Jugement/arrêt, Cour d'appel de Liège, 2024-05-13

JurisdictionBélgica
Judgment Date13 mai 2024
ECLIECLI:BE:CALIE:2024:ARR.20240513.1
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CALIE:2024:ARR.20240513.1
Docket Number2023/RG/6
CourtCour d'appel de Liège
Nr. F.21.0148.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur Gewestelijke Directie BBI Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 5 eiser vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest tegen SIGNIFY BELGIUM nv, met zetel 1731 Asse, Z. 1 Researchpark 210, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.138.532 verweerster, met als raadsman mr. Luc De Meyere, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan 165, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 27 april 2021. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 februari 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Krachtens artikel 358, § 1, 3°, WIB92 mag de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bedoelde bepaalde termijn is verstreken, ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens. De aangifte van inkomsten als vrijgestelde inkomsten, waarvan een rechtsvordering uitwijst dat de belastingplichtige onterecht een belastingvrijstelling heeft toegepast, impliceert dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de zin van artikel 358, § 1, 3°, WIB92. De belastbare inkomsten omvatten immers de bestanddelen die onterecht door de belastingplichtige als vrijgestelde inkomsten werden beschouwd. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: de eiseres inzage heeft genomen van het strafdossier lastens de verweerster na hiertoe de toelating te hebben verkregen op 22 mei 2009; - uit het strafdossier zou zijn gebleken dat er sprake was van simulatie met als doel geen roerende voorheffing op de betaalde interest in België te moeten inhouden en aldus roerende voorheffing zou verschuldigd zijn op de in 2003, 2004 en 2005 betaalde interest; - naar aanleiding van de betaling van de interest...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT