Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen, van February 25, 2021

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen

Art. 2. In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014, hersteld als volgt: "Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen 201/3 tot 201/9/5 bevat.

Art. 3. In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende:

"Art. 201/3. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:

  1. inwoners:

    1. de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners;

    2. de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen;

    3. de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rechtspersonen;

  2. niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen;

  3. effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom, en die:

    1. wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is;

    2. wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval;

    3. wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is;

  4. belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten, zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een effectenrekening;

  5. referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar, of, in voorkomend geval, op het moment:

    1. dat de effectenrekening wordt afgesloten; of

    2. waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat;

    3. waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de effectenrekening te belasten;

    4. waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in de bepaling onder 3° ;

  6. tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van de klanten aan te houden;

  7. Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België. De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische tussenpersoon;

  8. titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies, moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de rekening wordt aangehouden;

  9. oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

  10. juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

  11. belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische tussenpersoon, de aansprakelijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT