Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2022-11-10

JurisdictionBélgica
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Judgment Date10 novembre 2022
ECLIECLI:BE:GHCC:2022:ARR.143
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.143
Docket Number143/2022
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 143/2022 van 10 november 2022 Rolnummer : 7546 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 37/1 van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer », zoals vervangen bij artikel 10 van de wet van 6 maart 2018 « ter verbetering van de verkeersveiligheid », gesteld door de Politierechtbank Luik, afdeling Luik Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, D. Pieters, E. Bribosia en W. Verrijdt, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging Bij vonnis van 17 maart 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 31 maart 2021, heeft de Politierechtbank Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schendt artikel 37/1 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 maart 2018, dat de rechter in bepaalde omstandigheden toestaat en in andere omstandigheden verplicht om de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder te beperken, voor een periode van één jaar tot drie jaar, of levenslang, tot motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot en om hem de naleving op te leggen van de voorwaarden van het omkaderingsprogramma dat erop betrekking heeft, artikel 23 van de Grondwet in zoverre aan de personen wier persoonlijk voertuig ook noodzakelijk is voor de uitoefening van hun beroep (zelfstandige, handelsvertegenwoordiger, al dan niet zelfstandige makelaars) maar die niet over voldoende financiële middelen beschikken om het hoofd te bieden aan de kosten van het plaatsen van een alcoholslot, de uitoefening van hun beroepsactiviteit de facto wordt ontzegd, in tegenstelling tot bemiddelde personen ? 2 2. Schendt artikel 37/1 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 maart 2018, dat de rechter in bepaalde omstandigheden toestaat en in andere omstandigheden verplicht om de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder te beperken, voor een periode van één jaar tot drie jaar, of levenslang, tot motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot en om hem de naleving op te leggen van de voorwaarden van het omkaderingsprogramma dat erop betrekking heeft, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 42 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, in zoverre de personen die ongeschikt tot sturen worden bevonden en op wie de in artikel 42 van de voormelde wet bedoelde veiligheidsmaatregel van toepassing is, zich in een gunstigere situatie bevinden dan de personen die zich in staat van herhaling bevinden maar wier alcoholverslaving niet is bewezen, zodat de norm van artikel 37/1 onevenredig lijkt ten opzichte van het nagestreefde doel ? 3. Schendt artikel 37/1 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 maart 2018, dat de rechter in bepaalde omstandigheden toestaat en in andere gevallen verplicht om de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder te beperken, voor een periode van één jaar tot drie jaar, of levenslang, tot motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot en om hem de naleving op te leggen van de voorwaarden van het omkaderingsprogramma dat erop betrekking heeft, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 12 van de Grondwet, met artikel 7, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in zoverre aan de rechtzoekende elke personalisering van de straf wordt ontzegd door het voormelde artikel 37/1 aan te merken als een veiligheidsmaatregel ? ». Memories zijn ingediend door : - de procureur des Konings bij de Politierechtbank Luik; - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. E. Jacubowitz en Mr. C. Caillet, advocaten bij de balie te Brussel. Bij beschikking van 13 juli 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers E. Bribosia en D. Pieters te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 1 augustus 2022 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 1 augustus 2022 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. 3 II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil G.L. wordt vervolgd omdat hij op 24 november 2018, op een openbare plaats, een motorvoertuig bestuurde, terwijl zijn ademanalyse de aanwezigheid van een alcoholconcentratie van 0,69 mg/l heeft aangetoond. Uit de speekselanalyse is bovendien de aanwezigheid gebleken van minstens een van de volgende stoffen : THC, amfetamine, MDMA, MDEA, MBDB, morfine, cocaïne of benzoylecgonine. Die feiten werden gepleegd binnen een termijn van drie jaar na een vonnis van 20 januari 2016 van de Politierechtbank Henegouwen, afdeling Charleroi, luidens hetwelk G.L. reeds werd veroordeeld omdat hij op 16 mei 2015 met een alcoholgehalte van 0,90 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht met een motorvoertuig reed. Wegens de herhaling is het openbaar ministerie van oordeel dat de verwijzende rechter, krachtens artikel 37/1, § 1, derde lid, van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer », ertoe is gehouden de geldigheid van het rijbewijs van G.L. te beperken tot de motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot. Alvorens uitspraak te doen, heeft de verwijzende rechter aan het Hof de drie hiervoor weergegeven prejudiciële vragen gesteld. III. In rechte -A- A.1.1. Volgens het openbaar ministerie blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 6 maart 2018 « ter verbetering van de verkeersveiligheid » dat de veroordeling tot het plaatsen van een alcoholslot geen straf is maar een preventiemaatregel. Hetzelfde geldt voor de examens en onderzoeken tot herstel in het recht tot sturen, bedoeld in artikel 38, § 3, van de wet van 16 maart 1968 « betreffende de politie over het wegverkeer » (hierna : de Wegverkeerswet), en voor het verval van het recht tot sturen om geestelijke of lichamelijke redenen, bedoeld in artikel 42 van dezelfde wet, die twee maatregelen zijn waarover het Hof van Cassatie...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT