Vonnis van Raad van State, February 05, 2021

Datum uitspraak:2021/02/05
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De aanbestedende overheid beschikt in beginsel over een aanzienlijke beoordelingsruimte om de ontvangen prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden. De Raad van State mag zich, gesteld voor de toetsing van een dergelijke beoordeling, niet in de plaats stellen van het bestuur en zelf de beoordeling van de prijsverantwoording overdoen. Het komt hem enkel toe om desgevraagd na te gaan of deze... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

De verzoekende partij werd te dezen precies uitgenodigd om de opgegeven eenheidsprijs te verantwoorden na identificatie door de verwerende partij als vermoedelijk abnormaal. Het ontbreekt de prijsverantwoording aan technische detaillering van de in te zetten drijvende bok. In het licht van de lokale omstandigheden en beschikbare vaargeul besluit de verwerende partij dat aldus niet controleerbaar is of de drijvende bok technisch en operationeel kan worden ingezet. In de gegeven omstandigheden lijkt de verwerende partij de grenzen van haar beoordelingsruimte niet te hebben overschreden door vast te stellen dat de (zeer) lage tarieven voor de levering van het ballaststaal in de prijsverantwoording niet werden gestaafd of toegelicht.

De bewijslast van de normaliteit van de prijs rust op de inschrijver die bevraagd is. Het staat dan ook aan hem om ten gepaste tijde en niet voor het eerst ter terechtzitting de nodige nuances te maken en een en ander uit te klaren.

Artikel 76, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 schrijft voor wanneer een offerte substantieel onregelmatig is en verwijst uitdrukkelijk naar artikel 44 van hetzelfde besluit dat bepaalt dat een offerte moet ondertekend zijn "door de perso(o)n(en) die bevoegd of gemachtigd is\/zijn om de inschrijver te verbinden".De verzoekende partij meent te dezen dat de ondertekening van de offerte niet kwalificeert als een handeling van dagelijks bestuur en verwijst hiervoor naar een passage uit de statuten van de deelnemer. Deze passage moet evenwel worden gelezen in het licht van van artikel 7:121 van het (nieuwe) WVV dat voortaan een definitie bevat van het begrip "dagelijks bestuur".

Hoewel het verbod uit artikel 10 van de rechtsbeschermingswet, luidens welk "bepaalde gegevens evenwel niet [mogen] worden meegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van publieke of private ondernemers of...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT