Koninklijk besluit tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, van 14 april 2020

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. de wet: de wet van 27 maart 2020 tot machtiging van de Koning om een staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;

  2. de staatswaarborg: de staatswaarborg die krachtens dit besluit wordt toegekend;

  3. gewaarborgd verlies: het gewaarborgd verlies zoals bedoeld in artikel 13;

  4. een gewaarborgde portefeuille: de gewaarborgde portefeuille zoals bedoeld in artikel 3;

  5. een gewaarborgd krediet: een krediet in de zin van artikel 4;

  6. een kredietgever: een kredietgever zoals bedoeld in artikel 5;

  7. het betalingsuitstel: het "Charter betalingsuitstel ondernemingskredieten" dat Febelfin vzw op 31 maart 2020 heeft gepubliceerd, en als bijlage bij dit besluit wordt gevoegd;

  8. een toegelaten debetstand: een uitdrukkelijke kredietopening waarbij een kredietgever een kredietnemer de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op de hiermee verbonden betaalrekening te boven gaan;

  9. een leasingovereenkomst: een overeenkomst die beantwoordt aan de criteria vastgesteld in artikel 3:89 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen voor de post III.D " Leasing en soortgelijke rechten ";

  10. een factoringovereenkomst: een overeenkomst waarbij een partij de te innen schuldvorderingen die voortvloeien uit contracten tot levering van goederen en/of het verstrekken van diensten afgesloten tussen die partij en zijn debiteuren, aan de wederpartij overdraagt in ruil voor de voorfinanciering van de te innen schuldvorderingen;

  11. een kredietnemer: een kredietnemer die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6;

  12. verlenen van een krediet: een krediet wordt verleend wanneer een kredietnemer contractueel het recht krijgt om het krediet geheel of gedeeltelijk op te nemen;

  13. een herfinancieringskrediet: een krediet (of een gedeelte van een krediet) dat wordt verleend tot terugbetaling van een krediet dat een kredietgever heeft verleend voor 1 april 2020, met inbegrip van de verlenging van een voor 1 april 2020 verleend krediet;

  14. wederopname van een krediet: de wederopname of hernieuwing van een geheel of gedeeltelijk terugbetaald krediet dat vóór 1 april 2020 werd verleend en voor zover dergelijke wederopname of hernieuwing voor ten hoogste dezelfde hoofdsom plaatsvindt;

  15. de looptijd van een krediet: de tijd tussen de verlening van een krediet en de dag waarop de kredietnemer alle onder het krediet verschuldigde bedragen moet hebben terugbetaald;

    voor doeleinden van dit besluit zijn kredieten die de kredietgever tijdens de eerste 12 maanden een discretionair opzeggingsrecht verlenen, te aanzien als kredieten met een looptijd van 12 maanden;

  16. de Bankwet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;

  17. de Verordening nr. 2015/2365: de Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;

  18. een voor een bijzonder doel opgerichte effectiseringsentiteit: een entiteit met als enige opdracht één of meer verrichtingen van effectisering, alsook het verrichten van andere werkzaamheden ter vervulling van deze opdracht;

  19. de Kruispuntbank van Ondernemingen: het register bedoeld in artikel III.15 van het Wetboek economisch recht;

  20. kwalificerende buitenlandse activiteiten: buitenlandse activiteiten van een kredietnemer die beantwoorden aan de volgende voorwaarden:

    1. de buitenlandse activiteiten worden gevoerd door de kredietnemer zelf of door een entiteit die onder de exclusieve of gezamenlijke controle staat van de kredietnemer,

    2. de continuïteit van de buitenlandse activiteiten is cruciaal voor de Belgische activiteiten,

    3. de buitenlandse activiteiten zijn, op zichzelf beschouwd, als een levensvatbare onderneming te aanzien,

    4. er bestaat geen andere mogelijkheid om de buitenlandse activiteiten duurzaam en tegen normale marktvoorwaarden te financieren;

  21. een onderneming in moeilijkheden: een onderneming ten aanzien waarvan zich op 31 december 2019 ten minste één van de omstandigheden bedoeld in artikel 2.18 van de Verordening nr. 651/2014 voordeed; voor zelfstandigen zijn deze voorwaarden van overeenkomstige toepassing;

  22. de Verordening nr. 651/2014: de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  23. maximaal gewaarborgde hoofdsommen: de maximaal gewaarborgde hoofdsommen zoals bedoeld in artikel 8;

  24. maximaal gewaarborgde interesten: de maximaal gewaarborgde interesten zoals bedoeld in artikel 9;

  25. een groep: een moederonderneming en al haar dochterondernemingen in de zin van artikel 1:15 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

  26. een verbonden persoon: met een vennootschap verbonden vennootschappen of personen verbonden met een persoon in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;

  27. een KMO in de zin van Verordening nr. 651/2014: een onderneming, ongeacht of deze een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon is, waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50.000.000 euro of het jaarlijkse balanstotaal 43.000.000 euro niet overschrijdt; voor zelfstandigen zijn deze voorwaarden van overeenkomstige toepassing;

  28. de Minister: de Minister van Financiën;

  29. een interest op jaarbasis: een interest die geldt voor een jaar, berekend op 360 dagen;

  30. een KMO in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen: een vennootschap die voldoet aan artikel 1:24 of artikel 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; voor zelfstandigen zijn deze voorwaarden van overeenkomstige toepassing;

  31. de toegewezen enveloppe: de toegewezen enveloppe van een kredietgever zoals bedoeld in artikel 11, bepaald op basis van het maximale totaalbedrag van de staatswaarborg bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid van de wet;

  32. het maximale totaalbedrag van de staatswaarborg: het bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, vierde lid van de wet;

  33. de Nationale Bank van België: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, hierna "de Nationale Bank" genoemd;

  34. de Uitvoeringsverordening nr. 680/2014: de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad;

  35. verlies: verlies zoals bedoeld in artikel 14;

  36. een referentieportefeuille: een referentieportefeuille zoals bedoeld in artikel 15;

  37. een pari passu bepaling: een bepaling die de vermindering van een waarborg tot gevolg heeft omwille van coëxistentie met andere waarborgen waarbij de vermindering gebeurt evenredig met het aantal andere waarborgen en met de respectieve gewaarborgde bedragen;

  38. achterstal op belastingen of sociale zekerheidsbijdragen: alle belastingen en sociale zekerheidsbijdragen, ongeacht de schuldeiser dan wel juridische grondslag ervan, die als zekere en vaststaande schulden beschouwd worden en waarvoor de wettelijke betalingstermijn, eventueel verlengd door de bevoegde administratieve instantie, verstreken is, tenzij en in de mate dat in geval van administratieve en/of gerechtelijke betwisting, die vóór 29 februari 2020 werd ingeleid, het betwiste deel geen voorwerp kan uitmaken van maatregelen van gedwongen tenuitvoerlegging;

  39. respijtmaatregelen: respijtmaatregelen in de zin van artikel 47ter, 1., a) en b) van de Verordening nr. 575/2013 ;

  40. Verordening nr. 575/2013: de Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;

  41. effectisering: securisatie in de zin van artikel 2.1 van de Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012;

  42. een zekerheid: elke persoonlijke zekerheid of zakelijke zekerheid;

  43. een vergoeding: enige vergoeding zoals bedoeld in hoofdstuk 7;

  44. wettelijke interesten voor handelstransacties: de wettelijke interest zoals bedoeld in artikel 5 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand van handelstransacties;

  45. een maandelijkse aangifte: de aangifte bedoeld in artikel 32;

  46. OLO-referentievoet (10 jaar): de maandelijks gepubliceerde referte-index J (lineaire obligaties 10 jaar) voor de herziening van veranderlijke rentevoeten van hypothecaire kredieten, gepubliceerd door het Federaal Agentschap van de Schuld in uitvoering van het Koninklijk besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vaststelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten;

  47. OLO-referentievoet (1 jaar): de maandelijks gepubliceerde referte-index A (lineaire obligaties 1 jaar) voor de herziening van veranderlijke rentevoeten van hypothecaire kredieten, gepubliceerd door het Federaal Agentschap...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT