Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'arbitrage), 2021-06-17

CourtCour constitutionnelle (Cour d'arbitrage)
Judgment Date17 juin 2021
ECLIECLI:BE:GHCC:2021:ARR.20210617.7
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.20210617.7
Docket Number95/2021
Rolnummer : 7510
Arrest nr. 95/2021
van 17 juni 2021
A R R E S T
__________
In zake : de vordering tot schorsing van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke
Gewest van 29 oktober 2020 « tot wijziging van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende
omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de
administratieve samenwerking op het gebied van belastingen en tot intrekking van
richtlijn 77/799/EEG en tot wijziging van de Brusselse Codex Fiscale Procedure », ingesteld
door de « Ordre des barreaux francophones et germanophone ».
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de rechters
T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache
en T. Detienne, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter F. Daoût,
wijst na beraad het volgende arrest :
*
* *
2
I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 3 februari 2021 ter post
aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 5 februari 2021, is een vordering tot
schorsing ingesteld van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van
29 oktober 2020 « tot wijziging van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van
richtlijn2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve
samenwerking op het gebied van belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG en tot
wijziging van de Brusselse Codex Fiscale Procedure » (bekendgemaakt in het Belgisch
Staatsblad van 6 november 2020, tweede editie) door de « Ordre des barreaux francophones et
germanophone », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. S. Scarnà, advocaat bij de balie te
Brussel.
Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van
dezelfde ordonnantie.
Bij beschikking van 11 maart 2021 heeft het Hof de terechtzitting voor de debatten over
de vordering tot schorsing bepaald op 31 maart 2021, na de in artikel 76, § 4, van de
bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde overheden te hebben
uitgenodigd hun eventuele schriftelijke opmerkingen, in de vorm van een memorie, uiterlijk
op 25 maart 2021 in te dienen en een afschrift ervan binnen dezelfde termijn aan de
verzoekende partij over te zenden.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door
Mr. C. Molitor, Mr. V. Feyens, Mr. O. Vanleemputten en Mr. M. de Mûelenaere, advocaten
bij de balie te Brussel, heeft schriftelijke opmerkingen ingediend.
Op de openbare terechtzitting van 31 maart 2021 :
- zijn verschenen :
. Mr. S. Scarnà, voor de verzoekende partij;
. Mr. C. Molitor en Mr. M. de Mûelenaere, voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
- hebben de rechters-verslaggevers T. Detienne en R. Leysen verslag uitgebracht;
- zijn de voornoemde advocaten gehoord;
- is de zaak in beraad genomen.
De bepalingen van de voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de
rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT