Wet tot wijziging van de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen

Gepubliceerd op:2018-06-19/03
 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2. In artikel 3, § 1, van de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2013, wordt het tweede lid vervangen als volgt:

"De militair van het reservekader die een periode van vorming, een wederoproeping of een bijkomende prestatie bedoeld in artikel 38 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht, verricht en die een militair rustpensioen geniet, heeft recht op een wedde die gelijk is aan het verschil tussen de wedde waarop hij aanspraak zou kunnen maken als militair van het actief kader enerzijds, en het bedrag van zijn pensioen anderzijds.

In afwijking van het eerste lid, heeft de militair van het reservekader die een periode van vorming, een wederoproeping of een bijkomende prestatie bedoeld in artikel 38 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht, verricht, en wanneer hij statutair ambtenaar is wiens bezoldiging, krachtens zijn statuut, door de rechtspersoon van publiek recht of door de gesubsidieerde instelling van het vrij onderwijs, die zijn werkgever is, niet of slechts na verloop van tijd mag geschorst worden, recht op een weddecomplement gelijk aan het verschil tussen de wedde van militair waarop hij aanspraak kan maken enerzijds, en de wedde waarop hij aanspraak kan maken als statutair ambtenaar anderzijds, op voorwaarde dat de wedde van militair...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT