistreerd heeft op de website van de Raad van State;

  3. dossierbeheerder : de registratiehouder verantwoordelijk voor een bepaald dossier;

  4. gedelegeerde : de persoon aan wie de dossierbeheerder een machtiging heeft verleend om toegang te krijgen tot de dossiers die hij beheert en in voorkomend geval om er documenten in te voeren.

    § 3. Elektronische procesvoering vereist dat de gebruiker zich voorafgaandelijk registreert op de website van de Raad van State. Deze registratie is kosteloos.

    Voor de registratie en het gebruik van elektronische procesvoering dient men zich kenbaar te maken door middel van een in België afgegeven elektronische identiteitskaart en door zijn mailadres te vermelden. Bij zijn eerste bezoek vult de registratieaanvrager zijn profiel aan door het ad hoc formulier in te vullen.

    De registratiehouder kan derden een machtiging verlenen om toegang te krijgen tot de elektronische procesvoering waarin hij optreedt.

    Machtigingen kunnen te allen tijde door de dossierbeheerder worden gewijzigd of ingetrokken.

    Op de website wordt in detail aangegeven welke stappen moeten worden gevolgd om zich te registreren en om machtigingen toe te kennen, over te dragen, te wijzigen of in te trekken, om het profiel te actualiseren en de hoedanigheid van dossierbeheerder over te dragen.

    Elke dossierbeheerder kan die hoedanigheid overdragen aan een andere persoon die geregistreerd is overeenkomstig § 4, door de op de site vermelde richtlijnen te volgen. Indien de dossierbeheerder die deze hoedanigheid verliest, niet zelf kan zorgen voor de overdracht naar een andere persoon of indien hij weigert om daarvoor te zorgen, kan de griffie, op basis van een gemotiveerde aanvraag, deze overdracht op zich nemen; in geval van betwisting, doet de voorzitter van de desbetreffende kamer een uitspraak bij beschikking.

    § 4. De keuze voor elektronische procesvoering is in het kader van de betrokken zaak definitief voor een dossierbeheerder van zodra die een processtuk langs elektronische weg heeft gedeponeerd en deze beheerder kan de overige proceshandelingen dan alleen nog op diezelfde manier stellen.

    § 5. Elk processtuk dat op de website van de Raad van State wordt neergelegd, wordt geacht het origineel van dat stuk te zijn.

    Tenzij het elektronisch werd ondertekend, wordt elk processtuk geacht ondertekend te zijn overeenkomstig artikel 1 door de registratiehouder die het heeft neergelegd. Wanneer de handtekening van verscheidene fysieke personen noodzakelijk is, worden deze elektronisch aangebracht.

    Elke memorie of elk document betreffende een op de rol ingeschreven zaak kan neergelegd worden in het elektronisch dossier voor de verzoekende, verwerende en tussenkomende partijen, door het rolnummer van de zaak te vermelden.

    § 6. Het tijdstip waarop een processtuk als neergelegd wordt beschouwd, is het ogenblik waarop het wordt neergelegd op de website. De datum van de neerlegging wordt in het elektronisch dossier vermeld.

    § 7. Om een verzoekschrift neer te leggen waarbij een nieuw beroep wordt ingesteld, maakt de dossierbeheerder of zijn gedelegeerde verbinding met de website en volgt hij de daarop aangegeven aanduidingen. Hij vult in de daarvoor bestemde velden onder meer de aard en de taal van het hoofdberoep in en voegt het verzoekschrift en de eventuele bijlagen toe, dit alles in een van de formaten die de website vermeldt.

    De stukken die niet gemakkelijk in een van deze formaten converteerbaar zijn, worden bij ter post aangetekende brief verstuurd binnen drie werkdagen na de neerlegging van het verzoekschrift.

    Het verzoekschrift wordt neergelegd door het in te voeren op de website. Een tijdelijke identificatiecode wordt automatisch toegewezen en meegedeeld aan de dossierbeheerder.

    Zolang de beroepstermijn niet is verstreken en de zaak geen rolnummer heeft, kunnen het verzoekschrift en bijlagen worden toegevoegd of verwijderd.

    § 8. Indien het verzoekschrift niet op de rol wordt ingeschreven wordt de brief vermeld in artikel 3bis, tweede lid, per elektronische post aan de dossierbeheerder toegezonden.

    § 9. Na onderzoek van de voorwaarden bepaald in artikel 3bis, opent de griffie een elektronisch dossier op de website en kent ze het dossier een rolnummer toe waarmee de zaak in het vervolg wordt aangeduid. Vanaf dat ogenblik kan geen van de neergelegde stukken nog worden verwijderd of gewijzigd.

    § 10. Wanneer de griffie het verzoekschrift aan verwerende partijen en belanghebbende verstuurt, deelt zij eveneens een eenmalig bruikbare alfanumerieke sleutel mee die de toegang verleent tot het elektronisch dossier van de zaak.

    Wanneer de griffier de memorie van antwoord aan een verzoekende partij die haar verzoekschrift niet elektronisch heeft neergelegd per post verstuurt, deelt zij eveneens een eenmalig bruikbare alfanumerieke sleutel mee die de toegang verleent tot het elektronisch dossier van de zaak.

    Belanghebbenden die niet door de griffie werden aangeschreven en die wensen tussen te komen in een zaak, melden zich aan bij de griffie die hen een éénmalig bruikbare alfanumerieke sleutel meedeelt die de toegang verleent tot het elektronisch dossier van de zaak.

    Deze sleutel kan enkel worden gebruikt door een persoon die zich overeenkomstig § 4 geregistreerd heeft. De persoon die deze sleutel gebruikt, wordt daardoor voor de betrokken partij de dossierbeheerder. Deze hoedanigheid is geldig zolang een procedurestuk ingediend kan worden en blijft behouden wanneer dat procedurestuk elektronisch ingediend wordt.

    § 11. Ten aanzien van de partijen voor wie geen gebruik is gemaakt van elektronische procesvoering alsook voor de stukken die niet gemakkelijk in een elektronisch formaat converteerbaar zijn, geldt de regeling van artikel 84; bij de processtukken dienen geen afschriften te worden gevoegd. De stukken die gemakkelijk converteerbaar zijn in elektronische documenten, worden door de griffie geconverteerd en aan het elektronisch dossier toegevoegd. Deze stukken krijgen de datum van de verzending van de aangetekende zending.

    Op de lijst van de bijlagen bij een processtuk wordt vermeld of deze bijlagen bij het elektronisch dossier zijn gevoegd dan wel in een andere vorm aan de griffie zijn toegezonden.

    § 12. De partijen hebben toegang tot alle stukken neergelegd in het elektronisch dossier, behalve de stukken waarvoor met toepassing van artikel 87, § 2, de vertrouwelijke behandeling is gevraagd.

    Deze documenten kunnen alleen worden geraadpleegd door de partij die het stuk heeft neergelegd of die om de vertrouwelijke behandeling ervan heeft verzocht. Indien het verzoek om vertrouwelijke behandeling bij arrest wordt verworpen, wordt het stuk voor de andere partijen toegankelijk gemaakt.

    De stukken waarvoor de vertrouwelijke behandeling wordt gevraagd, kunnen steeds naar de griffie worden verstuurd in een niet elektronisch formaat. Zij worden nooit in een elektronisch formaat geconverteerd.

    § 13. De Raad van State deelt de processtukken, alsook de betekeningen, kennisgevingen en oproepingen mee via neerlegging in het elektronisch dossier. Ten aanzien van de overige personen heeft de mededeling plaats overeenkomstig artikel 84.

    De dossierbeheerders en hun gedelegeerden worden per elektronisch bericht van deze neerlegging op de hoogte gebracht.

    Een elektronisch afschrift van de hun toegezonden berichten wordt op de website bewaard.

    De termijnen die deze berichten doen ingaan, nemen een aanvang wanneer de bestemmeling het stuk voor het eerst raadpleegt, ongeacht het de dossierbeheerder dan wel een van zijn gedelegeerden betreft. Wanneer een stuk door de bestemmeling ervan niet is geraadpleegd binnen drie werkdagen na het versturen van het bericht, wordt een elektronisch herinneringsbericht verstuurd. Wanneer het stuk niet is geraadpleegd, wordt het geacht ter kennis zijn gebracht bij het verstrijken van de derde werkdag nadat het elektronisch herinneringsbericht is verstuurd.

    De arresten worden voorzien van een elektronische handtekening van de kamervoorzitter en de griffier en worden betekend overeenkomstig artikel 36. De partijen kunnen de uitgiften ervan aanvragen bij de griffie overeenkomstig artikel 37.

    § 14. In het geval dat de website voor elektronische procesvoering van de Raad van State tijdelijk gedurende meer dan een uur onbeschikbaar is, wordt elke termijn die vervalt op de dag dat deze onbeschikbaarheid zich voordoet, van rechtswege verlengd tot het verstrijken van de werkdag volgend op de dag waarop een einde is gekomen aan de onbeschikbaarheid.

    De periode waarin de website onbeschikbaar is geweest, worden op de website vermeld.

    In het geval dat de informaticamiddelen van een partij die gebruik maakt van de elektronische procesvoering tijdelijk onbeschikbaar zijn, kan elk stuk met de post overeenkomstig artikel 84 of per faxbericht naar de Raad van State worden gestuurd; de verzoekschriften en memories dienen slechts in een exemplaar te worden neergelegd. In deze zending wordt melding gemaakt van de onbeschikbaarheid. De partij bij het geding voert de inhoud van de zending in op de website zodra dat mogelijk is.

    § 15. De elektronische dossiers zijn niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT