Vonnis van Raad van State, October 17, 2018

Datum uitspraak:2018/10/17
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De stakingsaanzegging heeft momenteel reeds uitwerking en loopt binnen een aantal dagen af, zodat de verzoeker ingevolge de bestreden beslissingen zonder een schorsing bij UDN geen gebruik kan maken van zijn stakingsrecht dat een basisrecht is. De verwerende partij stelt ten onrechte dat de verzoeker niet in zijn stakingsrecht wordt gefnuikt en dat er in deze geen sprake is van spoedeisendheid... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

A R R E S T

nr. 242.688 van 17 oktober 2018 in de zaak A. 226.419/XIV-37.841

In zake: Mario THYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR gevestigd te 1050 Brussel

Kroonlaan 145 A

--------------------------------------------------------------------------------------------------

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 15 oktober 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: - “i) Het ministerieel bevel van de Vice-Eerste Minister, Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 9 oktober 2018 tot voortzetting/hervatting van het werk voor de volledige duurtijd van de stakingsaanzegging van het VSOA, het ACV en het NSPV enerzijds en van het ACOD anderzijds voor de opdrachten uit te voeren door de personeelsleden van de geïntegreerde politie te werk gesteld bij DGA/DAS en DGA/FERES”, en - “ii) Het besluit van de DG van de Algemene Directie van de bestuurlijke politie aanwijzing van de personeelsleden van de federale politie ter uitvoering van het onder i) uitgevaardigde ministerieel besluit”, en

- “iii) De individuele kennisgeving van 10 oktober 2018 zoals ontvangen op 12 oktober 2018 van het ministerieel bevel tot voortzetting/hervatting van het werk n.a.v. een stakingsaanzegging en van de vordering uitgevaardigd door de directeur-generaal van de algemene directie van de bestuurlijke politie”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2018, om 14.30 uur.

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Joost Bosquet, die verschijnt voor verzoeker, en adviseur Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Geert de Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoeker is tewerkgesteld als inspecteur van politie bij de federale politie, namelijk bij de directie openbare veiligheid van de Algemene directie bestuurlijke politie (hierna: DGA/DAS).

3.2. Op 21 september 2018 dienen het VSOA, het ACV en het NSVP waarbij verzoeker aangesloten is, met toepassing van artikel 126, §2, van de wet van 7 december 1998 „tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus‟ (hierna: de WGP) een stakingsaanzegging in voor de periode van 12 oktober 2018 om 23:59 uur tot 22 oktober 2018 om 07:01 uur. De stakingsaanzegging geldt voor het personeel van de federale politie dat is betrokken bij het beheer van de migratiestromen.

De ACOD heeft op 1 oktober 2018 eveneens een stakingsaanzegging ingediend “betreffende de leden van de federale politie die tewerkgesteld zijn in het Administratief Centrum Transmigranten 127bis gelegen in Steenokkerzeel”. Die stakingsaanzegging loopt voor de periode van 12 oktober 2018 om 07:00 uur tot 26 mei 2019 om 23:59 uur.

3.3. Op 5 oktober 2018 richt de vice-eerste minister, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken een brief naar de voorzitters van de vier genoemde vakorganisaties waarbij hij hen “voorafgaandelijk in[licht] dat [hij], overeenkomstig artikel 126, § 2, WGP en de artikelen 2 tot en met 5 van het ministerieel besluit van 4 januari 2002 „tot bepaling van de opdrachten door de federale politie uit te voeren bij toepassing van artikel 126, § 2, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus‟ [hierna: het ministerieel besluit van 4 januari 2002], na overleg met de minister van Justitie […], gedurende de periode van de stakingsaanzeggingen, het voornemen [heeft] om de personeelsleden van de federale politie tewerkgesteld bij DGA/DAS, CG/CIK‟s en DGA/FERES het bevel te geven het werk voort te zetten of te hervatten en uitvoering te geven aan de artikelen 2 tot 5 van voornoemd ministerieel besluit in die zin dat de opdrachten, vermeld in bijlagen 1, 2 en 3 moeten worden uitgevoerd.”

De minister deelt nog mee dat hij het voornemen heeft de maatregelen te laten ingaan vanaf 12 oktober 2018 om 07:00 uur en de

opmerkingen van de organisaties verwacht ten laatste op 9 oktober 2018 om 12:00 uur.

3.4. De bijlagen 1 tot 3 waarnaar in de sub 3.3 bedoelde brief wordt verwezen, vermeldt, met toepassing van de artikelen 2 tot 5 van het ministerieel besluit van 4 januari 2002, per entiteit, de opdrachten die door de betrokken personeelsleden moeten worden uitgevoerd. Bijlage 1 betreft de door de personeelsleden van de CG/CIK‟s te vervullen opdrachten, bijlage 2 heeft betrekking op de opdrachten van DGA/DAS en bijlage 3, tot slot, wijst de opdrachten van DGA/FERES aan.

3.5. Bij het sub 3.3 genoemde schrijven aan de voorzitters van de vakorganisaties is nog een bijlage gevoegd. Het betreft een schrijven van de vice-eerste minister, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken gericht aan de minister van Justitie, dat door de eerstgenoemde is ondertekend op 5 oktober 2018 en door de laatste nog diezelfde dag “ter bevestiging”. Dat schrijven luidt:

“Mijnheer de Minister,

Waarde Collega,

Momenteel zijn er stakingsaanzeggingen lopende uitgaande van het VSOA, het ACV en het NSPV geldig voor de personeelsleden tewerkgesteld bij DGA/DAS, CG/CIK‟s en DGA/FERES voor de periode van 12-10-2018, 23:59u tot 22-10-2018, 07:01u en van de ACOD geldig voor de personeelsleden tewerkgesteld bij DGA/DAS, CG/CIK‟s en DGA/FERES voor de periode van 12-10-2018 om 07:00u tot 26-05-2019 om 23:59u.

Om een minimale dienstverlening aan de bevolking te verzekeren, heb ik dan ook het voornemen om, in uitvoering van artikel 126, § 2, WGP en van de artikelen 2 tot en met 5 van het ministerieel besluit van 4 januari 2002 tot bepaling van de opdrachten door de federale politie uit te voeren met toepassing van artikel 126, § 2, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, te bevelen om de opdrachten, vermeld in de bijlagen 1, 2 en 3, in aanmerking te nemen die gedurende de volledige periode van de stakingsaanzegging door de personeelsleden tewerkgesteld bij DGA/DAS, CG/CIK‟s en DGA/FERES moeten worden uitgevoerd.

Krachtens artikel 6 van het voornoemd ministerieel besluit van 4 januari 2002, zou ik vervolgens de Commissaris-generaal en de Directeur-generaal van DGA de opdracht willen geven om de daartoe nodige personeelsleden tewerkgesteld bij DGA/DAS, CG/CIK‟s en DGA/FERES die belast worden met de uitvoering van deze opdrachten, vermeld in bijlagen 1, 2 en 3, te laten aanwijzen.

Gezien de verplichting tot overleg, overeenkomstig voornoemd artikel 126, § 2, en voor zover u mijn standpunt deelt, zou ik u dank weten om dit schrijven te willen

ondertekenen en dagtekenen om te bevestigen dat het overleg effectief heeft

plaatsgevonden en uw akkoord in deze materie te bevestigen.

Hoogachtend, […]”

Ook bij dit schrijven zijn drie bijlagen gevoegd. Het betreft dezelfde bijlagen als deze vermeld sub 3.4 waarin de opdrachten zijn aangewezen waarin moet worden voorzien en waartoe personeel kan worden opgevorderd.

3.6. Met een schrijven van 8 oktober 2018 maakt de vakorganisatie waarbij verzoeker is aangesloten haar grieven kenbaar aan de minister van Binnenlandse Zaken. De vakorganisatie stelt dat: (1) niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot overleg met de minister van Justitie; (2) het voornemen dat hen is overgemaakt niet met redenen is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT