Arrêt Nº252018 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 31/03/2021

CourtIIde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDE GROOTE C.
Judgment Date31 mar. 2021
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number252018
X - Pagina 1
nr. 252 018 van 31 maart 2021
in de zaak RvV X / II
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat R. AKTEPE
Amerikalei 95
2000 ANTWERPEN
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en
Migratie.
DE WND. VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Marokkaanse nationaliteit te zijn, op 3 november 2020
heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de
staatssecretaris voor Asiel en Migratie van 5 oktober 2020 tot weigering van de afgifte van een visum.
Gezien titel I bis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gezien de beschikking houdende de vaststelling van het rolrecht van 9 november 2020 met
refertenummer X
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 11 december 2020, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 18 januari
2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken C. DE GROOTE.
Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KALIN, die loco advocaat R. AKTEPE verschijnt voor de
verzoekende partij en van advocaat C. VANBEYLEN, die loco advocaten C. DECORDIER en T.
BRICOUT verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
Op 17 december 2019 meldt de raadsman van de verzoeker aan de Dienst Vreemdelingenzaken dat de
verzoeker een visumaanvraag zal indienen voor gezinshereniging met zijn broer van Spaanse
nationaliteit die in België verblijft. De verzoeker zal dit doen onder de vorm van een visum type C (kort
verblijf).
X - Pagina 2
De verzoeker, die verklaart van Marokkaanse nationaliteit te zijn, dient op 20 januari 2020 bij het
Belgisch consulaat te Casablanca een aanvraag in voor een visum kort verblijf (type C).
Op 10 maart 2020 wordt deze visumaanvraag geweigerd. Bij arrest met nummer 239 876 van 19
augustus 2020 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (hierna: de Raad) deze beslissing.
Op 5 oktober 2020 wordt de visumaanvraag opnieuw geweigerd. Dit is de thans bestreden beslissing.
Deze beslissing luidt als volgt:
(…)
(Bij arrest nr. 239.876 van 19 augustus 2020 vernietigde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de
beslissing dd. 10.03.2020 tot weigering van de afgifte van een visum.)
Een visum kort verblijf op grond van de richtlijn 2004/38/EG (omgezet in art. 40bis en 47/1 van de
vreemdelingenwet van 15.12.1980) werd ingediend op naam van L. Y. (…), geboren op (…)1997, van
Marokkaanse nationaliteit, met als referentiepersoon zijn broer in België, L. O. A. (…), geboren op
(…)/1978, van Spaanse nationaliteit.
Overwegende dat de visumaanvrager de broer is van een burger van de Unie en dat bijgevolg de
bepalingen met betrekking tot de 'andere familieleden' zoals in art. 3, §2, al. 1, a), omgezet in art. 47/1
van de vreemdelingenwet van 15.12.1980, van toepassing zijn;
Overwegende dat art. 47/1 van de vreemdelingenwet het volgende bepaalt:
Als andere familieleden van een burger van de Unie worden beschouwd :
1° de partner met wie de burger van de Unie een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft en die niet
bedoeld wordt in artikel 40bis, § 2, 2° ;
2° de niet in artikel 40bis, § 2, bedoelde familieleden die, in het land van herkomst, ten laste zijn of deel
uitmaken van het gezin van de burger van de Unie;
3° de niet in artikel 40bis, § 2, bedoelde familieleden die wegens ernstige gezondheidsredenen een
persoonlijke verzorging door de burger van de Unie strikt behoeven.
Overwegende dat de visumaanvrager, gezien de familieband, enkel in aanmerking kan komen voor de
bepalingen van 2° en 3°;
Overwegende dat in het dossier geen medische redenen aangehaald worden om de aanvraag te staven
waardoor 3° dus niet langer van toepassing is;
Overwegende dat uit de bepalingen van de Europese Richtlijn 2004/38 en de rechtspraak van het
Europees Hof van Justitie blijkt dat, om vast te stellen dat een familielid ten laste is, per geval moet
worden beoordeeld of dit familielid, gezien zijn financiële en sociale toestand, materiële steun nodig
heeft om in zijn basisbehoeften te voorzien in het land van herkomst;
Overwegende dat ter staving van het karakter 'ten laste', de volgende documenten aangebracht werden:
- 'attestation du revenu global 2020'
- 'attestation de charge familie'
- 'déclaration sur l'honneur'
- 'attestation de célibat'
- 'certificat de vie collectif
- 'certificat de non adhésion aux registres immobiliers'
- Bewijs van 4 geldstortingen in 2016 (totaalbedrag: 866,39 euro)
- Bewijs van 3 geldstortingen in 2017 (totaalbedrag: 956,42 euro)
- Bewijs van 6 geldstortingen in 2018 (totaalbedrag: 1904,01 euro)
- Bewijs van 5 geldstortingen in 2019 (totaalbedrag: 775,89 euro)
Overwegende dat betrokkene aan de hand van het document 'attestation du revenu global 2020' wenst
aan te tonen dat hij geen inkomsten heeft aangegeven bij de belastingdiensten; dat echter het loutere
feit dat men als inkomsten 'néant' vermeldt op dit document, niet betekent dat men per definitie over
helemaal geen inkomsten beschikt;
Overwegende dat een 'déclaration sur l'honneur' en een 'attestation de charge familie" geen objectief
verifieerbaar bewijzen zijn van een toestand van materiële afhankelijkheid;
Overwegende dat betrokkene aangeeft alleenstaande en alleenwonend te zijn; dat dergelijke
maatschappelijke situatie niet zonder meer inhoudt dat hij ten laste is van zijn broer;
Overwegende dat een 'certificat de vie collectif wordt voorgelegd, afgeleverd aan de vader van
betrokkene; dat echter op geen enkele wijze wordt aangetoond in welke mate betrokkene desgevallend
reeds afhankelijk is van zijn ouders, niettegenstaande hij verklaart dat hij alleenwonend is;
Overwegende dat een attest wordt voorgelegd waaruit blijkt dat betrokkene over geen onroerende
eigendommen beschikt; dat dit geen verband houdt met het al dan niet ten laste te zijn van zijn broer;

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT