Koninklijk besluit tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet

Gepubliceerd op:2014-04-10/76
 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :

  1. "schuldsaldoverzekering" : verzekeringsovereenkomst die onderworpen is aan deel 4, titel IV, hoofdstuk 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en de terugbetaling waarborgt van het kapitaal van een hypothecair krediet dat wordt aangegaan voor de verbouwing of verwerving van de eigen en enige gezinswoning van de kandidaat-verzekeringsnemer;

  2. "basispremie" : de laagste premie die de verzekeringsonderneming aanbiedt voor een schuldsaldoverzekering aan een persoon van een bepaalde leeftijd, rekening houdend met de meest voordelige korting die de verzekeringsonderneming om redenen van de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde toekent;

  3. "bijpremie" : deel van de premie die de verzekeringsonderneming aanrekent voor een schuldsaldoverzekering aan een persoon van een bepaalde leeftijd, dat de basispremie overstijgt en om redenen van de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde wordt aangerekend;

  4. "gezinswoning" : de eigen en enige woning van de kandidaat-verzekeringsnemer;

  5. "kandidaat-verzekeringsnemer" : de persoon ten aanzien van wie een verzekeringsvoorstel wordt geformuleerd dat strekt tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet dat wordt aangegaan voor de verbouwing of verwerving van de eigen en enige gezinswoning van de verzekeringnemer;

  6. "kredietinstelling" : de kredietinstelling die tot één van de volgende categorieën behoort :

    1. de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;

    2. de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 65 of 66 van dezelfde wet;

    3. de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken overeenkomstig artikel 79 van dezelfde wet;

  7. "Opvolgingsbureau" : het Opvolgingsbureau voor de tarifering bedoeld in artikel 217, § 1, van de wet betreffende de verzekeringen;

  8. "persoon met een verhoogd gezondheidsrisico" : persoon ten aanzien van wie de verzekeringsonderneming een schuldsaldoverzekering omwille van zijn gezondheidstoestand weigert, dan wel aanvaardt met een bepaalde bijpremie of mits bepaalde uitsluiting(en);

  9. "hypotheekondernemingen" : de ondernemingen bedoeld in de artikelen 43, 43bis en 44 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;

  10. "wet betreffende de verzekeringen" : de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.

    § 2. De kandidaat-verzekeringsnemer verklaart op eer dat de verzekeringsovereenkomst de terugbetaling waarborgt van het kapitaal van een hypothecair krediet dat wordt aangegaan voor de verbouwing of verwerving van zijn eigen en enige gezinswoning.

    Art. 2. De bepalingen vanHoofdstuk 2, Afdeling 2, en Hoofdstuk 3 van dit besluit gelden eveneens bij de uitsluiting van bepaalde risico's in de schuldsaldoverzekering omwille van de gezondheidstoestand van de verzekerde.

    HOOFDSTUK 2. - Toepasselijke bepalingen bij het sluiten van een schuldsaldoverzekering

    Art. 3. De artikelen 4 tot 11 zijn toepasselijk bij het sluiten van elke schuldsaldoverzekering.

    Afdeling 1. - Beoordeling van het verhoogde gezondheidsrisico

    Art. 4. Een verzekeringsonderneming mag enkel gebruik maken van een medische vragenlijst bij de behandeling van een aanvraag tot schuldsaldoverzekering op voorwaarde dat de formulering van de vragen voorafgaandelijk door het Opvolgingsbureau is goedgekeurd.

    Het Opvolgingsbureau beslist binnen een termijn van één maand na ontvangst over de goedkeuring van de formulering van de vragen. De beslissing door het Opvolgingsbureau wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen.

    Art. 5. De medische vragenlijst voldoet aan de principes van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en inzonderheid :

  11. de gestelde vragen zijn nauwkeurig en betreffen uitsluitend gebeurtenissen die de verhoogde aard van een gezondheidsrisico in hoofde van de kandidaat-verzekerde kunnen staven;

  12. de vragen verwijzen in geen geval naar de strikt privé aspecten van het leven van de kandidaat-verzekerde, onder meer op het vlak van seksualiteit, hobby's, buitenlandse reizen, beroepsleven.

    Afdeling 2. - Motiveringsplicht

    Art. 6. Wanneer een verzekeringsonderneming beslist om een schuldsaldoverzekering te weigeren of een bijpremie te vragen omwille van het verhoogde gezondheidsrisico van de kandidaat-verzekerde, brengt zij, overeenkomstig artikel 213, tweede lid, van de wet betreffende de verzekeringen, de kandidaat-verzekeringsnemer schriftelijk op de hoogte.

    De verzekeringsonderneming geeft in dit schrijven in detail de redenen van haar beslissing op.

    Art. 7. De motivering van de beslissing bedoeld in artikel 6 wordt verwoord op een ondubbelzinnige en voor de kandidaat-verzekeringnemer begrijpelijke wijze, uitgaande van de specifieke situatie van de verzekerde.

    Deze motivering bevat minstens de volgende elementen :

  13. de beslissing van de verzekeringsonderneming om de verzekering te weigeren of een bijpremie te vragen;

  14. de medische redenen waarop de beslissing is gesteund en die een verhoogd risico in hoofde van de verzekerde aantonen, tenzij die informatie niet per brief kan worden meegedeeld in toepassing van de wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

  15. indien de verzekeringsonderneming heeft beslist om een bijpremie te vragen omwille van medische redenen, de hoogte van deze medische bijpremie in euro en als een percentage van de basispremie;

  16. de persoonsgegevens van de raadsgeneesheer van de verzekeringsonderneming tot wie de verzekerde zich kan wenden om bijkomende informatie over de medische grond van de genomen beslissing te ontvangen;

  17. het feit dat de kandidaat-verzekeringsnemer de referenties naar studies en statistieken kan verkrijgen, alsook bijkomende uitleg over de relatie tussen de verwachte oversterfte en het niveau van de bijpremie;

  18. de gegevens van het Opvolgingsbureau alsook de vermelding dat de kandidaat-verzekeringsnemer het recht heeft het Opvolgingsbureau te vragen naar het onderzoek van de beslissing van de verzekeringsonderneming.

    Art. 8. Indien de kandidaat-verzekeringsnemer en de verzekerde niet dezelfde persoon zijn, wordt de in artikel 7, tweede lid, 2° en 4° bedoelde medische informatie enkel aan de verzekerde meegedeeld.

    Art. 9. De verzekerde kan, al dan niet via zijn behandelende arts, van de raadsgeneesheer van de verzekeringsonderneming bijkomende informatie over de medische motivering van de genomen beslissing krijgen. Deze bijkomende informatie moet schriftelijk aangevraagd worden.

    De verzekeringsonderneming bezorgt de verzekerde schriftelijk, binnen een termijn van 8 werkdagen, deze informatie, desgevallend via diens behandelende arts en met inachtneming van de toepasselijke wetgeving.

    Art. 10. § 1. Op schriftelijk verzoek ontvangt de verzekerde, desgevallend via zijn behandelende arts, bijkomende informatie over de volgende elementen :

  19. indien de verzekerde vraagt naar concrete studies en/of statistieken op grond waarvan de beslissing werd genomen, de referenties van deze studies en/of statistieken alsook een vrij toegankelijke elektronische link naar deze referenties of, bij ontstentenis, een afschrift van die studies en/of statistieken;

  20. indien de verzekerde vraagt naar de motivering van het niveau van de bijpremie, motivering onder meer vanuit technisch oogpunt van de proportionele relatie tussen de verwachte oversterfte (met vermelding van het concrete oversterftepercentage) en het niveau van de bijpremie.

    § 2. De verzekeringsonderneming hoeft niet in te gaan op vragen om inzage te verlenen in bedrijfseigen informatie zoals ondernemingsstatistieken of acceptatie- en tariferingsregels.

    Art. 11. De verzekeringsondernemingen, de hypotheekondernemingen en de kredietinstellingen vermelden op elke prospectus, reclame en verzekeringsvoorstel dat betrekking heeft op het verlenen van hypothecaire kredieten en de levensverzekeringen die de terugbetaling van deze kapitalen dekken, op begrijpelijke wijze informatie over het bestaan van een solidariteitsmechanisme voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico.

    HOOFDSTUK 3. - Bijzondere bepalingen bij het sluiten van een schuldsaldoverzekering met personen met een verhoogd gezondheidsrisico

    Art. 12. 1. Het Opvolgingsbureau wordt opgericht en stelt, met eenparige stemmen van zijn leden, een huishoudelijk reglement op, dat onder meer de werkingsmodaliteiten van het Opvolgingsbureau bepaalt, desgevallend met inbegrip van de regels inzake het aanwezigheidsquorum en de stemmingen alsook de selectiecriteria voor de experts.

    De Voorzitter en de leden van het Opvolgingsbureau ontvangen, in respectieve volgorde, een vergoeding van 150 en 75 euro per vergadering.

    § 2. Het Opvolgingsbureau bezorgt, binnen 2 maanden na de bekendmaking van het benoemingsbesluit van zijn leden, het ontwerp van huishoudelijk reglement voor goedkeuring aan de ministers bevoegd voor Economie en voor Volksgezondheid.

    Indien het Opvolgingsbureau er niet in slaagt binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een huishoudelijk reglement op te stellen, stellen de ministers bevoegd voor Economie en voor Volksgezondheid gezamenlijk het huishoudelijk reglement vast.

    Art. 13. Het Opvolgingsbureau behandelt de verzoeken tot onderzoek voor de dossiers die geweigerd worden of waarvan de bijpremie meer dan 75 % bedraagt. Indien de kandidaat-verzekeringsnemer en de kandidaat-verzekerde niet dezelfde persoon zijn, is het akkoord van de kandidaat-verzekerde vereist.

    Art. 14. De verzekeringsonderneming bezorgt het Opvolgingsbureau alle informatie waarover zij beschikt en die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT