Vonnis/arrest, Hof van Cassatie van België, 2022-12-20

JurisdictionBélgica
CourtHof van Cassatie van België
Judgment Date20 décembre 2022
ECLIECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.26
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.26
Docket NumberP.22.1332.N
Nr. P.22.1332.N E G W beklaagde eiser met als raadsman mr. Louis Carlier, advocaat bij de balie Gent I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 9 september 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering: niettegenstaande uit de motivering van het beroepen vonnis blijkt dat de schuldigverklaring aan de telastlegging D heeft doorgewogen bij het opleggen van het rijverbod en de geldboete, laat het bestreden vonnis na te motiveren waarom het rijverbod en de geldboete, niettegenstaande de vrijspraak voor de telastlegging D, behouden blijven, terwijl bovendien het opleggen van een rijverbod uitdrukkelijk moet worden gemotiveerd. 2. Krachtens artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vermeldt het vonnis nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt. Het rechtvaardigt bovendien de maat voor elke uitgesproken straf of maatregel. Artikel 6.1 EVRM en artikel 149 Grondwet bevatten geen verdergaande motiveringsverplichting voor wat betreft de straftoemetingsbeslissing, behoudens wat betreft de verplichting conclusies te beantwoorden. 3. Volgens artikel 195, zevende lid, Wetboek van Strafvordering is de in het tweede lid opgenomen verplichting evenwel niet van toepassing wanneer de rechtbank uitspraak doet in hoger beroep, behalve wanneer zij een verval van het recht tot het besturen van een voertuig, een luchtschip en het geleiden van een rijdier uitspreekt. Daaruit volgt dat de bijzondere motiveringsverplichting voor de correctionele rechtbank die in hoger beroep uitspraak doet enkel betrekking heeft op de vervallenverklaring en niet op de andere uitgesproken straffen. 4. Een appelrechter moet, behoudens daartoe strekkende conclusie, niet motiveren waarom hij...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT