Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2022-11-10

JurisdictionBélgica
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Judgment Date10 novembre 2022
ECLIECLI:BE:GHCC:2022:ARR.146
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.146
Docket Number146/2022
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 146/2022 van 10 november 2022 Rolnummer : 7706 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 2 van 18 maart 2020 « betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 », bekrachtigd bij artikel 2 van het decreet van 3 december 2020 « houdende bekrachtiging van de besluiten van de Waalse Regering van bijzondere machten in het kader van het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 », gesteld door de Raad van State Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, D. Pieters en E. Bribosia, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij arrest nr. 252.335 van 7 december 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 17 december 2021, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 2 van 18 maart 2020 ‘ betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 ’, bekrachtigd bij artikel 2 van het decreet van 3 december 2020 ‘ houdende bekrachtiging van de besluiten van de Waalse Regering van bijzondere machten in het kader van het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 ’, de bevoegdheidverdelende regels in zoverre het, met toepassing van de impliciete bevoegdheden die zijn toegekend bij artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot 2 hervorming der instellingen, artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, aanvult met een paragraaf 4 teneinde een regeling in te stellen, voor bepaalde akten, tot opschorting van de termijnen die van toepassing zijn op het vernietigingscontentieux voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de aangelegenheid onder de bevoegdheid van de federale overheid valt, overeenkomstig artikel 160 van de Grondwet ? ». Memories zijn ingediend door : - de gemeente Morlanwelz, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. N. Delhaise, advocaat bij de balie te Brussel; - Bernard Wayembercg en Bernadette Wayembercg, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J. Bouillard, advocaat bij de balie te Namen; - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. E. Jacubowitz en Mr. C. Caillet, advocaten bij de balie te Brussel; - de Waalse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Uyttendaele, Mr. P. Minsier en Mr. E. Despy, advocaten bij de balie te Brussel. Memories van antwoord zijn ingediend door : - Bernard Wayembercg en Bernadette Wayembercg; - de Ministerraad. Bij beschikking van 13 juli 2022 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers E. Bribosia en D. Pieters te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 1 augustus 2022 en de zaak in beraad zal worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 1 augustus 2022 in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil Op 3 februari 2020 wordt de gemeente Morlanwelz in kennis gesteld van een besluit van de minister van Ruimtelijke Ordening van 21 januari 2020 tot toekenning van een stedenbouwkundige vergunning aan Wayenbercg c.s. voor de inrichting van drie percelen die voor bewoning zijn bestemd. Bij verzoekschrift van 4 mei 2020 stelt de gemeente Morlanwelz bij de Raad van State een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in tegen de voormelde stedenbouwkundige vergunning. 3 De gemeente Morlanwelz is van mening dat de beroepstermijn van 60 dagen, bepaald in artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 « tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State », is opgeschort bij het bijzonderemachtenbesluit nr. 2 van de Waalse Regering van 18 maart 2020 « betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 » (hierna : het bekrachtigde besluit). Bij zijn arrest nr. 249.019 van 24 november 2020 laat de Raad van State dat besluit buiten toepassing, om reden dat de Waalse Regering niet kon steunen op de impliciete bevoegdheden om de beroepstermijn voor de Raad van State op te schorten. De Raad van State oordeelt bijgevolg dat de vordering tot schorsing niet tijdig is ingesteld. Tijdens het onderzoek van het beroep tot nietigverklaring stelt de Raad van State vast dat het voormelde besluit is bekrachtigd bij artikel 2 van het decreet van het Waalse Gewest van 3 december 2020 « houdende bekrachtiging van de besluiten van de Waalse Regering van bijzondere machten in het kader van het beheer van de gezondheidscrisis COVID-19 » (hierna : het decreet van 3 december 2020). Op verzoek van Wayenbercg c.s., tussenkomende partijen voor de Raad van State, stelt die laatste bijgevolg de hiervoor weergegeven prejudiciële vraag. III. In rechte -A- Ten aanzien van de prejudiciële vraag A.1. De tussenkomende partijen voor het verwijzende rechtscollege beroepen zich op de redenering betreffende de impliciete bevoegdheden die de Raad van State heeft gevolgd in zijn voormelde arrest nr. 249.019 van 24 november 2020. Zij benadrukken dat de Raad van State heeft geoordeeld dat « de opschorting van de beroepstermijnen voor de Raad van State en de verlenging daarvan, zoals beslist door de Waalse Regering, niet noodzakelijk blijken voor de uitoefening van de bevoegdheden [van het Waalse Gewest], inzonderheid voor de organisatie van de dwingende termijnen die van toepassing zijn op de administratieve rechtsplegingen die door het Gewest zijn ingericht. De door de Waalse Regering gewilde samenhang tussen het lot van de jurisdictionele beroepen en het lot waarin het voorziet voor de administratieve beroepen waarvoor het bevoegd is, is weliswaar begrijpelijk. Een dergelijke wens verantwoordt daarom nog niet de noodzaak van de inbreuk die aldus wordt gemaakt op de federale bevoegdheid inzake de organisatie van de rechtspleging voor de Raad van State krachtens artikel 160 van de Grondwet » (eigen vertaling). A.2. De Ministerraad voert aan dat niet is voldaan aan de voorwaarden om een beroep te doen op de impliciete bevoegdheden, zodat een dergelijke inbreuk op de federale bevoegdheid niet is toegestaan. De in het geding zijnde maatregel is niet noodzakelijk, aangezien (1) het beroep bij de Raad van State pas plaatsheeft nadat het Gewest zijn bevoegdheid heeft uitgeoefend en uitgeput, zodat een opschorting van de beroepstermijnen voor de Raad van State niet kan worden opgevat als het accessorium van de bevoegdheid van het Gewest, (2) de federale wetgever zijn bevoegdheid heeft uitgeoefend door het koninklijk bijzonderemachtenbesluit nr. 12 aan te nemen, en (3) er wordt verwezen naar het arrest van de Raad van State nr. 249.019. Vervolgens heeft de in het geding zijnde opschorting, ook al is zij in de tijd beperkt, geen marginale gevolgen, daar (1) zij betrekking heeft op alle termijnen die van toepassing zijn op het annulatiecontentieux ten aanzien van handelingen die zijn gesteld door gewestelijke overheden of krachtens de Waalse reglementering, en zulks leidt tot een discordantie met de op federaal niveau aangenomen regeling, en (2) die betrekking heeft op de beroepstermijnen, met andere woorden op fundamentele beginselen van de procedure voor de Raad van State waarvan niet kan worden afgeweken via de impliciete bevoegdheden. 4 Ten slotte leent de aangelegenheid zich niet tot een gedifferentieerde regeling, daar de termijnen die van toepassing zijn op de procedure voor de Raad van State identiek moeten zijn op het nationale rechtsgebied, en verschillen te dezen een grote rechtsonzekerheid kunnen teweegbrengen. Bovendien is het koninklijk bijzonderemachtenbesluit nr. 12 van 21 april 2020 « met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken » (hierna : het koninklijk bijzonderemachtenbesluit nr. 12) door de federale overheid aangenomen teneinde de termijnen te verlengen die van toepassing zijn op het instellen en behandelen van de rechtsplegingen voor de Raad van State. A.3.1. De verzoekende partij voor het verwijzende rechtscollege voert aan dat de beroepstermijn voor de Raad van State op geldige wijze werd opgeschort bij het bekrachtigde besluit. Zij erkent dat het koninklijk bijzonderemachtenbesluit nr. 12 de beroepstermijnen voor de Raad van State heeft...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT