Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, van 3 oktober 2016

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie wordt vervangen als volgt :

" § 1. Alvorens er een contract wordt gesloten, moet het centrum een beoordeling van de behoeften van de persoon hebben gemaakt.

Het contract vermeldt de te halen doelstellingen waarvoor het contract wordt aangaan. Het contract vermeldt de afspraken van de partijen daarbij onderscheid makend tussen de engagementen van het centrum, van de aanvrager en eventueel van één of meerdere tussenkomende derden. De gemaakte afspraken moeten gekaderd worden in de doelstellingen van het contract.

Het contract bepaalt de activiteitendomeinen waarop het project betrekking heeft.

Het contract bepaalt de duur, de in acht te nemen termijnen en de wijze waarop de evaluatie van het project geschiedt.

§ 2. De maatschappelijk werker informeert de betrokkene over de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van het contract, voordat het wordt ondertekend of gewijzigd.

§ 3. Het project bepaalt de eventuele aanvullende hulp gekoppeld aan de vereisten van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.

Het contract bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden het centrum in voorkomend geval een aanvullende maatschappelijke hulp als aanmoedigingspremie toekent aan de betrokken persoon en voorziet op zijn minst dat de inschrijvingskosten, de eventuele verzekeringen, de kosten van aangepaste werkkledij en de verplaatsingsonkosten inherent aan het volgen van een beroepsvorming en/of het opdoen van werkervaring gedekt zijn door het centrum, tenzij zij ten laste genomen worden door een derde."

Art. 2. In hetzelfde koninklijke besluit wordt een artikel 14/1 ingevoegd, luidende :

" § 1 Wanneer de begunstigde en het centrum overeenkomen een gemeenschapsdienst aan te gaan, bepalen ze hiervoor in onderling overleg:

  1. De aard van de te leveren dienst;

  2. De uurrooster;

  3. De bijzonderheden betreffende een eventuele vergoeding;

  4. De duur van de dienstverlening.

    § 2. Het centrum gaat na of schade berokkend aan de begunstigde of aan derden in het kader van de uitoefening van de gemeenschapsdienst gedekt wordt door een verzekering. Is dit niet het geval, dan kan de gemeenschapsdienst niet worden uitgevoerd."

    Art. 3. Artikel 15 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt :

    "Een regelmatige evaluatie van de uitvoering van het contract wordt voorzien en dit ten minste drie maal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT