Conclusions du Ministère public, Cour de cassation, 2024-04-26

JurisdictionBélgica
Judgment Date26 avril 2024
ECLIECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240426.1F.3
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240426.1F.3
Docket NumberC.23.0281.F
CourtCour de cassation
Nr. C.22.0004.N ELEGIS - HUYBRECHTS - ENGELS - CRAEN EN VENNOTEN cv, met zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 64, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.350.531 eiseres vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest tegen 1. G. D 2. EUROPESE MAATSCHAPPIJ VOOR SCHADEREGELING EN EXPERTISE (EUROMEX) nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Generaal Lemanstraat 82-92, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.493.859, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 30 september 2021. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. De bepaling van het ereloon door een advocaat overeenkomstig artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek is een partijbeslissing die, wanneer zij wordt betwist, door de rechter kan worden gematigd indien zij kennelijk onredelijk is. De rechter mag zich hierbij niet in de plaats van de advocaat stellen, maar beschikt enkel over een marginaal toetsingsrecht. Indien de partijen een uurtarief zijn overeengekomen, draagt de advocaat de bewijslast van de geleverde prestaties en de berekeningswijze van het ereloon. Wanneer de omvang van het ereloon wordt betwist, toetst de rechter of het aantal aangerekende uren niet kennelijk onredelijk is in welk geval hij het aantal uren herleidt tot de redelijke perken. 2. Mede met verwijzing naar de redenen van de eerste rechter stelt de appelrechter vast en oordeelt hij dat: - de eiseres aanspraak maakt op een ereloon en kosten ten bedrage van 5.786,84 euro, waarvan provisies van 1.000 euro en 1.500 euro werden betaald; - de betwisting betrekking heeft op de omvang van de door de eiseres geleverde prestaties aan het uurtarief van 175 euro en de geleverde prestaties van medewerkers aan een ander tarief; - de beoordeling van de rechtbank niet beperkt blijft tot een louter marginale toetsing aangezien het gaat over de beoordeling van een zuiver feitelijk...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT