Vonnis van Raad van State, February 26, 2020

Datum uitspraak:2020/02/26
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Art. 7 van het KB van 12 oktober 2010 schrijft voor dat wanneer de overheid de overeenstemming van de verwarmingstoestellen wil controleren, de fabrikant twee toestellen ter beschikking dient te stellen. De beproeving in het laboratorium gebeurt op het eerste toestel. Indien er daarna nood is aan een tegenexpertise gebeurt die op het tweede toestel. De vraag van de verzoekende partij om ook de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 247.144 van 26 februari 2020 in de zaak A. 230.164/VII-40.759

In zake: de BVBA I-FIRE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tom Huygens en Roy Vander Cruyssen kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57-59 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame ontwikkeling bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Ruben Veranneman kantoor houdend te 8820 Torhout

Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen

--------------------------------------------------------------------------------------------------

I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 10 februari 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “Het proces-verbaal van terugneming van de markt dd. 22.01.2020, genomen in toepassing van artikel 16, §1, 2e alinea van de wet van 21 december 1998, met betrekking tot het verwarmingsapparaat van het merk I FIRE I GREEN, model D 69/52, met een vermogen van 8 kW wegens overtreding van artikel 4, §1, 1° van het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen.

    VII-40.759-1/18

    ‡CGCUJBFAE-BEAJEEV‡

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020, om 10.00 uur.

    Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Tom Huygens, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Jürgen Vanpraet en Ruben Veranneman, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Gegevens van de zaak

    3.1. De verzoekende partij is fabrikant van en groothandelaar in verwarmingstoestellen, waaronder houtkachels.

    3.2. Voor het op de markt brengen van houtkachels gelden federale productnormen, vastgelegd in het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen (hierna: koninklijk besluit van 12 oktober 2010).

    VII-40.759-2/18

    ‡CGCUJBFAE-BEAJEEV‡

    Deze verwarmingstoestellen mogen overeenkomstig artikel 4, § 1, enkel op de markt gebracht worden als ze voldoen aan de in het besluit bepaalde rendementsniveaus en emissiewaarden van verontreinigende stoffen, en ze moeten door de fabrikant voorzien zijn van de verklaring van overeenstemming bedoeld in artikel 6, waarin onder meer moet worden verwezen naar het beproevingsverslag. Artikel 7 schrijft voor dat wanneer de overheid de overeenstemming van de verwarmingstoestellen wil controleren, de fabrikant twee toestellen ter beschikking dient te stellen. De beproeving in het laboratorium gebeurt op het eerste toestel. Indien er daarna nood is aan een tegenexpertise gebeurt die op het tweede toestel.

    3.3. Overeenkomstig artikel 4, § 2, worden de rendementsniveaus en emissiewaarden van verontreinigende stoffen gemeten en berekend volgens de normen vermeld in de bijlage I en bijlage II. Voor de inzetkachels waar het in deze vorderingen om gaat is dat de norm NBN EN 13229. Dergelijke norm is een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is (artikel I.9 van het Wetboek van Economisch recht). Normen geven de regels van goed vakmanschap weer die, op het ogenblik dat ze worden aangenomen, gelden voor een bepaald product, een bepaald procedé of een bepaalde dienst. De naleving ervan gebeurt op vrijwillige basis, tenzij de naleving ervan is opgelegd door een wettelijke, reglementaire of contractuele bepaling (artikel VIII.1 van het Wetboek van Economisch recht). De Staat en alle andere publiekrechtelijke personen kunnen refereren aan de door het Bureau voor Normalisatie gepubliceerde normen door een eenvoudige verwijzing naar de referte van deze normen (artikel VIII.2 van het Wetboek van Economisch recht).

    3.4. Artikel 16 , § 1, van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers luidt:

    VII-40.759-3/18

    ‡CGCUJBFAE-BEAJEEV‡

    “De statutaire of contractuele personeelsleden, bedoeld in artikelen 15, § 1, eerste lid, 15quater, eerste lid en 15quinquies, eerste lid, kunnen bij administratieve maatregel de producten waarvan zij vermoeden dat zij niet beantwoorden aan de bepalingen van een krachtens deze wet genomen besluit, of van een uitvoeringsmaatregel genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG, of van een verordening van de Europese Unie die opgenomen is in de bijlage I, tegen ontvangstbewijs of bewijs van verzegeling tijdelijk in bezit nemen of verzegelen voor een termijn door de Koning bepaald, teneinde ze aan een controle te onderwerpen. Deze tijdelijke inbezitneming tegen ontvangstbewijs voor onderzoek wordt gelicht op bevel van het statutair of contractueel personeelslid die het product [tegen ontvangstbewijs] tijdelijk heeft in bezit genomen voor onderzoek, of ten gevolge van het verstrijken van de termijn.

    Deze statutaire of contractuele personeelsleden kunnen de producten die niet conform zijn met de in uitvoering van deze wet genomen besluiten, met de uitvoeringsmaatregelen genomen in kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten of met de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in bijlage I, in beslag nemen, verzegelen of kunnen eisen deze producten van de markt terug te nemen.

    De producten, voorwerp van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 5, §§ 3, 4, en 5, of van een tijdelijke inbezitneming als bedoeld in het eerste lid of van een bestuurlijke maatregel bedoeld in het tweede lid, worden in het geval van dwingende redenen van volksgezondheid en/of van leefmilieu vernietigd. Tot die vernietiging wordt besloten door al naargelang het geval de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort of de door de Koning aangewezen ambtenaren. De Koning bepaalt de nadere regels voor het tijdelijk in bezit nemen, het bestuurlijk in beslag nemen, verzegelen, van de markt terugnemen, teruggeven of vernietigen van deze producten”.

    Artikel 15/1, § 1, van het koninklijk besluit van 2 juli 2014 tot regeling van de uitvoering van de controles op de toepassing van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers bepaalt:

    “De met de controle belaste ambtenaar die de terugneming van de markt beslist, overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, van de wet van 21 december 1998 stelt een proces-verbaal van terugneming van de markt op. Dat proces-verbaal bevat ten minste de volgende gegevens:

    VII-40.759-4/18

    ‡CGCUJBFAE-BEAJEEV‡

    1° het feit dat de beslissing is genomen in toepassing van artikel 16, § 1, tweede lid van de wet van 21 december 1998; 2° de identificatie van de producten die van de markt worden gehaald; 3° de verplichtingen die de intrekkingsmaatregel meebrengen voor de overtreder, met name: a) onmiddellijk stoppen met het op de markt brengen van het product; in het bijzonder onmiddellijk stoppen met het ter beschikking stellen aan derden en het ter beschikking aanbieden, door het onmiddellijk uit de etalages te halen; b) zijn professionele klanten op de hoogte brengen van de intrekkingsmaatregel en van de modaliteiten voor de terugname van niet conforme producten; daartoe maakt de overtreder gebruik van het model van brief dat bij dit besluit is gevoegd; dit model wordt ook bij het proces-verbaal van terugneming van de markt gevoegd; c) terugnemen van de producten bij zijn professionele klanten tegen terugbetaling; d) de lijst van zijn professionele klanten en van zijn leveranciers bezorgen aan de met de controle belaste ambtenaren. 4° de termijn waarbinnen de persoon die het product op de markt brengt de in 3° opgesomde verplichtingen moet nakomen.

    Krachtens § 2 van deze bepaling bezorgt de met de controle...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT