Conclusions du Ministère public, Cour de cassation, 2024-03-11

JurisdictionBélgica
Judgment Date11 mars 2024
ECLIECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240311.3F.6
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240311.3F.6
Docket NumberC.19.0180.F
CourtCour de cassation
Nr. P.14.0474.F I. MAQUET EN ZONEN, BVBA Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie II. C. M III. J. T Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, IV. MÉDART EN ZONEN bvba, V. C. A., Mr. Bénédicte Billet, advocaat bij de balie te Brussel en Mr. Pascal Rodeyns, ad-vocaat bij de balie te Luik. VI. SHANKS LIEGE-LUXEMBOURG nv, Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, VII. ROYAL & SUN ALLIANCE INSURANCE, vennootschap naar Engels recht, Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, VIII. VIVIUM nv, cassatieberoepen tegen ARCELOR MITTAL BELGIUM nv, Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 6 februari 2014. De eerste eiseres voert een middel aan, de derde eiser voert twee middelen aan, de vijfde eiser voert twee middelen aan en de zesde eiseres voert een middel aan, elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht. Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF A. Cassatieberoep van Maquet en Zonen bvba: Middel Tweede onderdeel Het middel dat schending aanvoert van artikel 1384, derde lid, Burgerlijk Wet-boek en de artikelen 1, 2 en 3 Arbeidsovereenkomstenwet, verwijt het arrest ge-oordeeld te hebben dat de eiseres de hoedanigheid had van aansteller van de be-klaagde B., haar aangestelde. Het voert aan dat, aangezien de rechters in hoger be-roep vastgesteld hebben dat de vennootschap Shanks Liège-Luxembourg instruc-ties gaf aan de voornoemde aangestelde in verband met de bestemming van de le-vering, zij hadden moeten aannemen dat de eiseres zelf in feite geen gezag of toe-zicht uitoefende op de daden van haar aangestelde en dat zij niet beschouwd kon worden als zijn aansteller. De band van ondergeschiktheid die het begrip aangestelde veronderstelt, bestaat zodra een persoon zijn gezag of toezicht in feite voor eigen rekening kan uitoefe-nen op de daden van een derde. De rechter beoordeelt onaantastbaar de feiten waaruit hij het bestaan van een band van ondergeschiktheid afleidt. Het Hof gaat enkel na of hij die beslissing wettig heeft kunnen afleiden uit zijn vaststellingen. Het arrest oordeelt dat de vennootschap Shanks Liège-Luxemburg het vervoer van staalafval dat aan de verweerster toebehoorde, heeft toevertrouwd aan de...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT