Arrêt Nº206497 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 04/07/2018

CourtVIIIste KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtVERHAERT C.
Judgment Date04 juillet 2018
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number206497
RvV X - Pagina 1
nr.
206 497
van
4 juli
2018
in de zaak RvV X / VIII
In zake:
X
-
X
ten kantore van advocaat
F.
JACOBS
Kroonlaan 207
1050 BRUSSEL
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIIste KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X en X, die verklaren van Iraakse nationaliteit te zijn, op 24 maart2017
hebben ingediend tegen de beslissingen van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen van 17 februari 2017.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 29 maart 2018 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 23 mei 2018.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken C. VERHAERT.
Gehoord de opmerkingen van advocaat F. JACOBS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van
attaché K. ALLYNS, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekers, die verklaren van Iraakse nationaliteit te zijn, hebben op 3 december 2015 een verzoek
tot internationale bescherming ingediend.
1.2. Nadat een vragenlijst werd ingevuld en ondertekend, werden de dossiers van verzoekers op 1
maart 2016 door de Dienst Vreemdelingenzaken (hierna: DVZ) overgemaakt aan het Commissariaat-
generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (hierna: CGVS). Verzoekers werden beiden door het
CGVS op 25 oktober 2016 gehoord in het Sorani.
RvV X - Pagina 2
1.3. Op 17 februari 2017 neemt de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
beslissingen tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire
beschermingsstatus. De bestreden beslissing luidt ten aanzien van eerste verzoeker als volgt:
“A. Feitenrelaas
U verklaart dat u de Iraakse nationaliteit bezit, een soennitische Arabier bent, en op 16 november 1980
bent geboren in Bartela (provincie Ninewa, Centraal-Irak). Op uw tiende kwamen uw ouders en uw
enige broer om het leven bij een verkeersongeval. Nadien verhuisde u naar Erbil (Howler), Noord-Irak,
waar u werd opgevoed door uw tante Hayat. U kreeg er het Sorani (Koerdisch dialect) onder de knie. U
ging niet naar school en werkte vanaf jonge leeftijd als autohandelaar.
In 2008 begon u een relatie met uw huidige echtgenote, S. A. A. A. (…) (OV (…) - CG (…)). Ze is van
Koerdische afkomst en behoort tot de conservatieve Al Gailani-stam. Haar familie ging niet akkoord met
jullie relatie omdat u van Arabische afkomst bent. Om represailles te vermijden besloten jullie Irak
te verlaten. Op 19 juni 2008 vroegen jullie in Nederland asiel aan. Omdat u voor uw leven vreesde en
omdat u geen identiteitsdocumenten bij had, bediende u zich van de alias ‘M. M. A. (…)’. Jullie
asielaanvraag werd door de IND (‘Immigratie- en Naturalisatiedienst’) geweigerd. In december 2009
werden jullie naar Erbil gerepatrieerd. S. (…) was op dat moment zwanger van jullie oudste dochter S.
(…) (OV (…)).
Na jullie terugkomst trok u opnieuw in bij uw tante en ondernam u enkele verzoeningspogingen met de
familie van S. (...). Ze stemden in met een huwelijk, op voorwaarde dat u een bruidsschat van 50.000
dollar betaalde en dat jullie Koerdistan verlieten. Jullie gingen akkoord en verhuisden twee weken later
naar het christelijke dorp Bartela. Na aankomst sloten jullie een burgerlijk en religieus huwelijk af. Enige
tijd later ging u als chauffeur aan de slag bij het Amerikaanse oliebedrijf Global.
In respectievelijk 2010 en 2012 werd u vader van twee dochters, de eerder genoemde S. (...) en Sa.
(...).
In Bartela raakte u onder de indruk van de manier waarop christenen met elkaar omgaan. In het najaar
van 2013 begon u, onder invloed van uw christelijke buren, een bekering te overwegen. Op Kerstdag
2013 stapte u voor het eerst een kerk binnen. U liet zich onmiddellijk dopen en bekeerde u zo tot de
Chaldeeuwse kerk. In de maanden die volgden ging u nog zesmaal naar de kerk. Tijdens uw laatste
kerkbezoek, op 6 juli 2014, werd u bij het verlaten van de kerk aangesproken door een onbekende
persoon. Hij zei uw volledige naam en u bevestigde uw identiteit. Hij vroeg wat u in de kerk deed en u
antwoordde dat u het geld van een autodeal kwam ophalen. De persoon nam een pistool, plaatste het
tegen uw hoofd, en zei dat hij u in de gaten hield. Hij zei dat hij familie van u was en verwees naar een
erfeniskwestie waarbij uw vader de gronden van enkele familieleden had geannexeerd. De onbekende
persoon zei dat de erfeniskwestie nog niet vergeten was en dat u de familie-eer op het spel zette
met uw kerkbezoek. U ontkende zijn aantijgingen en zei dat u enkel geld kwam ophalen. De persoon
bedaarde, zei dat het in orde was, en liet u gaan. Hij dreigde ermee u te doden indien u nogmaals de
kerk bezocht. U ging naar huis en vertelde aan uw echtgenote wat er was gebeurd. De volgende dag
bracht u John Crawley, de directeur van Global, op de hoogte van het incident. Het was hem duidelijk
dat uw belagers u niet met rust zouden laten en dat u Irak moest verlaten. Hij beloofde alle praktische
zaken voor u te regelen.
Op 15 juli 2014 bracht John Crawley u met de wagen naar Erbil. Nog diezelfde dag vlogen jullie naar
Turkije. Jullie reisden onder jullie eigen identiteit en met jullie eigen paspoorten. Op 3 november 2015
verlieten jullie Turkije en reisden jullie via Bulgarije naar België. Op 3 december 2015 vroegen u en uw
echtgenote in België asiel aan.
Ter staving van jullie asielaanvraag leggen u en uw echtgenote volgende documenten voor:
identiteitskaart dd. 20/01/2013, identiteitskaart echtgenote dd. 03/10/2004, identiteitskaart echtgenote
dd. 20/01/2013, nationaliteitsbewijs echtgenote dd. 03/10/2004, nationaliteitsbewijs dd. 28/08/2007,
nationaliteitsbewijs echtgenote dd. 06/03/2013, identiteitskaarten dochters dd. 20/01/2013, woonstkaart
dd. 02/10/2013, Parcours Croisés, usb-stick met foto’s.
B. Motivering
RvV X - Pagina 3
Na een grondige analyse van jullie asielaanvraag heeft het CGVS besloten dat u en uw echtgenote niet
in aanmerking komen voor een toekenning van de vluchtelingenstatus of een toekenning van de
subsidiaire beschermingsstatus.
Om te beginnen ondergraaft het IND-dossier van uw echtgenote de geloofwaardigheid van
jullie asielmotieven.
Aanvankelijk hebben jullie de Nederlandse asielaanvraag verzwegen voor de Belgische autoriteiten. Pas
na confrontatie met de Eurodac-hit van uw echtgenote bevestigden jullie de eerdere asielaanvraag in
Nederland (zie CGVS Sh. (…), p. 14 - zie CGVS S. (...), p. 5 - zie Vragenlijst S. (...), vraag 10). Dit is
uiteraard een negatieve indicator voor jullie algemene geloofwaardigheid. Er mag namelijk worden
verwacht dat jullie van meet af aan een correct beeld van jullie levensloop schetsen, teneinde de
Belgische autoriteiten in staat te stellen een volledige en correcte inschatting van jullie situatie te
maken.
De informatie van de IND maakt bovendien duidelijk dat u zich in Nederland bediende van de alias
M. M. A. (…), geboren op 16 november 1985 (zie Landeninformatie, informatie IND). U bevestigt dat u
in Nederland inderdaad onder een andere naam (en leeftijd) asiel hebt aangevraagd (zie CGVS, Sh.
(…), p. 14). Volgens u gebruikte u die alias omdat u voor uw leven vreesde en omdat u geen (identiteits-
)documenten bij had. Geen van beide redenen is echter een vergoelijking om zich van een alias te
bedienen. Van een asielzoeker mag worden verwacht dat hij vanaf het begin van zijn asielprocedure
een volledig en correct beeld schetst van zijn identiteit. De IND oordeelde in haar beschikking dan ook
terecht dat het gebrek aan identiteitsdocumenten u toerekenbaar kon worden geacht.
Daarnaast blijkt uit de beschikking dat de IND geen geloof hechtte aan uw voorgehouden Arabische
afkomst en geboorteplaats (Mosul, Centraal-Irak), aangezien jullie er wisselende verklaringen over
aflegden en omdat jullie geen documenten voorlegden. Geconfronteerd met de bevindingen van de IND
slagen jullie er niet in een overtuigend weerwoord te formuleren. U houdt vol dat u wel degelijk van
Arabische afkomst bent (zie CGVS, Sh. (…), p. 7-9), terwijl uw echtgenote enkel volgend laconiek
antwoord geeft: ”Ja, Nederland gelooft niemand en denkt dat alle verhalen ongeloofwaardig zijn” (zie
CGVS, S. (...), p. 6). U voegt er aan toe dat de IND u wel degelijk geloofde, maar dat uw asielaanvraag
werd geweigerd omdat de toenmalige Iraakse premier had verkondigd dat Irak veilig was (zie CGVS,
Sh. (...), p. 6). Dat staat uiteraard haaks op de inhoud van de beschikking. Wat er ook van zij, de
argumenten waarop de IND haar beschikking baseerde, worden door het CGVS als correct en
valide beschouwd. Het CGVS onderschrijft dan ook de beslissing van de IND.
Vervolgens blijven jullie ook bij deze asielaanvraag in gebreke bij het staven van jullie
identiteit, levensloop herkomst, en uw etnische afkomst.
Uit een analyse van de identiteitsdocumenten van u en uw gezinsleden blijkt dat alle voorgelegde
identiteitsstukken ter staving van jullie identiteit en verblijf in Bartela (met name uw identiteitskaart, uw
nationaliteitsbewijs, uw woonattest, de vernieuwde identiteitskaart van uw echtgenote, het vernieuwde
nationaliteitsbewijs van uw echtgenote, de identiteitskaart van uw dochter Sa. (...), en de identiteitskaart
van uw dochter S. (...)) totale namaak zijn (zie Landeninformatie, analyseverslagen politie). Dat jullie
toevlucht nemen tot het gebruiken van vervalste identiteitsdocumenten om jullie identiteit en herkomst te
staven, doet natuurlijk vragen rijzen bij jullie werkelijke identiteit en herkomst. Men kan verwachten dat
jullie als Irakezen originele identiteitsstukken kunnen voorleggen. Het CGVS stelt bovendien vast dat,
terwijl u en uw kinderen in gebreke blijven om hun identiteit te staven, uw echtgenote wel degelijke
(oude) authentieke stukken voorlegt, met name een identiteitskaart en een nationaliteitsbewijs. Deze
documenten bevestigen dat ze uit Erbil afkomstig is. Dat uw echtgenote haar herkomst uit Erbil, in
tegenstelling tot jullie verblijf in Bartela, wel weet te staven met identiteitsdocumenten, is uiteraard zeer
merkwaardig. Daarnaast verzaken jullie mits het voorleggen van vervalste stukken op pertinente wijze
aan de medewerkingsplicht die op iedere asielzoeker rust. Jullie trachtten namelijk doelbewust en tegen
beter weten in - u werd tijdens het gehoor trouwens verschillende keren geconfronteerd met het
vermoeden dat u frauduleuze stukken voorlegde (zie CGVS, Sh. (...), p. 12-13, 15) - de Belgische
autoriteiten te misleiden. Dit is zeer nefast voor jullie voorgehouden nood aan internationale
bescherming én voor jullie algemene geloofwaardigheid.
Bovendien duiken er bijkomende tegenstrijdigheden op tussen de verklaringen die jullie hebben
afgelegd in het kader van jullie Nederlandse asielaanvraag en die in het kader van jullie asielaanvraag in

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT