Arrêt Nº250291 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 02/03/2021

CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDE SMET A.
Judgment Date02 mar. 2021
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number250291
RvV X - Pagina 1
nr.
250 291
van
2 maart
2021
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
P.
ROBERT
Sint-Quentinstraat 3
1000 BRUSSEL
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVE KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Colombiaanse nationaliteit te zijn, op 6 oktober 2020
heeft ingediend tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen van 21 september 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 5 januari 2021 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 3 februari 2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken A. DE SMET.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat P. ROBERT en van attaché H.
NUYTS, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekster die verklaart van Colombiaanse nationaliteit te zijn, is volgens haar verklaringen België
binnengekomen op 27 april 2017 als minderjarige. Haar moeder en oudere zus hebben elk een verzoek
om internationale bescherming ingediend op 5 januari 2018. Verzoekster volgde de situatie van haar
moeder.
Op 21 december 2018 en 9 januari 2019 nam de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen de beslissingen waarbij aan verzoeksters moeder en zus de vluchtelingenstatus en de
subsidiaire beschermingsstatus werden geweigerd.
Bij arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (hierna: de Raad) nr. X van 6 mei 2019 werden
aan verzoeksters moeder en zus eveneens de vluchtelingenstatus en de subsidiaire
beschermingsstatus geweigerd.
RvV X - Pagina 2
Op 16 september 2019 bereikt verzoekster de leeftijd van achttien jaar.
1.2. Op 14 februari 2020 dienen verzoeksters moeder en zus een tweede verzoek om internationale
bescherming in.
1.3. Op 14 februari 2020 dient verzoekster een verzoek om internationale bescherming in.
1.4. Nadat een vragenlijst werd ingevuld en ondertekend, werd het dossier van verzoekster door de
Dienst Vreemdelingenzaken op 30 juli 2020 aan het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en
de staatlozen overgemaakt.
1.5. Op 21 september 2020 neemt de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
beslissing waarbij aan verzoekster de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus worden
geweigerd. Deze beslissing wordt op 24 september 2020 aangetekend verzonden.
De bestreden beslissing luidt als volgt:
“A. Feitenrelaas
U verklaart de Colombiaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn op (…) 2001 te Bogota, waar u
steeds hebt gewoond. U ging naar school tot de negende klas.
Uw vader was werkzaam als politieagent. Hij was betrokken bij gerechtelijke dossiers tegen
verschillende leden van de bende Las Ferias. Hierdoor werd uw gezin bedreigd, onder andere via
dreigtelefoons. Ondertussen is uw vader met pensioen gegaan. Toch bleven de bedreigingen doorgaan.
Op 25 april 2017 is uw zus B.T. M. D. (CG 18/10216Z ; O.V. 8.566.038) uit Colombia vertrokken en een
dag later bent u met uw moeder B.B.D.B. (CG 18/10217; O.V. 8.566.051) uit Colombia vertrokken. Jullie
reisden legaal naar België en kwamen hier aan op 27 april 2017. Uw zus en moeder dienden een
verzoek om internationale bescherming in op 5 januari 2018. U was zelf nog minderjarig en het verzoek
van uw moeder gold toen dus ook voor u.
Op 21 december 2018 nam het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
(CGVS) voor hen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de
subsidiaire beschermingsstatus aangezien geen geloof kon worden gehecht aan de door hen afgelegde
verklaringen. Op 6 mei 2019 bevestigde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV) deze
beslissing.
Op 14 februari 2020 diende u in eigen naam een verzoek in. Op diezelfde datum dienden ook uw
moeder en uw zus een nieuw verzoek in. U verklaart dat de aan uw gezin gerichte bedreigingen omwille
van uw vaders betrokkenheid bij de arrestatie van leden van de Las Ferias bende nog steeds actueel is.
Eind vorig jaar zou uw vader nog zijn bedreigd. Op 25 juli 2020 werd de WhatsAppaccount van uw zus
gehackt. Zowel u, uw moeder en grootmoeder kregen toen een vreemd bericht met de vraag naar een
code. U verwijst verder naar de documenten die uw moeder in haar tweede verzoek voorlegt, namelijk
de kopieën van een brief van jullie advocaat, een door een privédetective opgesteld document en de
bijhorende petitierechten en antwoorden op informatievragen, een getuigenis van een collega van uw
vader, de transcriptie van de video van de hoorzitting i.v.m. de Las Ferias bende, door uw vader
ingediende aangiftes daterend van 2017 en 2019 en schoolcertificaten van uw zus en u. Tevens legt uw
advocaat nog een analyse van Omar Eduardo Rojas Bolanos voor.
B. Motivering
Vooreerst moet worden opgemerkt dat u, in overeenstemming met artikel 48/9 van de
Vreemdelingenwet, de mogelijkheid werd geboden om de nodige elementen aan te brengen waaruit uw
eventuele bijzondere procedurele noden kunnen blijken.
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, is het duidelijk dat
u géén dergelijke elementen kenbaar hebt gemaakt, en heeft het Commissariaat-generaal evenmin
bijzondere procedurele noden in uw hoofde kunnen vaststellen.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT