Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2026-07-16
| Juridiction | Bélgica |
| Court | Grondwettelijk Hof (Arbitragehof),Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage) |
| Judgment Date | 16 juillet 2026 |
| ECLI | ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.092 |
| Link to Original Source | https://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2026:ARR.092 |
| Type de document | Arrêt |
Grondwettelijk Hof
Arrest nr. 92/2026
van 16 juli 2026
Rolnummer : 8510
In zake : het beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 december 2024 « tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en het Mestdecreet van 22 december 2006 », ingesteld door Bart Smeets en anderen.
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters Joséphine Moerman en Pierre Nihoul, en de rechters Thierry Giet, Michel Pâques, Yasmine Kherbache, Danny Pieters, Sabine de Bethune, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt, Kattrin Jadin, Magali Plovie en Frank Fleerackers, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitster Joséphine Moerman,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 juli 2025 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 juli 2025, is beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 december 2024 « tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en het Mestdecreet van 22 december 2006 » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 januari 2025) ingesteld door Bart Smeets, Roger Indekeu, Julien Pellens, Piet Hayen, Desire Hayen, Susy Van Bun, de CommVLO « Vandevoordt », de CommVLO « Van den Hout », de CommVLO « Kesters Dairy », Jan Swinnen, Rob Lemmens, de CommVLO « Landbouwbedrijf Vanvinckenroye », de CommVLO « Kersten Filip &
Didier », de maatschap « Boonen Carla en Schouteden Johan », de maatschap « Hillen, Yvo en Patrick », de CommV « Ceyssens-Cardinaels », Koen De Busschop en Stefan Bollen, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Koen Van Wynsberge, advocaat bij de balie te Gent.
De Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Bart Martel, mr. Kristof Caluwaert en mr. Anneleen Van de Meulebroucke, advocaten bij de balie te
2
Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.
Bij beschikking van 20 mei 2026 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Danny Pieters en Kattrin Jadin te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen.
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
-A-
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
A.1.1. De Vlaamse Regering betwist de ontvankelijkheid van het beroep in zoverre het is gericht tegen alle bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van 20 december 2024 « tot wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en het Mestdecreet van 22 december 2006 » (hierna : het decreet van 20 december 2024), aangezien enkel grieven worden opgeworpen tegen de artikelen 2, 3, 5, § 2, 7° en 8°, en 8 van het betrokken decreet. Vermelden dat de middelen een algemene draagwijdte hebben, is onvoldoende. Bovendien beperken de verzoekende partijen ook hun belang uitdrukkelijk door te verwijzen naar de wijze waarop de beschermingsstroken hen raken. Met betrekking tot artikel 5, § 2, 7° en 8°, van het decreet van 20 december 2024 voert de Vlaamse Regering aan dat het beroep niet tijdig is. Die bepaling voert immers geen inhoudelijke wijzigingen in, maar nummert enkel de bestaande bepaling opnieuw.
A.1.2. Volgens de verzoekende partijen is de Vlaamse decreetgever, met artikel 5, § 2, 7° en 8°, wel degelijk wetgevend opgetreden. Bovendien zijn de bestreden bepalingen een samenhangend geheel. Zij benadrukken dat hun middelen een algemene draagwijdte hebben die toelaat het volledige decreet te vernietigen.
Ten gronde
Wat betreft het eerste middel
Eerste drie onderdelen
A.2.1. De verzoekende partijen leiden het eerste onderdeel van hun eerste middel af uit de schending, door artikel 3 van het decreet van 20 december 2024, van de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (hierna : het Eerste Aanvullend Protocol). Zij voeren aan dat voor de verzoekende partijen die bijzonder smalle velden hebben, of velden die aan meerdere kanten door waterlopen worden omgeven, de beschermingsstroken neerkomen op een feitelijke onteigening van het volledige perceel. De combinatie van de zeer strenge beperkingen op het gebruik van de beschermingsstroken en de zeer beperkte mogelijkheden op het restperceel, komt in de praktijk erop neer dat het volledige perceel onbruikbaar wordt. Er is echter in geen enkele vorm van voorafgaande en billijke compensatie voorzien voor die onteigening, noch voor de eigenaars van de percelen, noch voor de
3
landbouwers die het exploitatierecht hebben op dergelijke percelen. Ook voor percelen waar het restperceel wel bruikbaar blijft, maakt de invoering van de beschermingsstroken een feitelijke onteigening uit van het deel dat in die stroken valt, zonder dat in enige voorafgaande compensatie is voorzien.
A.2.2. De verzoekende partijen leiden het tweede onderdeel van hun eerste middel af uit de schending, door artikel 3 van het decreet van 20 december 2024, van de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol, doordat verregaande gebruiksbeperkingen worden opgelegd in de beschermingsstroken, zonder dat is voorzien in een compensatie. Doordat ook handelingen worden uitgesloten die geen nitraatuitstoot met zich meebrengen, en doordat de beschermingsstroken indirect ook de mestgebruikruimte van het perceel beperken, heeft de bestreden bepaling onevenredige gevolgen.
A.2.3. In het derde onderdeel van hun eerste middel voeren de verzoekende partijen aan dat artikel 3 van het decreet van 20 december 2024 de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol, schendt, omdat de bestreden inmenging in het eigendomsrecht niet verantwoord is. Zij klagen aan dat de beschermingsstroken worden bepaald op basis van de locatie van de waterlopen, zonder dat rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat nitraatvervuiling ook andere oorzaken kan hebben, of met de vraag of de betrokken landbouwer verantwoordelijk is voor bestaande vervuiling. Zij klagen eveneens aan dat enkel de landbouw wordt geviseerd, terwijl niet vaststaat dat daar de enige oorzaak van de vervuiling moet worden gezocht.
A.3. De Vlaamse Regering beantwoordt de drie onderdelen van het eerste middel samen. Zij herinnert eraan dat artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol geen inherent recht inhoudt op een vergoeding voor maatregelen die het gebruik van eigendom reglementeren. Erfdienstbaarheden van openbaar nut komen in beginsel niet in aanmerking voor enige vorm van vergoeding, zoals wordt bevestigd in de rechtspraak van zowel het Hof van Cassatie, de Raad van State als het Grondwettelijk Hof.
De Vlaamse Regering werpt op dat de betrokken percelen reeds vóór de bestreden uitbreiding van de beschermingsstroken aan bepaalde exploitatiebeperkingen werden onderworpen. De bestreden bepalingen zorgen voor een uniformisering en een grotere voorspelbaarheid, maar het is zeker niet zo dat voordien geen enkele beperking gold. De bestreden maatregelen komen in essentie neer op een verscherping van de bestaande regelgeving op een beperkt aantal punten en het zijn enkel de verstrengingen die in casu kunnen worden betwist.
De bestreden bepalingen kunnen geenszins worden beschouwd als een eigendomsberoving, maar houden hoogstens een regeling van het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang in. Op geen enkele manier gaat de essentie van het eigendomsrecht verloren. De eigenaars behouden de toegang tot de eigendom, alsook de mogelijkheid om die te gebruiken of te verkopen. De specifieke voorbeelden die door de verzoekende partijen worden aangehaald, leiden niet tot een andere conclusie. Bovendien gaan die voorbeelden voorbij aan het feit dat ook vóór de invoering van de bestreden bepalingen voor die percelen beperkingen golden.
De bestreden bepalingen vormen evenmin een disproportionele beperking van het gebruik van de eigendom.
Het decreet van 20 december 2024 voorziet in een billijk evenwicht tussen, enerzijds, de verwezenlijking van de verplichtingen die met name gelden op grond van de richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991
« inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen » (hierna : de richtlijn 91/676/EEG) en, anderzijds, de rechten van de betrokken eigenaars. De Vlaamse Regering merkt op dat de verzoekende partijen niet aantonen dat de bestreden maatregelen niet nuttig of pertinent zouden zijn, maar vooral opwerpen dat er eveneens andere maatregelen, ten aanzien van andere doelgroepen, hadden moeten worden genomen. Tot slot wijst de Regering op de genuanceerde regeling van de gebruiksmogelijkheden, waarbij ruimte is voor uitzonderingen en alternatieven. In zoverre de verzoekende partijen het gebrek aan een vergoedingsregeling bekritiseren, wijst de Vlaamse Regering op het bestaan van de mogelijkheden om beheersovereenkomsten of een ecoregeling te sluiten. Sowieso geldt in casu geen vergoedingsplicht.
Vierde onderdeel
A.4.1. Het vierde onderdeel van het eerste middel is afgeleid uit de...
Pour continuer la lecture
Commencez GratuitementDébloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées