Vonnis/arrest, Hof van Cassatie van België, 2022-12-20

JurisdictionBélgica
CourtHof van Cassatie van België
Judgment Date20 décembre 2022
ECLIECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.34
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221220.2N.34
Docket NumberP.22.1659.N
Nr. P.22.1659.N G D inverdenkinggestelde, aangehouden eiser met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 december 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 30, § 4, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet: de beslissing tot handhaving van de voorlopige hechtenis in de gevangenis is niet regelmatig met redenen omkleed en niet naar recht verantwoord; in de beroepen beschikking van de raadkamer van 18 oktober 2022 werd de handhaving van de voorlopige hechtenis van de eiser bevolen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht; tegen die beschikking werd uitsluitend door de eiser hoger beroep aangetekend en niet door het openbaar ministerie, zodat door die laatste werd berust in die beschikking, ook al werd door de onderzoeksrechter bij beschikking van 8 november 2022 bij toepassing van artikel 24bis Voorlopige Hechteniswet beslist dat de voorlopige hechtenis vanaf dat ogenblik opnieuw diende te worden uitgevoerd door een hechtenis in de gevangenis; het arrest miskent ook de verplichting om rekening te houden met de omstandigheden van de zaak op het ogenblik van de uitspraak door geen rekening te houden met het door de eiser op de rechtszitting neergelegde stuk, waaruit bleek dat hij het elektronisch toezicht ook kon ondergaan bij de genaamde M.V. 2. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten inzake voorlopige hechtenis. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het volgende: - bij beschikking van 18 oktober 2022 oordeelde de raadkamer dat de voorlopige hechtenis van de eiser moest worden gehandhaafd, uit te voeren onder de modaliteit van het elektronisch toezicht; - de eiser tekende op 18 oktober 2022 als enige hoger beroep aan tegen de voormelde beschikking van 18 oktober 2022; - op de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling van 27 oktober 2022 werd de zaak op het uitdrukkelijke verzoek van eisers raadsman uitgesteld naar de rechtszitting...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT