10 MEI 2007. - Omzendbrief inzake de vereenvoudiging en de transparantie van de overheidsopdrachten

Ter attentie van de Waalse aanbestedende diensten vallend onder de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten

Vereenvoudiging en transparantie van de overheidsopdrachten

Deze omzendbrief herhaalt de aanbevelingen van de Waalse Commissie inzake de overheidsopdrachten om tegemoet te komen aan volgende doelstellingen van de Waalse Regering :

- Invoering van minder omslachtige procedures dankzij elektronische middelen;

- Openstelling van overheidsopdrachten aan bedrijven die nog geen referenties hebben;

- Transparantie van de overheidsopdrachten vergund in het Waalse Gewest;

- Veralgemeend gebruik van de verklaring op erewoord en van Digiflow.

Gebruik van elektronische middelen in onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking

De Waalse Regering heeft het voornemen om door een soepeler gebruik van elektronische middelen de afwikkeling van de overheidsopdrachten zo licht mogelijk te maken, zowel bij gunning als bij uitvoering ervan.

De huidige regelgeving inzake de overheidsopdrachten laat het gebruik van elektronische middelen enkel toe onder tamelijk beperkende voorwaarden.

De voorwaarden waaronder het gebruik van elektronische middelen bij overheidsopdrachten valt, zijn bepaald in titel IIIbis van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, ingevoerd bij het koninklijk besluit van 18 februari 2004.

Zo wordt na omschrijving (in artikel 81ter van dat koninklijk besluit) van de waarborgen die gesteld moeten worden bij gebruik van elektronische middelen, in artikel 81quater, § 1, ervan bepaald : "De aanbestedende overheid mag het gebruik van de elektronische middelen in welk stadium ook van de procedure niet opleggen en elke andersluidende bepaling wordt voor niet geschreven gehouden".

Wat betreft de onderhandelingsprocedures zonder bekendmaking wordt in artikel 122, nieuw vijfde lid, ingediend bij het koninklijk besluit van 18 februari 2004, bepaald dat behoudens andersluidende beslissing van de aanbestedende overheid, titel IIIbis bijgevolg in principe niet van toepassing is op de gunning van opdrachten via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. In hetzelfde artikel wordt evenwel bepaald dat "de bepalingen van deze titel evenwel dienen te worden nageleefd wanneer de opdracht, overeenkomstig het eerste lid 1, 2° en 3° tot stand komt en dat de aanbestedende overheid goedgekeurd heeft dat de offerte met elektronische middelen mag worden opgesteld". Met andere woorden heeft deze laatste beperking zowel betrekking op de toewijzing van de opdracht via een briefwisseling tussen partijen (zie 2°) als de toewijzing door kennisgeving aan de aannemer van de goedkeuring van zijn offerte (zie 3°).

Bijgevolg is slechts voor twee vormen van toewijzing van overheidsopdrachten via onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking de aanwending van elektronische middelen op soepele wijze mogelijk, namelijk via de elektronische data-uitwisseling die geen garantie-eisen heeft zoals bepaald in voornoemde bepalingen van de regelgeving.

Daarvan volgt hier de bespreking :

  1. Een tussen de partijen ondertekende overeenkomst (artikel 122, eerste lid, 4°).

    In deze hypothese is het onvermijdelijk dat de overeekomst zelf op papier wordt opgesteld maar de verschillende stappen vóór de ondertekening ervan kunnen evenwel verlopen door het gebruik van elektronische middelen en dit, zonder bijzondere beperking.

    Dat geldt voor de verzending van het verzoek tot het indienen van een offerte, voor het indienen ervan alsmede voor de briefwisselingen tussen de ondernemingen en de aanbestedende overheid bij de onderhandelingen.

  2. De opdrachten die gewoon met een aangenomen factuur tot stand komen (artikel 122, eerste lid, 1°).

    Er wordt op gewezen dat deze wijze waarop de opdrachten tot stand komen, alleen de opdrachten van een bedrag gelijk aan of kleiner dan euro 5.500 exclusief BTW betreft.

    Aangezien het bovenvermelde nieuwe vijfde lid van artikel 122 geen bijzondere beperking bevat die daarop betrekking heeft, kunnen de elektronische middelen zowel bij de gunning van de opdracht als bij de uitvoering ervan, met inbegrip van de facturering, gebruikt worden. Aangezien het nieuw artikel 100 van het koninklijk besluit van 10 december 1868 houdende algemeen reglement op de rijkscomptabiliteit, gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 maart 2003, de aannemers van de overheidsopdrachten vrijstelt van de certificatie en ondertekening van hun facturen voor werken, leveringen en diensten, kan deze laatste facturering elektronisch overgemaakt worden aan de aanbestedende overheid zonder dat de in voornoemd artikel 3ter van het koninklijk besluit van 26 september 1996 bedoelde eisen noodzakelijk worden vervuld.

    het gebruik van elektronische middelen bij de uitvoering van de opdracht wordt dan weer onderworpen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3ter van het koninklijk besluit van 26 september 1996. De partijen moeten het in dat geval eens worden over de te gebruiken middelen, de elektronische adressen meedelen waarop de met deze middelen overgemaakte documenten betekend kunnen worden en overeenkomen dat het exacte tijdstip van de ontvangst door de geadresseerde automatisch wordt bepaald in een met elektronische middelen gezonden ontvangstbewijs. Tijdens deze fase van de opdracht kunnen dus elektronische middelen gebruikt worden met inachtneming van de tamelijk soepele voorwaarden bepaald in voornoemd artikel 3ter en dit, ongeacht de vorm van toewijzing van de opdracht die vergund wordt via onderhandelingsprocedure. In geval van een tussen partijen ondertekend contract kunnen zo de in artikel 3ter bedoelde gegevens in een clausule van deze overeenkomst worden bepaald. Deze gegevens kunnen ook bepaald worden door een gewone briefwisseling tussen partijen vóór of na de toewijzing van de opdracht.

    Om de procedures van gunning van overheidsopdrachten en de uitvoering ervan te vereenvoudigen, zullen de aanbestedende overheden ervoor zorgen dat de mogelijkheden bedoeld in de regelgeving over de overheidsopdrachten inzake de aanwending van elektronische middelen worden gebruikt. Uit dit gezichtspunt en in afwachting van een uitbreiding van de voorwaarden m.b.t. het gebruik van deze middelen vanaf een bedrag van euro 5.500 zullen ze de voorrang geven aan het contract als wijze van...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT