30 OKTOBER 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming aan de ziekenhuizen in het kader van de coronavirus COVID-19 epidemie

VERSLAG AAN DE KONING

Sire,

Het koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft tot doel de principes vast te stellen voor de definitieve toekenning aan de ziekenhuizen van de uitzonderlijke financiële tegemoetkoming die, in eerste instantie, in de vorm van thesaurievoorschotten aan de ziekenhuizen werd toegekend (een laatste schijf volgt nog begin oktober 2020).

Deze thesaurievoorschotten werden toegekend ingevolge de Koninklijke Besluiten Bijzondere Machten nr. 10 van 19 april 2020 en nr. 35 van 24 juni 2020.

Het Koninklijk Besluit Bijzondere Machten nr. 8 van 19 april 2020 wijzigde het artikel 101 van de Ziekenhuiswet. Dit artikel 101 laat toe kosten tengevolge van een pandemie ten laste te nemen via het Budget van Financiële Middelen (BFM) van de ziekenhuizen.

De Koninklijke Besluiten nr. 10 en het Koninklijk Besluit nr. 35 lieten toe dat er snel liquiditeiten ter beschikking gesteld konden worden aan de ziekenhuizen, in de vorm van voorschotten. Zodoende kon vermeden worden dat de ziekenhuizen, die een sleutelrol hadden en hebben in het algemeen in ons gezondheidszorgsysteem en in het bijzonder tijdens de COVID-19 epidemie, hun financiële verplichtingen niet konden nakomen. De continuïteit van de werking van de ziekenhuizen kon en kan verzekerd blijven, mede door deze voorschotten. Het is immers zo dat de normale ziekenhuisactiviteiten, op de niet uit te stellen zorg na, en daarmee de ziekenhuisinkomsten afnamen. Tezelfdertijd dwong de epidemie de ziekenhuizen tot een snelle en zeer ingrijpende herorganisatie van hun werking. Voor de ziekenhuizen betekende dit aanzienlijke bijkomende kosten, naast de doorlopende vaste kosten.

Het huidig Koninklijk Besluit beschrijft de principes voor de definitieve toekenning aan de ziekenhuizen en de zorgverleners in de ziekenhuizen die via honoraria gefinancierd worden van de uitzonderlijke financiële tussenkomst die, in eerste instantie, in de vorm van thesaurievoorschotten aan de ziekenhuizen werd toegekend. De afrekening van de regularisatie van de voorschotten zal gebeuren, via de BFM, op basis van artikel 101 van de Ziekenhuiswet.

De bijkomende kosten die de ziekenhuizen nodig achtten of hen werden opgelegd door de overheid, om met de nieuwe pathologie om te gaan en voorbereid te zijn op de buitengewone zorg voor de patiënten, zijn divers van aard. In onderstaande tegemoetkomingen en regularisatie worden daar rekening mee gehouden, wat nog niet mogelijk was op het ogenblik van toekenning van de voorschotten omdat de informatie en kennis op dat ogenblik nog onvoldoende was. Nog steeds is er een factor van onzekerheid: het is onzeker hoe lang en in welke mate de ziekenhuizen de komende maanden nog geconfronteerd zullen worden met de coronavirus COVID-19 epidemie.

De principes in het voorliggend Koninklijk Besluit hebben enkel betrekking op het jaar 2020, met een onderscheid naargelang het eerste (waarvan we weten dat er belangrijke impact is van de epidemie tussen 11 maart en eind juni) of het tweede semester (waarvan we op dit ogenblik nog geen definitief zicht hebben op de omvang en de termijn van de impact).

De uitgewerkte principes houden er niet alleen rekening mee dat er eenmalige en recurrente kosten in kader van de coronavirus COVID-19 epidemie zijn, maar houdt er tevens rekening mee dat de epidemie een zware impact op de financieringsbronnen van de ziekenhuisdiensten heeft, met name :

- het Budget van Financiële Middelen, de forfaits dagziekenhuis, de RIZIV-conventies, de geneesmiddelenforfaits,...

- de honoraria (die naast de vergoeding voor de prestatie van de artsen en andere zorgverleners ook de werking van welbepaalde medische en medisch-technische diensten vergoeden)

Bovendien wordt een onderscheid gemaakt naargelang de zorgverleners die gefinancierd worden met de honoraria van hun prestaties, een gesalarieerd dan wel een zelfstandig statuut hebben.

De bijkomende kosten hebben niet alleen betrekking op extra-facturen of extra-loonkosten. Er wordt ook rekening mee gehouden dat bepaalde specifieke inzet in het kader van COVID-19 zorg van vooral de zelfstandige zorgverleners, niet of niet volledig gehonoreerd wordt met de gebruikelijke RIZIV-nomenclatuur van verstrekkingen.

Verder is rekening gehouden met de realiteit dat de ziekenhuiskosten al dan niet afhankelijk zijn van het aantal COVID-19 patiënten, van het aantal COVID-19 ligdagen en op welk type verpleegeenheid (intensieve zorgen of niet) en met welke ondersteuning op een intensieve eenheid (met beademing, met ECMO of geen van beide).

Ten slotte zal de hoogte van het definitieve bedrag ook rekening houden met de verplichting tot het beschikbaar houden van "reserve"capaciteit van ziekenhuisbedden voor het geval zich een heropflakkering voordoet. Dit kan immers een impact hebben op de activiteit en de beschikbaarheid van de zorgverleners.

De tussenkomsten voor de bijkomende kosten worden forfaitair vastgelegd, op basis van informatie van ziekenhuizen die hiertoe vrijwillig konden deelnemen aan door de FOD Volksgezondheid Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (VVVL) georganiseerde enquêtes.

Voor de doorlopende ziekenhuiskosten die in normale omstandigheden met honoraria gedekt worden, en voor de bijkomende kosten van de zorgverleners omwille van hun extra-inzet waarvoor geen prestaties konden gefactureerd worden, levert het facturatievolume van dezelfde periode van 2019 en het prijsniveau van 2020 de nodige informatie: de facturatie van de prestaties 2020 zal bijgepast worden tot op het volume van prestaties in 2019, aan de prijzen van 2020.

De betaling van de voorschotten gebeurde eerder al per ziekenhuis, en ook voor deze definitieve afrekening van de uitzonderlijke financiële tussenkomst wordt met een totaalbedrag per ziekenhuis gewerkt.

Voor de toepassing van deze maatregelen wordt, waar relevant, een onderscheid gemaakt tussen algemene en psychiatrische ziekenhuizen:

- Alle maatregelen zijn van toepassing op de algemene ziekenhuizen;

- Maar niet alle maatregelen gelden voor de psychiatrische ziekenhuizen (bv. zij beschikken niet over een spoedafdeling noch over intensieve zorgen bedden).

De tegemoetkomingen:

  1. Voor het ziekenhuis

    1. De extra-kosten die door het ziekenhuis werden gemaakt, enerzijds in de opstartfase en anderzijds rekening houdende met zorg tijdens de epidemie (zowel voor COVID-19 patiënten als voor andere patiënten), worden forfaitair vergoed. Er wordt zowel rekening gehouden met het `epidemie-klaar maken' van het ziekenhuis (een "eenmalige" kost/ "one shot") als met de geleverde COVID-19 zorg (een "recurrente' kost, gerelateerd tot de omvang van de COVID-19 zorg). Voor dit laatste geldt dat er recurrente forfaits worden toegekend vanaf de start van de crisis en zolang er COVID-19 patiënten dienen verzorgd te worden en/of de overheid beperkingen van activiteit of andere verplichtingen (bijvoorbeeld reservecapaciteit) oplegt.

    2. Voor de diensten gefinancierd via het BFM of met RIZIV-conventies of RIZIV-forfaits worden de financieringsbronnen voor 2020 integraal toegekend. Dit komt dus neer op een `bijpassing' tot het bedrag voor een normale activiteitenperiode (zonder Covidimpacten) per ziekenhuis, bovenop de facturatie van de geleverde zorg in 2020 (omdat die zorgactiviteiten niet uit te stellen waren of bij het opstarten van de reguliere zorg).

      De werkingskosten van deze diensten kunnen hiermee gefinancierd blijven. Vaak zijn de salarissen van de medewerkers de belangrijkste kost, maar ook materialen, verzekeringen en onderhoudscontracten kunnen doorwegen.

      Het betreft het garanderen van 100% van

      - het betekende Budget van Financiële Middelen (vast & variabel deel, ook voor niet-VI-patiënten);

      - de RIZIV-revalidatieovereenkomsten (die werkingskosten en/of niet-medisch personeel financieren);

      - de forfaits dagziekenhuis t.l.v. ZIV;

      - het forfait voor de geneesmiddelen.

      Het gegarandeerd budget omvat steeds enkel de RIZIV-uitgaven en niet het gedeelte remgelden en ereloonsupplementen.

    3. Voor de honorarium diensten worden de kosten die voor het ziekenhuis bleven doorlopen (opnieuw vooral de loonkosten) vergoed. Hiervoor wordt rekening gehouden met de bestaande afdrachtenpercentages in elk individueel ziekenhuis (retrocessie aan het ziekenhuis). Ook hier betreft het een bijpassing tot het bedrag van de normale RIZIV-facturatie (zijnde de activiteit in diezelfde periode van 2019).

      Elk ziekenhuis (beheer + Medische Raad) zal het afdrachtenpercentage op de honoraria (de zgn. retrocessie) moeten documenteren en de FOD VVVL zal deze verifiëren o.bv. de financiële gegevens van 2018 (= de recentste jaarrekening van elk ziekenhuis in het bezit van de FOD VVVL). Ingeval van géén overeenstemming tussen beide berekeningen is het standpunt van de bedrijfsrevisor van het ziekenhuis bepalend.

  2. Voor de zorgverleners gefinancierd via honoraria

    1. Extra-activiteiten van zorgverleners

      Voor de extra-activiteiten van zorgverleners die via honoraria gefinancierd worden die zich niet vertaalden in prestaties die factureerbaar zijn per patiënt, maar wel een grote tijdsbesteding, inspanning en flexibiliteit vereisten:

      Het gaat om:

      - een financiering van de permanenties op de dienst spoedgevallen en de dienst intensieve zorg (daar moet de financiering op het niveau van 2019 worden gewaarborgd in de algemene ziekenhuizen);

      Daarenboven diende de spoedgevallendienst ontdubbeld te worden, voor de opvang van (potentiële) COVID-19-patiënten en voor de NON-COVID-19-patiënten. Bijgevolg diende ook de financiering voor de permanenties ontdubbeld te worden. Idem dito voor de dienst intensieve zorg (ontdubbeling voor COVID-19-zorg en voor NON-COVID-19-zorg).

      - Daarnaast waren er in de algemene ziekenhuizen ook meer permanenties van artsen (voor avond-, nacht- en weekenddiensten) voor de gewone hospitalisatie-afdelingen voor COVID-19-patiënten;

      - ook de activiteiten in verband met de medische coördinatie van de COVID-19-zorg (inclusief...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI