Vonnis/arrest, Hof van Cassatie van België, 2022-12-20

JurisdictionBélgica
CourtHof van Cassatie van België
Judgment Date20 décembre 2022
ECLIECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.25
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.25
Docket NumberP.22.1136.N
Nr. P.22.1136.N C M-T J E S verzoekster tot heropening van de rechtspleging met als raadslieden mr. Patrick Hofströssler en mr. Tom Bauwens, advocaten bij de balie Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 99, waar de verzoekster woonplaats kiest I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Bij verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht en ter griffie van het Hof is neergelegd op 19 augustus 2022, vraagt de verzoekster op grond van artikel 442bis Wetboek van Strafvordering de heropening van de rechtspleging die heeft geleid tot het arrest van het Hof van 13 maart 2012 in de zaak P.11.1750.N Op 28 november 2022 heeft advocaat-generaal Alain Winants een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 6 december 2022 heeft raadsheer Steven Van Overbeke verslag uitgebracht en heeft voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. De raadsman van de verzoekster heeft op 16 december 2022 ter griffie van het Hof een antwoordnoot neergelegd. II. RELEVANTE GEGEVENS 1. In het kader van de financiële crisis van 2008 werd door de aandeelhouders van de Fortis-bank een procedure opgestart voor de voorzitter van de toenmalige rechtbank van koophandel te Brussel. De verzoekster maakte als magistraat deel uit van de zetel van de achttiende kamer van het hof van beroep te Brussel die hierover in hoger beroep diende te oordelen en in dit verband op 12 december 2008 een arrest wees. 2. De verzoekster werd ervan verdacht tijdens het beraad dat heeft geleid tot het voormelde arrest, haar beroepsgeheim te hebben geschonden. Tijdens het naar aanleiding hiervan gevoerde strafonderzoek werd zij meermaals verhoord zonder de bijstand van een raadsman, onder meer door de raadsheer-onderzoeksrechter op 23 maart 2009. 3. Op 16 juni 2009 legde de verzoekster bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM) een verzoekschrift (nr. 33075/09) neer waarin schending van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM werd aangevoerd omdat de verzoekster zonder de bijstand van een raadsman werd ondervraagd. 4. Na afloop van het onderzoek werd de verzoekster bij toepassing van de artikelen 479 en 483 Wetboek van Strafvordering vervolgd voor het hof van beroep te Gent op verdenking van schending van haar beroepsgeheim tijdens het voormelde beraad, namelijk door het overmaken van een e-mailbericht, haar toegestuurd door de kamervoorzitter van de achttiende kamer, aan de genaamde N.D. op 7 december 2008 (hierna de telastlegging 1), door het overmaken van een ontwerp-arrest aan N.D. op 9 december 2008 (hierna de telastlegging 2) en door diverse werkstukken van het beraad te hebben overgemaakt aan haar echtgenoot in de periode van 24 november 2008 tot 12 december 2008 (hierna de telastlegging 3). 5. Bij arrest van 14 september 2011 oordeelde het hof van beroep te Gent dat de verzoekster diende te worden ontslagen van rechtsvervolging met betrekking tot de telastleggingen 1 en 3. Het hof van beroep verklaarde de telastlegging 2 wél bewezen en gelastte hiervoor ten aanzien van de verzoekster de...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT