Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2022-11-10

JurisdictionBélgica
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Judgment Date10 novembre 2022
ECLIECLI:BE:GHCC:2022:ARR.142
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.142
Docket Number142/2022
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 142/2022 van 10 november 2022 Rolnummer : 7512 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel XX.58, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank te Luik, afdeling Luik Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, S. de Bethune en W. Verrijdt, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, emeritus rechter J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging Bij vonnis van 3 februari 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 februari 2021, heeft de Ondernemingsrechtbank te Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Is artikel XX.58, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het een identieke behandeling voorbehoudt : - enerzijds, aan de schuldeiser-medecontractant van de onderneming in moeilijkheden, wiens schuldvordering contractueel van aard is en beantwoordt aan prestaties die ten aanzien van die onderneming zijn uitgevoerd tijdens de periode van gerechtelijke reorganisatie, en - anderzijds, aan de Belgische Staat, die houder is van een schuldvordering inzake het debetsaldo van de rekening-courant waarop de aftrek en de belastingen die verschuldigd zijn inzake belasting over de toegevoegde waarde (btw) zijn geregistreerd op naam van de onderneming, terwijl : 2 - indien die twee categorieën van schuldvorderingen ontstaan zijn tijdens de periode van gerechtelijke reorganisatie, de schuldvordering van contractuele oorsprong veronderstelt dat een overeenkomst die loopt op het ogenblik van het openen van de procedure wordt gesloten, behouden of voortgezet en dat, bijgevolg, vrijwillig een risico wordt genomen en er een verband is met het door de wetgever nagestreefde doel van continuïteit van de onderneming, terwijl : . de Belgische Staat geen handels- of contractuele relatie heeft met de onderneming, en . de schuldvordering op grond van het saldo van de BTW-rekening-courant uiteindelijk haar oorsprong vindt in handelingen die door de onderneming zijn uitgevoerd, en niet in prestaties die voor de onderneming zijn verricht, en . de Belgische Staat (de belastingadministratie) louter wegens de toepassing van de wet houder is van de bovenvermelde schuldvordering, zonder enige intentionaliteit vanwege de Belgische Staat; en terwijl : - het begrip ʽ boedelschuld ʼ een uitzondering is op het gemeenrechtelijke beginsel van gelijkheid van alle schuldeisers, en strikt moet worden geïnterpreteerd ? »; « 2. Is artikel XX.58, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het een identieke behandeling voorbehoudt : - enerzijds, aan de schuldeiser-medecontractant (= contractuele schuldeiser) van de onderneming in moeilijkheden, wiens schuldvordering beantwoordt aan prestaties die ten aanzien van die onderneming zijn uitgevoerd tijdens de periode van gerechtelijke reorganisatie, en - anderzijds, aan de Belgische Staat, die houder is van een schuldvordering inzake bedrijfsvoorheffing, terwijl : - indien die twee categorieën van schuldvorderingen ontstaan zijn tijdens de periode van gerechtelijke reorganisatie, de schuldvordering van contractuele oorsprong veronderstelt dat een overeenkomst die loopt op het ogenblik van het openen van de procedure wordt gesloten, behouden of voortgezet en dat, bijgevolg, vrijwillig een risico wordt genomen en er een verband is met het door de wetgever nagestreefde doel van continuïteit van de onderneming, terwijl : . de Belgische Staat geen handels- of contractuele relatie heeft met de onderneming en dus geen prestaties heeft uitgevoerd ten aanzien van de onderneming, en . de Belgische Staat (de belastingadministratie) louter wegens de toepassing van de wet houder is van de bovenvermelde schuldvordering, zonder enige intentionaliteit vanwege de Belgische Staat; en terwijl : 3 - het begrip ʽ boedelschuld ʼ een uitzondering is op het gemeenrechtelijke beginsel van gelijkheid van alle schuldeisers, en strikt moet worden geïnterpreteerd ? ». Memories zijn ingediend door : - Mr. François Minon, handelend in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv « Royal Selys »; - de nv « BNP Paribas Fortis », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. T. Cavenaile, advocaat bij de balie Luik-Hoei; - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Fekenne, advocaat bij de balie Luik-Hoei. Memories van antwoord zijn ingediend door : - Mr. François Minon, handelend in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de nv « Royal Selys », bijgestaan door Mr. Y. Godfroid, advocaat bij de balie Luik-Hoei; - de nv « BNP Paribas Fortis ». Bij beschikking van 13 juli 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers M. Pâques en Y. Kherbache te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 1 augustus 2022 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 1 augustus 2022 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil De nv « Royal Selys » komt in financiële moeilijkheden die haar ertoe brengen te verzoeken om de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht van de onderneming. Op 15 juli 2019 willigt de Ondernemingsrechtbank te Luik, afdeling Luik, dat verzoek in. De gerechtelijke mandatarissen stellen voor de handelszaak en de onroerende goederen van de nv « Royal Selys » over te dragen. Op 26 september 2019 wordt dat voorstel door de Ondernemingsrechtbank te Luik gehomologeerd,. 4 Op 18 november 2019 gaat een notaris, ter uitvoering van dat vonnis, over tot de verkoop van de onroerende goederen en stelt hij een proces-verbaal van rangregeling op. Het bedrag van de verkoop dient meer bepaald om de schuld van de nv « Royal Selys » tegenover de nv « BNP Paribas Fortis », die de grootste particuliere schuldeiser is, af te lossen. Diezelfde dag wordt de nv « Royal Selys » failliet verklaard bij een vonnis van de Ondernemingsrechtbank te Luik. Op 11 december 2019 dient de Belgische Staat, voor de Ondernemingsrechtbank te Luik, een verweerschrift in tegen het door de notaris opgestelde proces-verbaal van rangregeling. De vordering van de Belgische Staat strekt ertoe te doen erkennen dat de schulden inzake belasting over de toegevoegde waarde (hierna : btw) en bedrijfsvoorheffing boedelschulden zijn in de zin van artikel XX.58 van het Wetboek van economisch recht. De Belgische Staat is bijgevolg van mening dat het bedrag van de verkoop had moeten dienen om hem te betalen. De Ondernemingsrechtbank te Luik is van oordeel dat zij moet bepalen of er een rangconflict is tussen de Belgische Staat en de nv « BNP Paribas Fortis ». De Ondernemingsrechtbank te Luik dient bijgevolg na te gaan of de Belgische Staat zich kan beroepen op artikel XX.58 van het Wetboek van economisch recht. Zij merkt op dat, in tegenstelling tot de andere schuldeisers van de boedel, de Belgische Staat over schuldvorderingen inzake...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT