Koninklijk besluit houdende de overdracht bij wege van ambtshalve intrafederale mobiliteit van sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan naar de Federale overheidsdienst Justitie, de 9 avril 2024

Artikel 1. § 1. In het kader van de ambtshalve overdracht bedoeld in artikel 17/1, § 2, van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering, worden de statutaire personeelsleden, waarvan de namen zijn opgenomen in de bijlage I, in afwijking van artikel 15, eerste lid, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, van rechtswege overgedragen naar de Federale Overheidsdienst Justitie - dienst gerechtskosten.

De artikelen 10 tot 16 van het koninklijk besluit van 26 april 2017 betreffende de intrafederale mobiliteit van de personeelsleden die de rechterlijke macht terzijde staan en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot regeling van het verwerven door de militair van de hoedanigheid van Rijksambtenaar door overplaatsing, zijn van toepassing op deze personeelsleden.

§ 2. De personeelsleden vermeld in kolom 1 van de tabel opgenomen in bijlage I worden van rechtswege benoemd in de klasse of de graad vermeld in kolom 4 van deze tabel. Zij genieten hierbij de weddenschaal vermeld in kolom 5 van deze tabel.

Art. 2. De personeelsleden aangeworven met een arbeidsovereenkomst in de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan en van wie de namen opgenomen zijn in de bijlage II, genieten op hun vraag van een arbeidsovereenkomst bij de Federale Overheidsdienst Justitie onder dezelfde voorwaarden.

Ingeval van een eventueel ontslag door de Federale Overheidsdienst Justitie zal rekening worden gehouden met een fictieve dienstanciënniteit die teruggaat tot de datum van indiensttreding als contractueel personeelslid bij de voormelde diensten die de rechterlijke macht terzijde staan. Deze anciënniteitsclausule wordt opgenomen in de nieuwe arbeidsovereenkomst bij de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 3. De personeelsleden beoogd in artikel 1, § 2, en in het artikel 2, behouden ten persoonlijke titel het voordeel van de taaltoelage die ze genoten in hun dienst van oorsprong.

Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024.

Art. 5. De minister bevoegd voor Justitie is, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE.

Art. N1.

( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 25-04-2024, p. 46045 )

Art. N2.

( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 25-04-2024, p. 46048 )

Handtekening

Gegeven te Brussel, 9 april 2024.

...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT