Samenwerkingsakkoord van 5 maart 2020 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, van March 05, 2020

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. Artikel 2, 9°, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt vervangen als volgt: "9° "herbruikbare verpakking": elke verpakking die is bestemd, is ontworpen en in de handel is gebracht om binnen haar levensduur verscheidene omlopen te maken door opnieuw te worden gevuld of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen;".

Art. 2. De volgende leden worden toegevoegd in artikel 2, 20°, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval: "Elke buiten het Belgische grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die producten door middel van verkoop op afstand rechtstreeks aan particulieren op het Belgische grondgebied verkoopt, wordt beschouwd als verpakkingsverantwoordelijke in de zin van b).

De in het vorige lid bedoelde persoon wijst een op het Belgische grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aan als gemachtigd vertegenwoordiger, die verantwoordelijk is voor de goede naleving van zijn verplichtingen als verpakkingsverantwoordelijke.

Buiten het geval van de verkoop op afstand kan elke natuurlijke of rechtspersoon die buiten het Belgisch grondgebied gevestigd is en die de hoedanigheid van verpakkingsverantwoordelijke heeft, een op het Belgische grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aanwijzen als gemachtigd vertegenwoordiger die verantwoordelijk is voor de goede naleving van zijn verplichtingen als verpakkingsverantwoordelijke.

De op het Belgische grondgebied gevestigde gemachtigd vertegenwoordiger is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de verpakkingsverantwoordelijke. Wanneer in de artikelen 29, 31 en 32 wordt verwezen naar de verpakkingsverantwoordelijke, wordt daaronder ook zijn gemachtigd vertegenwoordiger verstaan.

Een gemachtigd vertegenwoordiger wordt door middel van een schriftelijke volmacht aangewezen voordat de producten in de handel worden gebracht. Deze volmacht wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Interregionale Verpakkingscommissie. Na afloop van de volmacht stellen beide partijen de Interregionale Verpakkingscommissie onverwijld schriftelijk op de hoogte daarvan en wordt een nieuwe gemachtigd vertegenwoordiger aangewezen.".

Art. 3. Artikel 2, 25°, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt vervangen als volgt: "25° "Bevoegde gewestelijke administratie": voor wat betreft het Vlaamse Gewest, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij; voor wat betreft het Waalse Gewest, de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu "; voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Leefmilieu Brussel;".

Art. 4. De volgende leden worden toegevoegd in artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval:

  1. "kunststof": een polymeer in de zin van artikel 3, punt 5), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen of van elke andere verpakking;

  2. "plastic draagtassen": van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;

  3. " lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron;

  4. "zeer lichte plastic draagtassen": plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen.".

    Art. 5. In artikel 3, § 1, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, wordt punt 3° vervangen als volgt: "3° het bevorderen van de verhoging van het aandeel herbruikbare verpakkingen die op de markt worden gebracht en van systemen voor hergebruik van verpakkingen, het bevorderen en opleggen van de nuttige toepassing, in het bijzonder de recyclage, het bevorderen van de toename van het aandeel gerecycleerde materialen in verpakkingen die op de markt worden gebracht alsook het verminderen van het aandeel verpakkingsafval in de niet-selectieve inzameling;".

    Art. 6. In artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt § 3 vervangen als volgt: § 3. Vanaf het kalenderjaar volgend op de inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 5 maart 2020 tot wijziging van dit samenwerkingsakkoord moeten tevens voor de verschillende verpakkingsmaterialen de volgende minimale recyclagepercentages voor het volledige Belgische grondgebied worden behaald :

    - 90 % in gewicht voor glas;

    - 90 % in gewicht voor papier/karton;

    - 90 % in gewicht voor drankkartons;

    - 90 % in gewicht voor ferrometalen;

    - 75 % in gewicht voor aluminium;

    - 50 % in gewicht voor kunststoffen;

    - 80 % in gewicht voor hout.

    Voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong moet vanaf het kalenderjaar 2023 een minimaal recyclagepercentage van 65 % in gewicht voor kunststoffen voor het hele Belgische grondgebied bereikt worden.

    Voor verpakkingsafval van industriële oorsprong moet vanaf het kalenderjaar 2023 een minimaal recyclagepercentage van 55 % in gewicht voor kunststoffen voor het hele Belgische grondgebied bereikt worden.

    Voor verpakkingsafval van huishoudelijke oorsprong moet vanaf het kalenderjaar 2030 een minimaal recyclagepercentage van 70 % in gewicht voor kunststoffen voor het hele Belgische grondgebied bereikt worden.

    Voor verpakkingsafval van industriële oorsprong moet vanaf het kalenderjaar 2030 een minimaal recyclagepercentage van 65 % in gewicht voor kunststoffen voor het hele Belgische grondgebied bereikt worden.

    De te behalen recyclagepercentages worden berekend volgens de methoden die de Interregionale Verpakkingscommissie in overeenstemming met de Europese wetgeving heeft vastgesteld.".

    Art. 7. In artikel 9 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt punt 2° vervangen als volgt: "2° als uitsluitend statutair doel hebben het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van dit akkoord uitgebreid tot het optreden, in voorkomend geval, als gemachtigd vertegenwoordiger die verantwoordelijk is voor de goede naleving van de verplichtingen van een buiten het Belgische grondgebied gevestigde verpakkingsverantwoordelijke;".

    Art. 8. § 1. In artikel 13, § 1, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, wordt een punt 2bis na punt 2 ingevoegd, luidend als volgt: "2 bis°: tegen het jaar 2022 ten minste 90 % van de drankverpakkingen inzamelen en recyclen;".

    § 2. In artikel 13, § 1, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, wordt een punt 2ter na punt 2bis ingevoegd, luidend als volgt: "2ter°: tegen het jaar 2025 ten minste 95 % van de huishoudelijke verpakkingen inzamelen en recyclen;".

    Art. 9. Artikel 13, § 1, 4°, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval wordt vervangen als volgt: "4° de bijdragen van de contractanten berekenen per verpakkingsmateriaal in verhouding tot :

    - de reële en volledige kosten verbonden aan elk materiaal;

    - de ontvangsten uit de verkoop van de ingezamelde en gesorteerde materialen;

    - de bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de terugnameplicht;

    - de duurzaamheid, herstelbaarheid, herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen;

    en dit met het oog op de financiering van de reële en volledige kostprijs van :

    - de bestaande en nog te verwezenlijken selectieve inzamelingen volgens de modaliteiten bepaald door de publiekrechtelijke rechtspersoon die voor zijn grondgebied verantwoordelijk is voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;

    - de selectieve inzameling van een stroom verpakkingsafval van huishoudelijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT