Vonnis van Raad van State, 17 juni 2004

Datum uitspraak:17 juni 2004
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Doordat de patiënten zich ten gevolge van de bestreden beslissing zullen afwenden van de neuro-psychiaters, waardoor ze een fincancieel nadeel zullen lijden, wordt nergens bewezen wat het gemiddelde aandeel is van het pakket van de verstrekkingen inzake liasonpsychiatrie in het totaalpakket van de door deze beroepsgroep geleverde prestaties.

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 132.566 van 17 juni 2004 in de zaak A. 148.036/VII-31.718.

In zake :

  1. de BELGISCHE PROFESSIONELE VERENIGING VAN

    NEUROLOGEN EN PSYCHIATERS,

  2. Sylvia HOSTE, die woonplaats kiezen bij advocaten W. GONTHIER en D. DHAENENS, kantoor houdende te ANTWERPEN,

    Mechelsesteenweg 12/13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en P. SLEGERS, kantoor houdende te BRUSSEL,

    Brand Whitlocklaan 30.

    DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER,

    Gezien het verzoekschrift dat de BELGISCHE PROFESSIONELE

    VERENIGING VAN NEUROLOGEN EN PSYCHIATERS en Sylvia HOSTE op 25 februari 2004 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskun- dige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (Belgisch Staatsblad van 31 december 2003);

    Gezien de nota van de verwerende partij;

    Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT;

    Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;

    Gelet op de beschikking van 11 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 juni 2004;Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS;

    Gehoord de opmerkingen van advocaat K. KAMERS die, loco advocaten W. GONTHIER en D. DHAENENS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij;

    Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT;

    Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  3. Ontvankelijkheid van de vordering

    Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn;

  4. Gegrondheid van de vordering

    Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;

    2.1.

    Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoeken- de partijen aanvoeren wat volgt : "Ingevolge de bepalingen van het aangevochten KB zullen de neuro-psychiaters minstens de facto uitgesloten zijn van het verrichten van de verstrekkingen bedoeld in het KB dd. 15-12-2003.

    In zoverre dit KB uitvoering zou krijgen in afwachting dat uitspraak zal gedaan zijn omtrent de door verzoeksters ingestelde vordering tot nietigverklaring, zullen deze dan ook een bijzonder ernstig en moeilijk te herstellen nadeel ondergaan.

    Ingevolge de bepalingen van het aangevochten KB zal de neuro-psychiater inderdaad minstens de facto uitgesloten zijn van het verrichten van de in dit KBbedoelde prestaties, waar de niet langer terugbetaalbaar zullen zijn (sic), zodat de bevoegdheden aan de neuro-psychiater, hem toegekend krachtens zijn erkenning, hem worden ontnomen.

    Als dusdanig wordt via de ingevoerde nomenclatuurbepalingen de neuro- psychiater dus uitgesloten van het verrichten van prestaties die tot zijn, ingevolge de erkenning, bevoegdheid behoren.

    Zelfs de tijdelijke uitwerking van het aangevochten KB zal er dienvolgens toe leiden dat de patiënten zich zullen richten uitsluitend tot de psychiaters, en dit in miskenning van de intrinsieke bevoegdheden en bekwaamheden in hoofde van de neuro-psychiaters.

    Als dusdanig ontstaat in hoofde van de neuro-psychiaters dus duidelijk een moeilijk...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT