Koninklijk besluit tot wijziging van hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, van 14 november 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. In het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier wordt het opschrift van titel IV, hoofdstuk VII, vervangen als volgt:

"De functietoelage voor het tijdelijk uitoefenen van het ambt van een andere personeelscategorie en/of van een ander niveau".

Art. 2. In artikel 33, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "die bezoldigd wordt overeenkomstig de tabellen 7, 8 of 9, van de bijlage A bij dit besluit, en" opgeheven.

Art. 3. In titel IV, hoofdstuk VII, van hetzelfde besluit wordt een artikel 33/1 ingevoegd luidende:

"Art. 33/1. § 1. Aan de vrijwilliger van het actief kader die, wanneer dwingende redenen van omkadering zulks vereisen, tijdelijk aangewezen is om een in het organiek kader opgenomen ambt van een hogere functie van onderofficier of van ambtenaar van niveau B of C uit te oefenen, wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit artikel, een functietoelage toegekend, waarvan het jaarlijks bedrag is vastgesteld op 1.000 EUR.

§ 2. Onverminderd § 3, mag de betrokken vrijwilliger aanspraak maken op de functietoelage vanaf de dag waarop hij het in de organieke tabellen van het personeel voorkomende ambt van de hogere functie van onderofficier of van ambtenaar van niveau B of C, waarvoor hij door de directeur-generaal human resources werd aangewezen, daadwerkelijk uitoefent wegens het tijdelijk gebrek aan een titularis met de graad van onderofficier of de graad van niveau B of C.

§ 3. Het voordeel van de functietoelage wordt toegekend aan de betrokken vrijwilliger, die gedurende ten minste één werkdag aan de in dit artikel bedoelde toekenningsvoorwaarden beantwoordt.

§ 4. De minister van Defensie bepaalt de procedure volgens welke de in § 2 bedoelde dienstaanwijzing geschiedt.

§ 5. De functietoelage wordt geschorst:

  1. vanaf de eerste dag van de vierde maand na die waarop de vrijwilliger, die ze geniet, tijdelijk aangewezen wordt om opnieuw het ambt van vrijwilliger uit te oefenen en waarvan bij aanvang blijkt dat de duur van de tijdelijke aanwijzing niet gekend is;

  2. vanaf het ogenblik dat de vrijwilliger, die ze geniet, tijdelijk aangewezen wordt om opnieuw het ambt van vrijwilliger uit te oefenen en waarvan bij aanvang blijkt dat de duur van de tijdelijke aanwijzing meer dan drie maanden zal bedragen.

Zij is opnieuw verschuldigd vanaf de eerste werkdag...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT