Wet houdende optimalisatie van de werking van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en het Overlegorgaan voor de coördinatie van de invordering van niet-fiscale schulden in strafzaken en houdende wijziging van de Wapenwet, de 18 avril 2024

TITEL 1. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

TITEL 2. - Wijzigingen met betrekking tot het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering

Art. 2. In artikel 197bis, § 4, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2003 en vervangen bij de wet van 11 februari 2014, worden de derde en de vierde zin vervangen door de volgende zin:

"Het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring verzekert het voorzitterschap van het Overlegorgaan."

Art. 3. In artikel 464/3, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 februari 2014, worden de woorden "De directeur van het COIV" vervangen door de woorden "Een magistraat van het COIV".

Art. 4. In artikel 464/38, § 4, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 februari 2014, worden de woorden "directeur van het COIV" vervangen door de woorden "magistraat van het COIV".

HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 5. In artikel 259undecies/1 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "College van procureurs-generaal" vervangen door de woorden "College van het openbaar ministerie";

  2. in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "College van procureurs-generaal" vervangen door de woorden "College van het openbaar ministerie".

    HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring

    Art. 6. Artikel 3 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring wordt aangevuld als volgt:

    "5° teruggave:

    1. de teruggave van inbeslaggenomen vermogensbestanddelen in de zin van artikel 44 van het Strafwetboek;

    2. de vrijgave van inbeslaggenomen vermogensbestanddelen op bevel van de rechter of het openbaar ministerie;

    3. de vrijgave van inbeslaggenomen vermogensbestanddelen waarover het openbaar ministerie of de strafrechter geen bestemming bepaalde bij beslissing van de directeur van het Centraal Orgaan overeenkomstig artikel 19;

  3. inlichtingen- en veiligheidsdiensten: de diensten bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten."

    Art. 7. In het opschrift van hoofdstuk 2 van dezelfde wet worden de woorden "en financiering" vervangen door de woorden "van het Centraal Orgaan".

    Art. 8. In artikel 7, § 1, van dezelfde wet wordt de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "of van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten".

    Art. 9. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  4. in paragraaf 1 worden de woorden "goed huisvader" vervangen door de woorden "voorzichtig en redelijk persoon";

  5. in paragraaf 2 worden de woorden "de in België erkende financiële instellingen" vervangen door de woorden "een in België erkende financiële instelling";

  6. paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:

    " § 3. Onverminderd de toepassing van artikel 16, beheert het Centraal Orgaan enkel geldsommen in euro.

    Wanneer de te beheren geldsom betrekking heeft op vreemde valuta wordt de geldsom onverwijld omgezet in euro volgens de marktkoers op de datum van de storting van de geldsom op de rekening van het Centraal Orgaan. Na inhouding van de verschuldigde bankkosten vervangt de tegenwaarde in euro de te beheren vreemde valuta.";

  7. paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:

    " § 4. De kosten van het beheer van vermogensbestanddelen zijn gerechtskosten. De bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie taxeert en vereffent de kostenstaat overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn in strafzaken."

    Art. 10. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:

    "Art. 9. Bij de teruggave en de verbeurdverklaring met teruggave of toewijzing aan de burgerlijke partij verhoogt het Centraal Orgaan de beheerde sommen met de netto-interesten die ze hebben opgebracht bij de in artikel 8, § 2, bedoelde financiële instelling of bij de Deposito- en Consignatiekas, waaraan ze waren toevertrouwd.

    De interesten beginnen te lopen op de eerste dag van de maand na die van de creditering van de rekening van het Centraal Orgaan en houden op te lopen de laatste dag van de maand vóór de terugbetaling. De maand wordt gerekend naar rato van dertig dagen.

    De interesten worden niet gekapitaliseerd.

    De Koning bepaalt op voorstel van de minister die bevoegd is voor Justitie de nadere regels en de drempel vanaf welke interesten op kapitaal worden betaald. Het maximumbedrag van deze drempel bedraagt duizend euro."

    Art. 11. In artikel 12 van dezelfde wet wordt de zin "De directeur van het Centraal Orgaan begroot die kosten." vervangen als volgt:

    "De bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Justitie taxeert en vereffent de kostenstaat overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn in strafzaken."

    Art. 12. In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  8. er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:

    " § 3/1. De beslag leggende magistraat machtigt de lasthebber om, in geval van afwezigheid of tegenwerking van de beslagen eigenaar of bewoner van het in beslag genomen onroerend goed, op kosten van de beslagene toegang te krijgen tot het onroerend goed, indien nodig met behulp van de openbare macht, in voorkomend geval bijgestaan door een slotenmaker, met het oog op het vervullen van de nodige formaliteiten voor de verkoop of de bezichtiging door de belangstellenden. De eigenaar of bewoner wordt in kennis gesteld van de door de lasthebber bepaalde bezichtigingsdagen en -uren. Indien de tegenwerking te wijten is aan de bewoner van het in beslag genomen onroerend goed, is de beslagen eigenaar gerechtigd de kosten op hem te verhalen.";

  9. paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:

    " § 4. De lasthebber stelt bij authentieke verkoopakte vast dat het Centraal Orgaan door de bevoegde gerechtelijke overheid gemachtigd is om het onroerend goed te vervreemden.

    De directeur van het Centraal Orgaan vertegenwoordigt het Centraal Orgaan bij de ondertekening van de authentieke verkoopakte. De directeur kan zich bij de ondertekening laten vertegenwoordigen door een andere magistraat van het Centraal Orgaan of een daartoe aangewezen bijzondere lasthebber.";

  10. in paragraaf 5 wordt het woord "hypotheekkantoor" vervangen door de woorden "bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën";

  11. er wordt een paragraaf 6 ingevoegd, luidende:

    " § 6. De notaris kan, na machtiging van de magistraat die de vervreemding toestond of die instaat voor het waardevast beheer, overgaan tot de rangregeling onder de ingeschreven schuldeisers bedoeld in de artikelen 28octies en 61sexies van het Wetboek van strafvordering overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.

    De notaris legt het ontwerp van rangregeling ter goedkeuring voor aan de behandelende magistraat van het Centraal Orgaan. De termijn bedoeld in artikel 1643 van het Gerechtelijk Wetboek om de rangregeling op te stellen, wordt in afwachting van de goedkeuring geschorst.

    Eens de rangregeling definitief is, en na aanzuivering van de schulden van de ingeschreven hypothecaire en bijzonder bevoorrechte schuldeisers of de schulden van schuldeisers die gerechtigd zijn om een wettelijke hypotheek te vestigen op het onroerend goed, alsook na inhouding van de gerechtskosten, schrijft de notaris het batige saldo over naar de rekening van het Centraal Orgaan.

    De behandelende magistraat van het Centraal Orgaan machtigt de notaris om over te gaan tot de kosteloze doorhaling van het strafrechtelijk beslag op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. De notaris stelt een notarieel getuigschrift op in de zin van artikel 1653 van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de doorhaling van de overige in- en overschrijvingen."

    Art. 13. In artikel 15, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  12. in het eerste lid worden de woorden "ten belope van het inbeslaggenomen bedrag" ingevoegd tussen het woord "verplicht" en het woord ", behoudens";

  13. het tweede lid wordt opgeheven;

  14. het derde lid wordt vervangen als volgt:

    "De betreffende financiële instelling wordt gestraft met een geldboete van honderd euro tot dertigduizend euro indien zij, wetens en willens, weigert of nalaat de creditsaldi over te maken aan het Centraal Orgaan."

    Art. 14. In dezelfde wet wordt een artikel 16/1 ingevoegd, luidende:

    "Art. 16/1. Het Centraal Orgaan kan voor de bewaring in natura van roerende vermogensbestanddelen een beroep doen op de Nationale Bank van België.

    De Federale Overheidsdienst Justitie vergoedt onverwijld de Nationale Bank van België voor alle kosten die ze maakt bij de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde opdracht.

    De Nationale Bank van België, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT