Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2023-06-29

JurisdictionBélgica
Judgment Date29 juin 2023
ECLIECLI:BE:GHCC:2023:ARR.103
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.103
Docket Number103/2023
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 103/2023 van 29 juni 2023 Rolnummer : 7795 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 253, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals vervangen bij artikel 12 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 november 2017 « houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest », gesteld door de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia en W. Verrijdt, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 17 maart 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 april 2022, heeft de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 253, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (Brussels Hoofdstedelijk Gewest), zoals vervangen bij artikel 12 van de ordonnantie van 23 november 2017 houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet, in zoverre het een verschil in behandeling invoert tussen : - enerzijds, de belastingplichtige die zijn gebouw verhuurt aan een entiteit die het bestemt voor het gesubsidieerd onderwijs en die de vrijstelling van de onroerende voorheffing geniet, en, - anderzijds, de belastingplichtige die zijn gebouw verhuurt aan een entiteit die het bestemt voor niet-gesubsidieerd onderwijs, ongeacht of het al dan niet een winstoogmerk heeft, en die de vrijstelling van de onroerende voorheffing niet meer geniet, 2 en schendt het hierdoor bovendien de vrijheid van onderwijs ? ». Memories en memories van antwoord zijn ingediend door : - de vzw « Institut du Christ-Roi Souverain Prêtre », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Malherbe, advocaat bij de balie te Brussel; - het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. F. Tulkens, Mr. J.-L. Touwaide en Mr. G. De Ridder, advocaten bij de balie te Brussel. Bij beschikking van 12 april 2023 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 26 april 2023 en de zaak in beraad zal worden genomen. Ingevolge het verzoek van een partij om te worden gehoord, heeft het Hof bij beschikking van 26 april 2023 de dag van de terechtzitting bepaald op 17 mei 2023. Op de openbare terechtzitting van 17 mei 2023 : - zijn verschenen : . Mr. P. Malherbe, voor de vzw « Institut du Christ-Roi Souverain Prêtre »; . Mr. F. Tulkens, Mr. J.-L. Touwaide, tevens loco Mr. G. De Ridder, en Mr. V. Leblanc, advocaat bij de balie te Brussel, voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; - hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Een vzw betwist, voor de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, de aanslagen, vastgesteld voor het aanslagjaar 2018, in de onroerende voorheffing betreffende twee onroerende goederen waarvan zij eigenaar is. Die onroerende goederen worden verhuurd aan twee privéscholen die er hun onderwijsactiviteiten uitoefenen. De Rechtbank stelt vast dat artikel 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : het WIB 1992), zoals het van toepassing was vóór de vervanging ervan bij de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 23 november 2017 « houdende wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst onroerende voorheffing door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest » (hierna : de ordonnantie van 23 november 2017), voorzag in een vrijstelling van de onroerende voorheffing voor de onroerende goederen die zonder 3 winstoogmerk voor onderwijs werden gebruikt. Voortaan beperkt datzelfde artikel 253, in de versie die van toepassing is in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, die vrijstelling tot de onroerende goederen die « nagenoeg exclusief gebruikt worden als instellingen voor gesubsidieerd onderwijs ». Volgens de Rechtbank bestaat het doel van de ordonnantiegever erin de privéscholen die een winstoogmerk nastreven of die niet erkende diploma’s uitreiken, uit te sluiten van het voordeel van de vrijstelling van de onroerende voorheffing. Zij heeft evenwel vragen bij de relevantie van die uitsluiting wat betreft de privéscholen die geen winstoogmerk nastreven en die door buitenlandse overheden erkende diploma’s uitreiken, zoals die welke hun onderwijsactiviteiten uitoefenen in de onroerende goederen waarop de in het geding zijnde aanslagen betrekking hebben. Zij houdt haar uitspraak bijgevolg aan en stelt de hiervoor weergegeven vraag. III. In rechte -A– A.1.1. De eisende partij voor het verwijzende rechtscollege preciseert allereerst dat de privéscholen die hun onderwijsactiviteiten uitoefenen in de onroerende goederen waarvan zij eigenaar is, hoofdzakelijk een kosmopolitisch publiek beogen dat niet duurzaam in België verblijft. Het gaat om een kleuterschool die tweetalig onderwijs, in het Engels en in het Frans, verstrekt en om een secundaire school waarin het onderwijs hoofdzakelijk in het Engels wordt verstrekt. Dat secundair onderwijs heeft tot doel de leerlingen toe te laten op internationaal niveau erkende diploma’s te behalen. A.1.2. In hoofdorde voert de eisende partij voor het verwijzende rechtscollege aan dat artikel 253, § 4, van het WIB 1992, zoals gewijzigd bij artikel 12 van de ordonnantie van 23 november 2017, niet bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet. Allereerst verklaart zij dat het criterium van de subsidiëring niet relevant is in het licht van de door de ordonnantiegever nagestreefde doelstellingen. De eerste doelstelling bestaat erin de scholen die een winstoogmerk nastreven, uit te sluiten van het voordeel van de vrijstelling. In dat kader is het criterium van de subsidiëring overbodig, daar artikel 253, § 1, van het WIB 1992 die inrichtingen reeds uitsluit. Het door de niet-gesubsidieerde school gevraagde inschrijvingsgeld toont niet noodzakelijk het bestaan van een winstoogmerk aan, maar kan eenvoudigweg tot doel hebben de gemaakte kosten te dekken, inzonderheid wanneer die school is opgericht in de vorm van een vzw. Het doel dat erin bestaat eventuele misbruiken tegen te gaan, laat evenmin toe het in de prejudiciële vraag opgeworpen verschil in behandeling te verantwoorden. De tweede doelstelling van de ordonnantiegever bestaat erin de scholen uit te sluiten die worden gefinancierd door middel van hoge inschrijvingskosten. De eisende partij voor het verwijzende rechtscollege voert aan dat de filosofie van artikel 253 van het WIB 1992 niet erin bestaat alle inrichtingen uit te sluiten die de betaling eisen van een bedrag in ruil voor de geleverde dienst. De ordonnantiegever heeft overigens niet de ziekenhuizen, noch de rusthuizen uitgesloten. Er dient bijgevolg geen rekening te worden gehouden met het bedrag van de inschrijvingsgelden die worden betaald aan de schoolinrichting wanneer die geen winstoogmerk nastreeft. De derde doelstelling van de ordonnantiegever bestaat erin de valse scholen, de schoolinrichtingen die geen diploma’s uitreiken en de schoolinrichtingen die geen door de Franse Gemeenschap erkende diploma’s uitreiken, uit te sluiten. Volgens de eisende partij voor het verwijzende rechtscollege is dat doel niet relevant wat betreft de kleuterscholen, die sowieso geen diploma’s uitreiken. Het gegeven dat een school niet wordt gesubsidieerd, betekent overigens niet noodzakelijk dat het daarin aangeboden onderwijs niet kwalitatief is, noch dat die school geen diploma uitreikt. Wanneer een leerling naar een bepaalde niet-gesubsidieerde school gaat, laat hem dat immers toe te voldoen aan de leerplicht, daar het onderwijs dat er wordt verstrekt, van een niveau is dat vergelijkbaar is met dat van de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde scholen. Vervolgens heeft het Hof, bij zijn arrest nr. 60/2015 van 21 mei 2015 (ECLI:BE:GHCC:2015:ARR.060), geoordeeld dat de vrijheid van onderwijs vereist dat privépersonen onderwijs kunnen inrichten volgens hun eigen opvatting, zowel wat betreft de vorm van dat onderwijs als wat betreft de inhoud ervan. Bijgevolg kunnen niet alle scholen die niet het door de Franse Gemeenschapsregering goedgekeurde programma volgen, worden gekwalificeerd als « valse scholen ». Ten slotte valt het doel dat erin bestaat de scholen uit te sluiten die geen erkende diploma’s uitreiken, samen met het criterium van de subsidiëring, zodat de redenering die dat criterium beoogt te verantwoorden in het licht van die doelstelling, een cirkelredenering is. De eisende partij voor het verwijzende rechtscollege voegt eraan toe dat, in elk geval, het criterium van de subsidiëring onevenredig is. Dat criterium sluit immers de inrichtingen uit die, zonder een winstoogmerk na te 4 streven, hun leerlingen toelaten te voldoen aan de leerplicht, hetgeen de kwaliteit van het door die inrichtingen verstrekte onderwijs aantoont. Het doel dat erin bestaat de inrichtingen uit te sluiten die een dergelijke doelstelling nastreven, wordt...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT