Decreet houdende de organisatie tot 31 december 2021 betreffende de vergaderingen van de organen van de intercommunales, van de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie, van de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de openbare huisvestingsmaatschappijen, van de gemeentelijke of provinciale vzw, van de autonome gemeente- of provinciebedrijven, van de projectvereniging of iedere andere bovenlokale instelling die de vorm heeft aangenomen van een vennootschap of een vereniging, de 1 octobre 2020

Artikel 1. § 1. De algemene vergadering van de intercommunales, van de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie, van de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de openbare huisvestingsmaatschappijen, van de gemeentelijke of provinciale vzw's, van de autonome gemeente- of provinciebedrijven, van de projectverenigingen of iedere andere bovenlokale instelling kan, zelfs bij gebrek aan een statutaire machtiging en ondanks elke andersluidende bepaling, tot en met 31 december 2020 worden gehouden zonder de fysieke aanwezigheid van de leden, met of zonder gebruikmaking van de volmachten die aan de mandatarissen worden gegeven, of met een beperkte fysieke aanwezigheid van de leden door het gebruik van volmachten die aan de mandatarissen worden gegeven, onder de voorwaarden van artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 4 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake mede-eigendom en het vennootschaps- en verenigingsrecht in het kader van de strijd tegen de Covid-19 pandemie.

§ 2. Artikel L-1523-13, § 1, lid 1, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie blijft van toepassing op intercommunales die paragraaf 1 toepassen.

§ 3. Indien aan de mandatarissen volmachten worden verleend, is artikel L1523-12, § 1, lid 2, van hetzelfde Wetboek niet van toepassing. Een beraadslaging in de gemeenteraad over elk agendapunt overeenkomstig de bepalingen van artikel L1523-12, § 1, lid 1, van hetzelfde Wetboek is verplicht.

§ 4. Indien de gemeenteraad zich niet fysiek wenst te laten vertegenwoordigen, deelt hij zijn beraadslagingen onverwijld mee aan de structuur, die er rekening mee houdt wat betreft het uitbrengen van de stemmen, maar ook wat betreft de berekening van de verschillende aanwezigheids- en stemquorums.

Art. 2. Het bestuursorgaan van de intercommunales, van de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie, van de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de openbare huisvestingsmaatschappijen, van de gemeentelijke of provinciale vzw's, van de autonome gemeente- of provinciebedrijven, van de projectverenigingen of iedere andere bovenlokale instelling die dit wenst, kan elke algemene vergadering die reeds is bijeengeroepen op het ogenblik van de inwerkingtreding...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI