Vonnis van Raad van State, July 13, 2015

Datum uitspraak:2015/07/13
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Uit art. 8, §§ 1, 2 en 5, DIWB blijkt dat een uitvoeringsplan met een onvermijdelijk schadelijk effect op de kwantitatieve toestand van het grondwater slechts kan worden vastgesteld omwille van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang. De beoordeling van de betrokken schadelijke effecten berust te dezen niet op een voldoende vastgestelde en vaststaande grondslag. De toepassing van de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

A R R E S T

nr. 231.935 van 13 juli 2015 in de zaak A. 209.592/X-15.555.

In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Kattestraat 23

tegen :

het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 26 juli 2013, strekt tot de nietigverklaring van : a. het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 2013 houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Alluviale klei van Schelde- en Maasbekken en Polderklei”,

  1. het besluit van de dienst Milieueffectenrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van het Vlaamse Gewest van 19 december 2011 inzake de ontheffing van de verplichting tot de opmaak van een plan-milieueffectenrapport over het voornoemde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, en

  2. het besluit van 20 februari 2009 van de Vlaamse regering waarbij het bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan “Alluviale klei van Schelde- en Maasbekken en Polderklei” definitief wordt vastgesteld.

X-15.555-1/43

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 april 2015.

Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hilde De Smet, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Sandro Di Nunzio, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

  1. In 2008 stelt de verwerende partij het voorontwerp van bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan “Alluviale klei van Schelde- en

    X-15.555-2/43

    Maasbekken en Polderklei” vast (hierna: het voorontwerp van oppervlaktedelfstoffenplan).

  2. Met een op 29 augustus 2008 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd bericht wordt “elke burger” er kennis van gegeven dat hij eventuele opmerkingen op het voorontwerp van oppervlaktedelfstoffenplan ten laatste op 17 oktober 2008 dient te doen toekomen bij de dienst Natuurlijke Rijkdommen. De verzoekende partij dient een bezwaarschrift in.

    5.1. Op 20 februari 2009 stelt de Vlaamse regering het bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan “Alluviale klei van Schelde- en Maasbekken en Polderklei” (hierna: het BOD) definitief vast en gelast zij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening om ter uitvoering ervan een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) te laten opstellen.

    5.2. In de inleidende samenvatting van het BOD wordt onder meer het volgende gesteld:

    “SCHELDEKLEI

    Voor Scheldeklei bleek een eerste groep van locatievoorstellen onvoldoende omdat na afweging van de effecten op natuur, landbouw en ruimtelijke ordening onvoldoende locatievoorstellen overbleven.

    Conform de regelgeving van het Oppervlaktedelfstoffendecreet werd vervolgens gezocht naar compenserende locatievoorstellen.

    [...]

    Bestaand ontginningsgebied in exploitatie van een steenbakkerij, waarvoor een herschikking wordt voorgesteld Eine Oudenaarde 76,6 ha, waarvan 24,4 ha geschrapt mogen worden

    •Bestaande nabestemming op gewestplan ‘Natuur’ • Voorstel nabestemming te behouden ontginningsgebied (52,2 ha): voorstel om de bestaande nabestemming ‘Natuur’ te behouden • Voorstel bestemming te

    Schrappen ontginningsgebied (24,4 ha): voorstel om de bestaande nabestemming ‘Natuur’ om te zetten naar de effectieve bestemming

    Compenserend locatievoorstel waarvoor binnen de ambtelijke stuurgroep een

    • Bestaande kleireserve van 620.000 m³ in functie van de enige steenbakkerij • Ontgonnen gebied mag andere bestemming krijgen

    X-15.555-3/43

    consensus werd bereikt Rijtmeersen Zone 2 Oudenaarde 40,5 ha

    • Huidige bestemming op gewestplan ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarde’ en ‘Natuur’ • Voorstel nabestemming voor de zone langs de Schelde (27,14 ha) ‘Natuur’ • Voorstel nabestemming voor de smallere zone (onder de rode lijn) (13,36 ha): voorstel om de bestaande bestemmingen ‘Landbouw’ en ‘Natuur’ te voorzien als nabestemming in dezelfde verhouding zoals de huidige bestemmingen op gewestplan

    • Zone langs Schelde opgehoogd met slib • Beschikbare reserve in deze zone is nog onzeker • Ook nog onzekerheid over het al dan niet verontreinigd zijn van het slib, dit geeft tevens een onzekerheid over de ontginningsmogelijkheden van de onderliggende alluviale klei; verder overleg met ANB en OVAM noodzakelijk • Afvoer van klei langs water, maar recreatie op jaagpad moet mogelijk blijven • Project-MER dient milderende maatregelen te bepalen die vervolgens strikt dienen toegepast te worden • Ontginning van het gebied kan omwille van de afgraving van de sliblaag mogelijks een meerwaarde creëren voor de natuurwaarden ter plaatse Locatievoorstel waarvoor, na grenscorrecties aan de hand van de landbouwgevoeligheidsanalyse en de vermelde voorwaarden, een consensus werd bereikt binnen de ambtelijke stuurgroep Normandië WortegemPetegem 19,9 ha ± 2 m

    • Huidige bestemming op gewestplan ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarde’, ‘Natuur’ en ‘Recreatie’ • Voorstel om de bestaande bestemmingen ‘Landbouw’, ‘Natuur’ en ‘Recreatie’ te voozien als nabestemming in dezelfde verhouding zoals de huidige bestemmingen • Behoud oude Scheldemeander • Behoud van enkele zeer waardevolle biotopen

    • Kleireserve van ca. 200.000 m³ • Onroerend Erfgoed: oude Scheldemeanders dienen gevrijwaard te blijven, evenals het park rond het gemeentelijk domein De Ghellinck en de wilgenrij langs de Schelde • Landbouw: negatief advies want hoofdzakelijk in landbouwgebruik • Natuur: gunstig voor ontginning met nabestemming natuurgebied • Ruimtelijke Ordening: in de verkenningsnota bij het afbakeningsproces buitengebied wordt een natuurverwevingsconcept opgenomen zodat de meerwaarde van een ontginning binnen een verwevingsconcept moet aangetoond worden

    .”

    5.3. In deel 2 “Bespreking samenhangend oppervlaktedelfstoffengebied” van het BOD wordt onder meer het volgende gesteld:

    X-15.555-4/43

    “Voor de Scheldeklei worden nieuwe gebieden of zoekzones waarbinnen een ontginningsgebied kan worden gezocht, voorgesteld:

    [...] − OVL109 Normandië met een totale oppervlakte van 36 ha. − OVL120 Rijtmeersen met een totale oppervlakte van 68,7 ha; dit is een compenserend locatievoorstel in de zin van artikel 3, § 4, van het VLAREOP dat na advies van de ambtelijke stuurgroep werd ingelast omdat een eerste groep van locatievoorstellen onvoldoende bleek om, na afweging van de effecten op natuur, landbouw en ruimtelijke ordening, voldoende ontwikkelingsperspectieven te bieden. Er werd een prioritaire ontginningszone naar voren geschoven met een oppervlakte van ongeveer 27,08 ha. Het betreft een gebied dat in de jaren ’70 werd opgespoten met baggerslib en nu dus als ontginningsgebied wordt voorgesteld. De resterende zone bedraagt (40,73 ha). Voor de definitieve contouren en oppervlaktes van het gebied Rijtmeersen wordt verwezen naar de figuur in de conclusie (hoofdstuk 10).”

    5.4. In deel 3 “Juridisch en beleidsmatig kader” van het BOD wordt onder meer het volgende gesteld:

    “3.2 Voorstelling gebieden ten opzichte van ruimtelijke juridische en beleidsmatige randvoorwaarden

    In de punten 3.2.1 tot en met 3.2.3 wordt nagegaan of de locatievoorstellen overlappen met beschermd gebied, grenzen aan beschermd gebied of liggen buiten beschermd gebied. Voor een beschrijving van deze juridische en beleidsmatige randvoorwaarden verwijzen we naar punt 3.1. 3.2.1 Overzicht juridische en beleidsmatige context water Tabel 3-3: Overzichtstabel juridische en beleidsmatige context water

    Ligging ten opzichte van:

    NAAM Grondwaterbescherming: kwetsbaarheid grondwatertafel […] […]

    Normandië matig kwetsbaar (93%)

    & zeer kwetsbaar (7%) […] […]

    Rijtmeersen Zone 2

    zeer kwetsbaar (96%) & matig kwetsbaar (4%)

    De eerste watervoerende laag ter hoogte van de afgebakende zones bestaat uit (zandige) quartaire afzettingen in de vallei van de Schelde. Door het al dan niet aanwezig zijn van een beschermende lemige/kleiige beschermingslaag bestaat een weinig kwetsbare grondwatertafel (met beschermingslaag) of een zeer kwetsbare grondwatertafel (beschermingslaag afwezig of

    […]

    3.2.2 Overzichtstabel juridische en beleidsmatige context flora en fauna Tabel 3-4: Overzichtstabel juridische en beleidsmatige context flora en fauna

    X-15.555-5/43

    Ligging ten opzichte van:

    NAAM […] Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en

    IVON

    Bosgebieden

    […] Normandië

    buiten buiten enkele kleinere bospercelen (0,7ha)

    […] Rijtmeersen Zone 2

    volledig in VEN: deels (83%) in GEN “Vallei van de Bovenschelde Zuid” en deels (17 %) in GENO “Vallei van de Bovenschelde Zuid”

    Uitbreidingsperimeter “Het Dal en de Snippenweide” (75%)

    Natuurreservaten en uitbreidingsperimeter

    enkele kleinere bospercelen (7 ha) (vnl. wilgenopslag)

    .”

    5.5. In deel 4 “Effecten van ontginning en herstructurering” van het BOD wordt onder meer het volgende gesteld:

    “4. Effecten van ontginning en herstructurering Voor de verschillende effectgroepen wordt een beoordeling gegeven per locatievoorstel. Deze beoordeling kan zijn:

    geen effect bijvoorbeeld als geen waterlopen doorheen het locatievoorstel lopen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT