Koninklijk besluit houdende maatregelen tot vrijwaring van de verkregen rechten van ambtenaren die op 1 september 1963 verbonden waren aan een plaatselijke of gewestelijke dienst gevestigd in Brussel-Hoofdstad., van November 30, 1966

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. In dit besluit heten gemeentelijke of niet-gemeentelijke plaatselijke diensten : de plaatselijke diensten in de zin van artikel 9 van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, naargelang zij al dan niet onder een gemeente of onder een aan een gemeente ondergeschikte openbare persoon ressorteren.

HOOFDSTUK I. - Niet-gemeentelijke plaatselijke diensten en gewestelijke diensten.

Art. 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaren die op 1 september 1963 in Brussel-Hoofdstad verbonden waren :

  1. aan een niet-gemeentelijke plaatselijke dienst;

  2. of aan een van de volgende gewestelijke diensten :

  1. een dienst waarvan de werkkring tegelijk gemeenten uit het Nederlandse en uit het Franse taalgebied bestrijkt;

  2. een dienst waarvan de werkkring :

uitsluitend gemeenten van Brussel-Hoofdstad bestrijkt,

of zodanige gemeenten en tevens gemeenten uit het Nederlandse of uit het Franse taalgebied of uit beide taalgebieden bestrijkt.

Art. 3. De in artikel 2 bedoelde ambtenaar, die slechts van de kennis van één taal doet blijken, behoudt, indien hij het wenst, zijn betrekking tot het mogelijk wordt hem, naar aanleiding van een bevordering die hij aanvaardt, over te plaatsen naar een dienst waarvoor hij uit een oogpunt van taal geschikt is. Inmiddels mag hij niet worden belast met taken die hem omgang doen hebben met het publiek.

Art. 4. De in artikel 2 bedoelde ambtenaar die vóór 1 september 1963 geslaagd is voor het voorgeschreven examen over de voldoende kennis of over de elementaire kennis van de tweede taal, behoudt het voordeel dat aan het slagen voor dat examen verbonden was met het oog op een benoeming of bevordering, in de in artikel 2 vermelde diensten :

in een betrekking waarvan de titularis omgang heeft met het publiek;

of in een betrekking waarvan de titularis, tegenover de overheid waaronder hij ressorteert, verantwoordelijk is voor het behoud van de eenheid in de rechtspraak of in het beheer van de dienst waarvan de hoge leiding hem is toevertrouwd;

dit alles volgens het onderscheid gemaakt in artikel 21, § 4 en § 5, van de gecoördineerde wetten.

Het voordeel van het eerste lid wordt ook verleend aan de in artikel 2 bedoelde ambtenaar wiens kennis van de tweede taal met het oog op het uitoefenen van een ambt waarin hij omgang heeft met het publiek, regelmatig is vastgesteld door de overheid die hem heeft benoemd in een dienst waarvoor een speciale regeling geldt.

HOOFDSTUK II. -...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT