Koninklijk besluit betreffende het politiek verlof van de militairen, van 20 december 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder:

  1. de wet van 28 februari 2007: de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht;

  2. de wet van 18 september 1986: de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten;

  3. het mandaat: één van de politieke mandaten bedoeld in artikel 172, paragraaf 2, van de wet van 28 februari 2007;

  4. de minister: de minister van Defensie.

    § 2. Onder politiek verlof voor het uitoefenen van een politiek mandaat, wordt begrepen:

  5. ofwel een vrijstelling van dienst, die geen weerslag heeft op de administratieve en geldelijke toestand van de militair;

  6. ofwel een facultatief politiek verlof, dat op aanvraag van de militair wordt toegekend;

  7. ofwel een politiek verlof van ambtswege, waaraan de militair zich niet kan onttrekken, wanneer hij de politieke mandaten bedoeld in artikel 6, eerste lid, 1° tot 3°, van de wet van 18 september 1986 uitoefent of wanneer hij in zijn hoedanigheid van militair een functie uitoefent bedoeld in artikel 174, paragraaf 2, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007.

    Art. 2. De intentieverklaring om zich kandidaat te stellen bedoeld in artikel 173, eerste lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007, moet worden overgemaakt aan de minister met een aangetekende zending.

    Art. 3. § 1. De militair die verkozen is voor een mandaat stelt zijn korpscommandant met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs in kennis van het mandaat dat hij overweegt uit te oefenen en van de datum van zijn eedaflegging, ten laatste tien werkdagen vóór de datum van de eedaflegging.

    Dit schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs wordt vergezeld van een attest dat het mandaat van de betrokken militair bevestigt en dat het aantal inwoners van de betrokken gemeente, provincie of het betrokken district vermeldt.

    De militair die verkozen is voor een mandaat bedoeld in het eerste lid, in de hoedanigheid van opvolger en die opgeroepen wordt om zijn mandaat uit te oefenen, is niet gebonden door de termijn bedoeld in het eerste lid. Hij stelt zijn korpscommandant onverwijld in kennis van het mandaat, met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs vergezeld van het attest bedoeld in het tweede lid.

    Indien het mandaat dat de betrokken militair uitoefent een einde neemt voor de voorziene...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT