Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen, van 19 juli 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juli 1962 tot instelling van het brevet van grondige kennis van de tweede landstaal

Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 juli 1962 tot instelling van het brevet van grondige kennis van de tweede landstaal, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 oktober 2009 en 29 januari 2016, worden de woorden "Minister van Defensie" vervangen door de woorden "directeur-generaal human resources".

HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de Krijgsmacht

Art. 2. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 juni 1974 betreffende het statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de krijgsmacht, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 januari 2001 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2005 en 14 oktober 2013, worden de woorden "Minister van Defensie" vervangen door de woorden "directeur-generaal human resources".

HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 september 1978 betreffende het statuut van de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren piloten

Art. 3. In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 september 1978 betreffende het statuut van de hulpofficieren en kandidaat-hulpofficieren piloten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2005, 7 november 2013 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in het derde lid worden de woorden "de Minister van Defensie" vervangen door de woorden "de directeur-generaal human resources";

  2. in het vierde lid worden de woorden "de Minister" vervangen door de woorden "de directeur-generaal human resources".

    HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 oktober 1991 betreffende het verblijf van sommige categorieën van militairen

    Art. 4. In artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 30 oktober 1991 betreffende het verblijf van sommige categorieën van militairen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 december 2013 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  3. de woorden "De minister van Defensie" worden vervangen door de woorden "De directeur-generaal human resources" en de woorden "de minister" worden vervangen door de woorden "de directeur-generaal human resources";

  4. de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:

    "De directeur-generaal human resources kan een overheid, minstens bekleed met een graad van hoofdofficier, aanwijzen voor het uitoefenen van zijn bevoegdheid.".

    HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van de kandidaten van de Krijgsmacht

    Art. 5. In artikel 7, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van de kandidaten van de krijgsmacht, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 april 2013 en 26 december 2013, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:

    "1° op het einde van het vormingsgedeelte dat bestaat uit de module vorming kader;".

    Art. 6. In hetzelfde besluit wordt de bijlage, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2013, vervangen door de bijlage 1 gevoegd bij dit besluit.

    HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 september 2002 betreffende de organisatie van de Koninklijke Militaire School

    Art. 7. Artikel 5, eerste lid, van het koninklijk besluit van 26 september 2002 betreffende de organisatie van Koninklijke Militaire School, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 mei 2003, en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 augustus 2006, 20 december 2007 en 1 september 2008 wordt aangevuld met volgende zin:

    "Het cijfer bekomen voor het dagelijks werk wordt niet in rekening gebracht voor de beoordeling van het resultaat van een herexamen.".

    HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen

    Art. 8. In het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, wordt de bijlage A, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 november 2013, vervangen door de bijlage 2 gevoegd bij dit besluit.

    HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2004 betreffende de aanvraag en toekenningsprocedures van het verlof voor ouderschapsbescherming en het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant

    Art. 9. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 april 2004 betreffende de aanvraag- en toekenningsprocedures van het verlof voor ouderschapsbescherming en het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  5. het derde lid wordt vervangen als volgt:

    "De overheid bedoeld in artikel 53quinquies, § 1, van de wet 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de krijgsmacht, is de directeur-generaal human resources.";

  6. het vierde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016, wordt vervangen als volgt:

    "De korpscommandant zendt de aanvraag toe aan de directeur-generaal human resources, samen met zijn advies.";

  7. in het zesde lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016, worden de woorden "Minister van Defensie" vervangen door de woorden "directeur-generaal human resources".

    Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende:

    "Art. 1bis. De overheid bedoeld in artikel 54bis, § 1, van de wet 13 juli 1976 betreffende de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de Krijgsmacht, is de directeur-generaal human...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT