Vonnis van Raad van State, July 12, 2007

Datum uitspraak:2007/07/12
Jurisdictie:Andere
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De stad Peer heeft geen voldoende rechtstreeks belang om een standpunt in te nemen in een geschil betreffende de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Haar memorie van antwoord wordt dan ook uit debatten geweerd. Ook de memorie van antwoord van de gemeenteraad dient uit de debatten te worden geweerd, met name omdat er geen beslissing van de gemeenteraad zelf voorligt... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.

A R R E S T nr. 173.417 van 12 juli 2007 in de zaak A. 182.365/XII-5074.

OCMW-RAADSVERKIEZING VAN 26 FEBRUARI 2007 TE PEER.

In zake :

Kathleen SOORS, wonende te Peer,

Linde-Dorp 29 belanghebbende partijen :

  1. de STAD PEER,

  2. de GEMEENTERAAD VAN PEER, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge,

    Stockhouderskasteel,

    Gerard Davidstraat 46, bus 1.

    D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R,

    Gezien het beroepschrift dat Kathleen Soors op 10 april 2007 heeft ingediend tegen het besluit van 29 maart 2007 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van de provincie Limburg, waarbij haar bezwaar tegen de verkiezing van 26 februari 2007 van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Peer ontvankelijk, maar niet gegrond wordt bevonden;

    Gelet op de naleving van de vormvereisten voorgeschreven bij de artikelen 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit van 12 januari 1977 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld door de artikelen 18, 21 en 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

    Gezien het administratief dossier;

    Gezien de memorie van antwoord;Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. Thys;

    Gelet op de beschikking van 6 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2007;

    Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het verslag;

    Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest;

    Gehoord de opmerkingen van verzoekster en van advocaat B. Staelens voor de belanghebbende partijen;

    Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys;

    Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,

    WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST :

    De gegevens van de zaak

  3. Op 8 oktober 2006 hebben in de gemeente Peer gemeenteraadsverkiezingen plaats.

  4. Tijdens zijn installatievergadering van 2 januari 2007 verkiest de gemeenteraad van Peer uit een kandidatenlijst die door de burgemeester is opgesteld op grond van vijf ingediende voordrachtsakten, de elf leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en hun respectieve opvolgers. De voormelde voordrachtsakten waren respectievelijk ingediend namens CD&V, Peer Plus, SP.a,

    Vlaams Belang en VLD.

  5. Op 8 februari 2007 beslist de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van Limburg ambtshalve om de verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Peer nietig te verklaren. Deze beslissing is gesteund op de overwegingen dat de voordrachtsakte van Peer Plus slechts één kandidaat voordraagt, waardoor ze niet voldoet aan het voorschrift vanartikel 11, § 1, derde lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna "de OCMW-wet"), dat luidens de bedoelde wetsbepaling een voordrachtsakte slechts ontvankelijk is indien ze betrekking heeft op kandidaat-werkende leden van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT