Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, van April 01, 2021

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Art. 2. Aan artikel 10.3.3, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden een punt 20°, 21° en 22° toegevoegd, die luiden als volgt:

"20° het uitvoeren van de taken in het kader van de bijzondere afvalstoffen, vermeld in artikel 22 en 32 van het Materialendecreet;

  1. het uitvoeren van de taken in het kader van toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen als vermeld in titel XVI;

  2. het aanduiden van een organisatie voor het overnemen van de taken van de certificatie-instelling asbest, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet.".

    HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen

    Art. 3. Artikel 2 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. 2. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:

  3. richtlijn (EU) 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;

  4. richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;

  5. richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/ EG;

  6. richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.".

    Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014, 30 juni 2017 en 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  7. in paragraaf 1 wordt aan punt 1° een punt g) toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;";

  8. in paragraaf 1, 7°, wordt de zinsnede "het nuttig toepassen en het verwijderen van afvalstoffen," vervangen door de zinsnede "het nuttig toepassen, met inbegrip van sortering, en het verwijderen van afvalstoffen,";

  9. in paragraaf 1 wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "9° /1 bioafval: biologisch afbreekbaar tuin-en plantsoenafval, levensmiddelen-en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants en andere voedingsdiensten, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten en winkels, en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;";

  10. in paragraaf 1 wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "19° /1 levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als vermeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afvalstoffen zijn geworden;";

  11. in paragraaf 1 wordt een punt 22° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "22° /1 niet-gevaarlijke afvalstof: een afvalstof die geen gevaarlijke afvalstof is;";

  12. in paragraaf 1, 24°, c), worden de woorden "in stoffen en voorwerpen" vervangen door de woorden "in materialen";

  13. in paragraaf 1 wordt een punt 25° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "25° /1 regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: een reeks maatregelen die de Vlaamse Regering conform artikel 21 vaststelt om ervoor te zorgen dat producenten van producten de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van de afvalfase in de levenscyclus van een product;";

  14. in paragraaf 1 wordt een punt 25° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "25° /2 stedelijk afval: gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, verpakkingen, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu's, grofvuil, met inbegrip van matrassen en meubels, en gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens. Stedelijk afval omvat geen afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval;";

  15. aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "De definitie, vermeld in het eerste lid, 25° /2, doet geen afbreuk aan de toewijzing van verantwoordelijkheden voor afvalbeheer aan publieke of private actoren.";

  16. in paragraaf 2 wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

    "4° /1 gebouweenheid: een in functioneel opzicht zelfstandige eenheid binnen een gebouw;";

  17. aan paragraaf 2 wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:

    "11° wooneenheid: een gebouweenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren.".

    Art. 5. In artikel 4, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  18. de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt:

    "De doelstelling van dit decreet is maatregelen vaststellen om een circulaire economie te bevorderen en om materiaalkringlopen tot stand te brengen waarbij:";

  19. punt 1° wordt vervangen door wat volgt:

    "1° de gezondheid van de mens en het milieu beschermd worden door afvalproductie en de negatieve gevolgen van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen;".

    Art. 6. In artikel 6, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2013 en 26 april 2019, wordt tussen de zinsnede "hoeveelheid, aard, oorsprong" en de zinsnede "en, als dat van toepassing is," de zinsnede ", de hoeveelheid materialen die verkregen zijn door voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere handelingen van nuttige toepassing" ingevoegd.

    Art. 7. Aan artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:

    " § 3. De inzamelaar van afvalstoffen biedt aan de afvalstoffenproducent een inzamelformule aan die de afvalstoffenproducent stimuleert de afvalstoffen zo aan te bieden dat bij de verwerking van afvalstoffen de doelstellingen, vermeld in artikel 4, § 2, en de hiërarchie, vermeld in artikel 4, § 3, 1°, maximaal kunnen worden toegepast. De inzamelformule, gericht op de selectieve inzameling, slaat op de wijze waarop de afvalstoffen worden ingezameld, zoals de gebruikte recipiënten, de inzamelfrequentie, de tarieven en de tariferingsformule. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.".

    Art. 8. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

    "Art. 10. Met behoud van de toepassing van artikel 21 en overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt' worden de kosten van het afvalstoffenbeheer, met inbegrip van de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur en de exploitatie ervan, gedragen door de oorspronkelijke afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.".

    Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:

    " § 2. De preventieprogramma's bestaan, voor zover van toepassing, minimaal uit maatregelen met de volgende doelstellingen:

  20. duurzame productie- en consumptiemodellen bevorderen en ondersteunen;

  21. het ontwerp, de fabricage en het gebruik van producten aanmoedigen die voldoen aan één of meer van de volgende voorwaarden:

    1. ze zijn hulpbronnenefficiënt;

    2. ze zijn duurzaam, ook wat betreft levensduur. Er is dus geen geplande veroudering;

    3. ze zijn repareerbaar, zowel naar praktische mogelijkheden als naar betaalbaarheid ten opzichte van de aanschaf van een nieuw toestel;

    4. ze zijn herbruikbaar;

    5. ze zijn opwaardeerbaar;

  22. de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT