Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de nationale orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest en de gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de nationale orden aan de personeelsleden van de gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, van 4 november 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. Het reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, dat bijlage A van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.

Art. 2. De gelijkstelling betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden van de Gemeenschappelijke Ombudsdienst voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, die bijlage B van dit besluit vormt, wordt goedgekeurd.

Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.

Art. 4. De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGEN.

Art. N1. Bijlage A - Reglement betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest

  1. Dit reglement is van toepassing op de gemeenschappelijke Ombudsman voor de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest, hierna "Ombudsman" genoemd.

  2. Elke toekenning vindt plaats bij gelegenheid van de promotie die voorafgaat aan het ogenblik waarop de betrokken persoon werkelijk aan de voorwaarden zou voldoen om een onderscheiding te krijgen.

  3. Aan de Ombudsman mogen in geen andere hoedanigheid onderscheidingen in de Nationale Orden toegekend worden.

    Er wordt enkel een uitzondering gemaakt wat betreft:

    - eretekens wegens oorlogsfeiten;

    - reserveofficieren die mogen kiezen tussen het administratief reglement en het militair reglement; deze keuze is bindend voor de volledige duur van de inschrijving van de betrokkenen in het reservekader van het Leger;

    - mandaathouders die vallen onder punt 5b) van dit reglement.

  4. Afwezigheidsperiodes die beschouwd worden als periodes van non-activiteit komen niet in aanmerking voor de toekenning van een onderscheiding.

  5. De periode van 6 jaar heeft betrekking op ononderbroken mandaatjaren.

    1. In geval van vervroegd vertrek voor het einde van het mandaat of in geval van een mandaat met een kortere looptijd kan de mandaathouder een onderscheiding krijgen die onmiddellijk lager is in de gezamenlijke rangorde van de Nationale Orden, op voorwaarde echter dat hij de functie gedurende minstens 4 jaar heeft uitgeoefend.

    2. Iedere persoon, die mandaathouder is, en aan wie een eervolle onderscheiding zou worden toegekend die lager is dan die waarop hij recht zou hebben ingevolge zijn oorspronkelijk reglement (volgens zijn titel en zijn leeftijdsklasse), kan vragen dat hem deze hogere onderscheiding wordt toegekend. Voor het overige is hij, wanneer hij op het einde van zijn mandaat zijn vroegere functie weer opneemt, opnieuw onderworpen aan zijn oorspronkelijk reglement. In dit geval is artikel 7, § 1, van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden van toepassing.

    Tabel betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de Ombudsman

    TITE
    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT