Vonnis van Raad van State, 9 januari 2017

Datum uitspraak: 9 januari 2017
Jurisdictie:Andere
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Op zich is de aankondiging of mededeling door de rechter van de datum waarop uitspraak zal worden gedaan, geen gegeven dat vermag een wettige verdenking te staven.

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

A R R E S T

nr. 236.980 van 9 januari 2017 in de zaak A. 220.204/X-16.800.

In zake : (oorspronkelijke tussenkomende partij) de NV UPLACE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bouckaert kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

(oorspronkelijke verzoekende partijen) 1. de VZW UNIZO VLAAMS-BRABANT & BRUSSEL 2. de VZW UNIZO 3. de BVBA IMMO DOMINIQUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Arnold Gits en Elias Gits kantoor houdend te 8500 Kortrijk President Kennedypark 31A bij wie woonplaats wordt gekozen

(oorspronkelijke verwerende partij) het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 18 november 2016, strekt tot de wraking van kamervoorzitter Brewaeys en staatsraad Sourbron in de zaak A. 220.204/VII-39.784.

X-16.800-1/14

II. Verloop van de rechtspleging

2. Kamervoorzitter Eric Brewaeys en staatsraad Peter Sourbron hebben een nota met opmerkingen opgesteld overeenkomstig artikel 65 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement) en artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2016.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Jan Bouckaert, die verschijnt voor de nv Uplace, advocaat Andy Van Pachtenbeke, die loco advocaten Arnold Gits en Elias Gits verschijnt voor de vzw Unizo Vlaams-Brabant & Brussel, vzw Unizo en bvba Immo Dominique, en advocaten Bart Staelens en Tine Strubbe, die verschijnen voor het Vlaamse Gewest, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Op 14 september 2011 weigert de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant aan de verzoekende partij de vergunning voor het exploiteren van een gebouwencomplex te Machelen, Woluwelaan, Beaulieustraat, Rittwegenlaan, Nieuwbrugstraat.

X-16.800-2/14

Op beroep van de verzoekende partij en de gemeente Machelen verleent de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur op 30 mei 2012 de gevraagde vergunning voor een termijn van twintig jaar.

4. Tegen deze vergunning worden acht zaken bij de Raad van State ingeleid, onder meer door de stad Vilvoorde (zaak IV) en door de bvba Immo Dominique, bvba De Vlieger, vzw Unizo Vlaams-Brabant & Brussel en vzw Unizo (zaak VIII).

Bij arrest nr. 221.784 van 18 december 2012 schorst de Raad van State in de zaak VIII de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 30 mei 2012, op grond van het enige middel, om reden dat de Vlaamse minister niet zorgvuldig tot het besluit is gekomen dat de milieueffecten van de vergunde inrichting tot aanvaardbare proporties kunnen worden teruggebracht. Tevens worden de acht zaken samengevoegd.

Op 28 mei 2014 beslist de Raad van State bij arrest nr. 227.578 (hierna: het arrest van 28 mei 2014) in de zaak IV tot de vernietiging van het ministerieel besluit van 30 mei 2012 (artikel 2 van het dictum) omdat, gelet op de bijzondere verbintenissen die de Vlaamse regering in het Uplacebrownfieldconvenant heeft aangegaan, niet valt in te zien hoe de Vlaamse minister de administratieve beroepen in alle objectiviteit, zonder vooringenomenheid en zonder gebonden te zijn door eerder aangegane overeenkomsten, heeft kunnen beoordelen.

De andere beroepen – met uitzondering van dat in de zaak VII, waarin afstand werd gedaan – worden door het arrest van 28 mei 2014 verworpen (artikel 3 van het dictum). In dit verband wordt in randnr. 30 van het arrest van 28 mei 2014 overwogen:

“VII. De zaken sub I, II, III, V, VI en VIII 30. Het gegrond bevinden van het eerste middel in de zaak sub IV heeft tot gevolg dat de in eerste aanleg genomen beslissing van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 14 september 2011 definitief wordt. De

X-16.800-3/14

in de zaken sub I, II, III, V, VI en VIII aangevoerde middelen kunnen niet tot een ruimere nietigverklaring leiden.

De beroepen in de genoemde zaken zijn zonder voorwerp.

Het past om de kosten in de zaken sub I, II, III, V, VI (deels) en VIII ten laste van de verwerende partij te leggen.”

Het arrest wordt uitgesproken door de VIIde kamer, waarvan deel uitmaken kamervoorzitter Brewaeys en staatsraden Adams en Sourbron.

5. Op 23 juni 2016 verleent de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, eens te meer uitspraak doend over de beroepen tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 14 september 2011, opnieuw een milieuvergunning aan de verzoekende partij voor een termijn van twintig jaar. Onder meer wordt overwogen:

“dat ingevolge het arrest van de Raad van State van 28 mei 2014...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT