Koninklijk besluit tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel, van 9 juli 2013

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Algemeen

Afdeling 1. - Definities

Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

  1. " wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen " : de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  2. " wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur " : de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur;

  3. " veiligheidspersoneel " : het personeel dat, al is het maar sporadisch, één of meerdere voor de veiligheid cruciale taken verricht;

  4. " voor de veiligheid cruciale taak " : een specifieke taak die een rechtstreekse impact op de spoorwegveiligheid heeft en die door een persoon (werknemer of subcontractant) in het kader van zijn werk, op het Belgische spoorwegnetwerk wordt uitgeoefend;

  5. " IB " : de spoorweginfrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 5, 3°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  6. " treinbestuurder " : het lid van het veiligheidspersoneel bedoeld in artikel 5, 30°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  7. " veiligheidsvergunning " : de veiligheidsvergunning van de infrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 5, 35°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  8. " MOBE " (een met het onderhoud belaste entiteit) : de entiteit bedoeld in artikel 5, 38°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  9. " IG " (infrastructuurgebruiker) : de spoorwegondernemingen die toegang hebben tot de Belgische spoorweginfrastructuur krachtens artikel 6 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en hun hulpondernemingen; de infrastructuurbeheerder met het oog op het onderhouden, het beheer, de vernieuwing en de uitbreiding van de spoorweginfrastructuur krachtens artikel 9 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en zijn hulpondernemingen; de verenigingen of ondernemingen die de Belgische spoorweginfrastructuur mogen gebruiken overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 juli 2007 tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur;

  10. " hulponderneming " : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, vereniging of onderneming, die de spoorweginfrastructuur gebruikt en waarop de SO of de IB een beroep doet, onder haar of zijn controle en verantwoordelijkheid;

  11. " SO " (spoorwegonderneming) : de onderneming bedoeld in artikel 5, 4°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  12. " begeleider van reizigerstreinen " : boordpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht, zoals bedoeld in artikel 5, 30/1°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;

  13. " toeristische vereniging " : de toeristische spoorwegvereniging die het spoorwegnetwerk mag gebruiken om er toeristisch spoorwegvervoer met historisch materieel te organiseren overeenkomstig de bijlage bij het ministerieel besluit van 26 juli 2007 tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur.

    Afdeling 2. - Toepassingsgebied

    Art. 2. § 1. De algemene vereisten bedoeld in hoofdstuk 2 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel, met uitzondering van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel dat uitsluitend op baanvakken werkt die tijdelijk gesloten zijn voor het normale verkeer ten behoeve van het onderhoud, de vernieuwing of de verbetering van het spoorwegsysteem. De specifieke vereisten van toepassing op dit personeel, worden bepaald door de IB in het kader van zijn veiligheidsvergunning.

    § 2. De vereisten bedoeld in hoofdstuk 3 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel van de IG's, met uitzondering van het personeel dat de veiligheidsfunctie " treinbestuurder " uitoefent en houder is van een Europese vergunning. De specifieke vereisten die op dit veiligheidspersoneel en op de Europese vergunning van toepassing zijn, staan vermeld in de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen (artikelen 34 tot 37/22 en 37/24 tot 37/27, §§ 1 tot 4, en haar bijlagen V tot XI) en in haar uitvoeringsbesluiten.

    In afwijking van het eerste lid, zijn de afdelingen 3 en 4 van hoofdstuk 3 van toepassing op het personeel dat de veiligheidsfunctie " treinbestuurder " uitoefent en houder is van een Europese vergunning.

    § 3. De specifieke vereisten van hoofdstuk 4 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel van de MOBE's, met uitzondering van het personeel dat met het onderhoud van goederenwagons belast is en waarvan de taken vermeld zijn in Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie van 10 mei 2011 betreffende een systeem voor de certificering van met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteiten.

    HOOFDSTUK 2. - Vereisten van toepassing op al het veiligheidspersoneel

    Art. 3. Indien hij meerdere taken uitoefent, beheerst het lid van het veiligheidspersoneel het geheel van zijn activiteiten en geeft hij voorrang aan de voor de veiligheid cruciale taken, meer in het bijzonder in geval van storingen.

    Art. 4. Het lid van het veiligheidspersoneel krijgt een aan zijn veiligheidsfunctie aangepaste opleiding vüür en gedurende de ganse duur ervan.

    Art. 5. Wanneer specifieke vereisten daarin voorzien, voldoet het lid van het veiligheidspersoneel aan de medische en eventueel de psychologische criteria voorafgaandelijk aan de uitoefening van zijn taak en gedurende de ganse duur ervan.

    Art. 6. § 1. Het veiligheidspersoneel mag op geen enkel moment tijdens zijn dienst, onder invloed zijn van stoffen die de waakzaamheid, de concentratie of het gedrag beïnvloeden.

    Het veiligheidspersoneel mag niet onder invloed zijn van alcohol, wat blijkt uit de aanwezigheid in het bloed van een alcoholgehalte gelijk aan of groter dan 0,20 gram op 1 000 of uit de aanwezigheid van een alcoholconcentratie gelijk aan of groter dan 0,09 milligram per liter in de uitgeademde lucht.

    § 2. Het veiligheidspersoneel mag geen taken uitvoeren in staat van dronkenschap of onder invloed van psychoactieve stoffen, zoals drugs, verdovende middelen of oneigenlijke gebruikte therapeutische stoffen.

    De IG of de MOBE voorziet in controlemaatregelen en preventieve maatregelen in verband met het verbruik van alcohol of psychoactieve stoffen.

    § 3. Teneinde een gevaarlijke situatie te voorkomen of te stoppen, kan de IB een veiligheidspersoneelslid vragen een alcoholtest te ondergaan, overeenkomstig artikel 27 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur of in het raam van de technische bijstand die hij verleent aan de veiligheidsinstantie, overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.

    Bij een positief resultaat of bij weigering van een alcoholtest wordt de uitoefening van de veiligheid cruciale taken bij dit veiligheidspersoneelslid onmiddellijk geschorst.

    De toestellen die in het raam van de controle op het alcoholgehalte worden gebruikt worden onderhouden en geijkt, conform de voorschriften van de fabrikant.

    Art. 7. § 1. Zodra een lid van het veiligheidspersoneel vaststelt of ervan op de hoogte wordt gebracht dat hij persoonlijk en individueel een risico inhoudt voor de spoorwegveiligheid, staakt hij de uitoefening van zijn veiligheidstaken en verwittigt hij onmiddellijk de IG(s) of de MOBE(s) die hem tewerkstelt (tewerkstellen).

    § 2. Zodra een lid van het veiligheidspersoneel een feit vaststelt dat een risico kan inhouden voor de spoorwegveiligheid, brengt hij onmiddellijk de IB daarvan op de hoogte.

    § 3. Wanneer de IG of de MOBE vaststelt of ingelicht wordt dat veiligheidspersoneel dat hij/ze tewerkstelt of dat voor zijn/haar rekening werkt, de veiligheid van het spoorwegverkeer in gevaar brengt, neemt hij/zij onmiddellijk de nodige maatregelen om aan dit risico een einde te stellen en om de herhaling van dit risico te voorkomen.

    De IG of de MOBE maakt een schriftelijk verslag op van de maatregelen die genomen werden om een einde aan het risico te stellen en om de herhaling van dit risico te voorkomen.

    Indien de veiligheidsinstantie het nodig acht, kan ze aan de IG of aan de MOBE meedelen dat de maatregelen onvoldoende zijn en kan ze eisen dat de bekwaamheid van de betrokken persoon gecontroleerd wordt.

    HOOFDSTUK 3. - Vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel van de IG's

    Afdeling 1. - Gemeenschappelijke vereisten van toepassing op het personeel van de IG's

    Art. 8. § 1. In het geval van de IG's, worden de voor de veiligheid cruciale taken als een geheel van generische veiligheidsfuncties beschouwd.

    § 2. De veiligheidsfuncties die bij alle IG's uitgeoefend kunnen worden, zijn de volgende :

  14. treinbestuurder;

  15. begeleider van reizigerstreinen;

  16. verantwoordelijke bediende voor de rangeerdienst;

  17. begeleidende agent van goederentreinen;

  18. bediende belast met het rangeren;

  19. bediende belast met het samenstellen en verzenden van treinen;

  20. bediende belast met het beheer van de administratieve verrichtingen met betrekking tot het rangeren, de bediening van installaties, het samenstellen en verzenden van treinen;

  21. bediende belast met de bediening van spoortoestellen en seininrichtingsinstallaties (binnen de perken van de overeenkomsten tussen de SO's en de IB);

  22. bediende belast met de volledige technische schouwing van het rollend materieel, specialiteit " goederen ";

  23. bediende belast met de volledige technische schouwing van het rollend materieel, specialiteit " reizigers ";

  24. onderstationchef specialiteit " reizigers " - toezicht en bediening van de perrons en uitwijkbundels;

  25. bediende belast met de rangeringen specialiteit " reizigers ";

  26. bediende belast met het bedienen van de private spooraansluitingen;

  27. bediende belast met de taken betreffende de bediening van een installatie (werkplaats, onderhoudspost...).

    § 3. De veiligheidsfuncties voorbehouden aan de IB zijn de volgende :

  28. verantwoordelijke bediende voor de uitvoering van de werken;

  29. verdeler tractiestroom;

  30. begeleidende agent van werktreinen;

  31. overwegwachter;

  32. schildwacht;

  33. ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT