Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2022-12-08

JurisdictionBélgica
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Judgment Date08 décembre 2022
ECLIECLI:BE:GHCC:2022:ARR.163
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.163
Docket Number163/2022
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 163/2022 van 8 december 2022 Rolnummer : 7871 In zake : de vordering tot schorsing van artikel 5 van de wet van 30 juli 2022 « houdende instemming met de volgende internationale akten : 1) de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek India inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Brussel op 16 september 2021, en 2) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 3) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 4) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Islamitische Republiek Iran inzake de overbrenging van veroordeelde personen, gedaan te Brussel op 11 maart 2022, en 5) het Protocol van 22 november 2017 tot wijziging van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Straatsburg op 7 april 2022 », ingesteld door Farzin Hashemi en anderen Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. Pieters, E. Bribosia en W. Verrijdt, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 3 oktober 2022 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 5 oktober 2022, is een vordering tot schorsing ingesteld van artikel 5 van de wet van 30 juli 2022 « houdende instemming met de volgende internationale akten : 1) de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek India inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Brussel op 16 september 2021, en 2) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 3) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 4) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Islamitische Republiek Iran inzake de overbrenging van veroordeelde personen, gedaan te Brussel op 11 maart 2022, en 5) het Protocol van 22 november 2017 tot wijziging van het 2 Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Straatsburg op 7 april 2022 » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 november 2022, tweede editie) door Farzin Hashemi, Maryam Rajavi, Ahmed Ghozali, Sid Alaoddin Jalalifard, Giulio Terzi Di Sant’Agata, Robert G. Torricelli, Javad Dabiran, Tahar Boumedra, Linda Chavez, Ingrid Betancourt en de vereniging naar Frans recht « Le Conseil national de la Résistance iranienne », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. F. Tulkens en Mr. J. Renaux, advocaten bij de balie te Brussel. Bij hetzelfde verzoekschrift vorderen de verzoekende partijen eveneens de vernietiging van dezelfde wetsbepaling. Bij beschikking van 12 oktober 2022 heeft het Hof de terechtzitting voor de debatten over de vordering tot schorsing bepaald op 26 oktober 2022, na de in artikel 76, § 4, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde overheden te hebben uitgenodigd hun eventuele schriftelijke opmerkingen, in de vorm van een memorie, uiterlijk op 21 oktober 2022 in te dienen en een afschrift ervan binnen dezelfde termijn aan de verzoekende partijen over te zenden, alsook aan de griffie van het Hof via mail op het adres « griffie@const- court.be ». Schriftelijke opmerkingen zijn ingediend door : - de vennootschap naar Brits recht « Justice for Iran », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. R. Vanreusel, advocaat bij de balie te Gent (tussenkomende partij); - Olivier Vandecasteele, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. O. Venet, Mr. C. Georgiev en Mr. P. Minsier, advocaten bij de balie te Brussel (tussenkomende partij); - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Renson, advocaat bij de balie te Brussel. Op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2022 : - zijn verschenen : . Mr. F. Tulkens en Mr. J. Renaux, voor de verzoekende partijen; . Mr. A. Spreutels, advocaat bij de balie te Brussel, loco Mr. R. Vanreusel, voor de vennootschap naar Brits recht « Justice for Iran »; . Mr. C. Georgiev en Mr. P. Minsier, voor Olivier Vandecasteele; . Mr. B. Renson, voor de Ministerraad; - hebben de rechters-verslaggevers T. Giet en D. Pieters verslag uitgebracht; - zijn de voornoemde advocaten gehoord; - is de zaak in beraad genomen. 3 De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte -A- Ten aanzien van het belang van de tussenkomende partijen A.1. Olivier Vandecasteele zet uiteen dat hij sinds 24 februari 2022 willekeurig en in slechte omstandigheden is opgesloten in een Iraanse gevangenis. Hij zet uiteen dat hij belang heeft bij het behoud van de diplomatieke relaties tussen België en Iran, niet alleen om het voordeel van de consulaire bescherming te blijven genieten maar ook om een duidelijke verslechtering van zijn opsluitingsomstandigheden te vermijden. Hij merkt op dat hij een verbetering van zijn opsluitingsomstandigheden heeft gekend naarmate de procedure van instemming met het verdrag tussen het Koninkrijk België en de Islamitische Republiek Iran inzake de overbrenging van veroordeelde personen, gedaan te Brussel op 11 maart 2022 (hierna : het verdrag van 11 maart 2022), vooruitging. Hij vreest dus dat een schorsing van artikel 5 van de wet van 30 juli 2022 « houdende instemming met de volgende internationale akten : 1) de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek India inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Brussel op 16 september 2021, en 2) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 3) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Arabische Emiraten inzake uitlevering, gedaan te Abu Dhabi op 9 december 2021, en 4) het Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Islamitische Republiek Iran inzake de overbrenging van veroordeelde personen, gedaan te Brussel op 11 maart 2022, en 5) het Protocol van 22 november 2017 tot wijziging van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, ondertekend te Straatsburg op 7 april 2022 » (hierna : de wet van 30 juli 2022), waarbij instemming met dat verdrag wordt verleend, tot een verslechtering van zijn opsluitingsomstandigheden in Iran leidt. Olivier Vandecasteele wijst ook erop dat hem is toegestaan tussen te komen bij verscheidene andere processen die zijn ingesteld door de verzoekende partijen van de thans voorliggende zaak. Hij voegt eraan toe dat die laatsten in hun verzoekschrift aanvoeren dat zijn situatie de gehele of gedeeltelijke verklaring vormt voor het feit dat de bestreden wetsbepaling werd aangenomen. A.2. De niet-gouvernementele organisatie « Justice for Iran » stelt zich voor als een in Londen gevestigde vereniging die ten doel heeft rekenschap te vragen aan de plegers van ernstige schendingen van de mensenrechten die in Iran of door Iraanse ambtenaren worden begaan. Zij zegt in het bijzonder op te treden om het recht op de waarheid en het recht op rechtvaardigheid te doen naleven van de meest kwetsbare slachtoffers zoals de vrouwen, de etnische, religieuze en seksuele minderheden alsook de politieke dissidenten. Die organisatie onderstreept dat haar leden deelnamen aan een massabijeenkomst die op 30 juni 2018 bij Parijs heeft plaatsgehad en die werd geviseerd door de terroristische aanslag die was voorbereid door Assaddollah Assadi, een Iraanse onderdaan die vervolgens voor dat feit door de correctionele rechtbank te Antwerpen is veroordeeld tot een gevangenisstraf en die naar Iran zou kunnen worden overgebracht met toepassing van het verdrag van 11 maart 2022 waarmee artikel 5 van de wet van 30 juli 2022 instemming verleent. Die organisatie is van mening dat indien die man naar Iran wordt overgebracht, het zeer waarschijnlijk is dat hij nooit nog de rest van zijn gevangenisstraf zal moeten uitzitten. Ten aanzien van het belang van de verzoekende partijen A.3.1. Teneinde hun belang aan te tonen om de schorsing en de vernietiging te vorderen van artikel 5 van de wet van 30 juli 2022, zetten Farzin Hashemi, Maryam Rajavi, Ahmed Ghozali, Sid Alaoddin Jalalifard, Giulio Terzi Di Sant’Agata, Robert G. Torricelli, Javad Dabiran, Tahar Boumedra, Linda Chavez, 4 Ingrid Betancourt en de vereniging naar Frans recht « Le Conseil national de la Résistance iranienne » (hierna : Hashemi en de andere verzoekende partijen) uiteen dat zij erkend zijn als slachtoffers van de poging tot terroristische aanslag die is voorbereid door Assaddollah Assadi. De verzoekende partijen preciseren dat, bij een vonnis van 4 februari 2021, de correctionele rechtbank te Antwerpen die man heeft veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf en tot het vergoeden van de door Hashemi en de andere verzoekende partijen geleden morele schade. A.3.2. Hashemi en de andere verzoekende partijen zetten uiteen dat indien Assaddollah Assadi wordt overgebracht naar Iran met toepassing van het verdrag dat op 11 maart 2022 is gesloten tussen het Koninkrijk België en de Islamitische Republiek Iran over de overbrenging van veroordeelde personen, verdrag waarmee de wetgevende macht instemming heeft gegeven bij artikel 5 van de wet van 30 juli 2022, zij niet langer de rechten zullen kunnen genieten, of het voordeel van de waarborgen zullen kunnen genieten, die de artikelen 10 (§ 2, vierde lid), 17 (§ 2, tweede lid), 20/2, 47 (§ 1, 3° en 4°, en § 2, 3°)...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT