Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2025-09-18
| Jurisdiction | Bélgica |
| Judgment Date | 18 septembre 2025 |
| ECLI | ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.119 |
| Court | Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage),Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) |
| Link to Original Source | https://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.119 |
Grondwettelijk Hof
Arrest nr. 119/2025
van 18 september 2025
Rolnummer : 8317
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 10, 18 en 20 van de wet van 25 december 2023 « tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit », ingesteld door de vzw « Ligue des droits humains ».
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters Pierre Nihoul en Luc Lavrysen, en de rechters Thierry Giet, Joséphine Moerman, Michel Pâques, Yasmine Kherbache, Danny Pieters, Sabine de Bethune, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt, Kattrin Jadin en Magali Plovie, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Pierre Nihoul,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 augustus 2024 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 september 2024, heeft de vzw « Ligue des droits humains », bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Ronald Fonteyn, advocaat bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 10, 18 en 20 van de wet van 25 december 2023 « tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 maart 2024).
De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Evrard de Lophem, mr. Sébastien Depré en mr. Megi Bakiasi, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Sébastien Depré, mr. Megi Bakiasi, mr. Germain Haumont en mr. Rebecca Mirzabekiantz, advocaten bij de balie te Brussel, heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.
Bij beschikking van 21 mei 2025 heeft het Hof, na de rechters-verslaggeefsters Emmanuelle Bribosia en Joséphine Moerman te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven
2
dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen.
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
-A-
Ten aanzien van het belang
A.1. De verzoekende partij steunt haar belang op haar statutaire doel. Zij doet gelden dat het Hof haar belang om in rechte te treden meermaals heeft erkend. Zij voert aan betrokken te zijn geweest bij de parlementaire voorbereiding van de wet van 25 december 2023 « tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit » (hierna : de wet van 25 december 2023), die wordt bestreden.
A.2. Volgens de Ministerraad doet de verzoekende partij niet blijken van een rechtstreeks belang bij het beroep wat betreft de tweede grief die werd geformuleerd in het kader van het tweede middel, volgens welke artikel 26 van de wet van 3 december 2017 « tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit » (hierna : de wet van 3 december 2017), zoals het werd gewijzigd bij artikel 20 van de wet van 25 december 2023, de werking van de Gegevensbeschermingsautoriteit verstoort, werking die reeds is aangetast door het ontbreken van de nodige middelen en door de toename van haar wettelijke taken. De Ministerraad is van oordeel dat het statutaire doel van de verzoekende partij niet rechtstreeks verband houdt met een bepaling die afbreuk kan doen aan de interne werking van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
A.3. De verzoekende partij antwoordt dat zij en elk van haar leden belang hebben bij de best mogelijke bescherming van natuurlijke personen op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens. Die bescherming wordt met name gewaarborgd door de invoering en de goede werking van de toezichthoudende autoriteiten, en in het bijzonder van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Elke aantasting van die werking kan leiden tot een achteruitgang in de bescherming van de rechten waarvan die Autoriteit de verdediging waarborgt.
Ten aanzien van de middelen
Wat betreft het eerste middel
A.4. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door artikel 11 van de wet van 3 december 2017, zoals het werd vervangen bij artikel 10 van de wet van 25 december 2023, van de artikelen 10, 11, 12, tweede lid, 14, 22 en 30 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 33, 34, 37, 108 en 160 ervan, met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met de artikelen 7, 8, 20, 21, 41 en 51, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna : het Handvest), met artikel 288, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna : het VWEU), met de artikelen 51, 52, 53, 54, 55, 57 en 58 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
« betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) » (hierna : de AVG) en met de beginselen van voorrang en effectiviteit van het Unierecht.
Het middel bestaat uit negen grieven.
3
A.5.1. Met haar eerste en tweede grief voert de verzoekende partij aan dat de bij artikel 11, § 1, 1° en 4°, van de wet van 3 december 2017 aan de Gegevensbeschermingsautoriteit verleende machtiging om zelf, minstens gedeeltelijk, haar eigen samenstelling en de modaliteiten voor het opstellen van de reserve van deskundigen te bepalen alsook, de profielen van deskundigen die er deel van moeten uitmaken, de categorieën van opdrachten waarvoor zij punctueel kunnen worden aangesteld, de modaliteiten van samenwerking met die deskundigen en hun vergoeding, de artikelen 53 en 54, lid 1, van de AVG schendt. Uit die twee bepalingen blijkt dat de voormelde elementen bij wet moeten worden geregeld, aangezien de deskundigen moeten worden beschouwd als leden van de toezichthoudende autoriteit, of minstens als personeelsleden ervan. Aan de Gegevensbeschermingsautoriteit mag overigens niet de bevoegdheid worden toegekend om haar eigen leden te benoemen. De verzoekende partij is van mening dat de schending van die bepalingen met zich meebrengt dat ook artikel 288, tweede alinea, van het VWEU, de artikelen 22 en 34 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de artikelen 7, 8 en 51, lid 1, van het Handvest worden geschonden.
A.5.2. Met haar derde en vierde grief doet de verzoekende partij gelden dat de bepaling die de Gegevensbeschermingsautoriteit ertoe machtigt de aanvullende regels te bepalen met betrekking tot de ontvankelijkheid van een klacht, van een melding of van een verzoek, een bemiddelingsprocedure, de seponering en de opportuniteitsoverwegingen, de positie van de klager in de procedure, de verweermiddelen, de hoorzitting, de vertegenwoordiging van de partijen, de termijnen van de procedure, de regels inzake het taalgebruik en de naleving van de door de Gegevensbeschermingsautoriteit opgelegde maatregelen, de artikelen 57 en 58 van de AVG schendt, aangezien die bepalingen geen regelgevende bevoegdheid toekennen aan de toezichthoudende autoriteiten. De bestreden bepaling schendt derhalve artikel 288, tweede alinea, van het VWEU, de artikelen 22
en 34 van de Grondwet, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de artikelen 7, 8 en 51, lid 1, van het Handvest.
A.5.3. De verzoekende partij voert eveneens aan dat de voormelde machtiging, op discriminerende wijze, de betrokken bestuurden en rechtzoekenden de waarborg ontzegt van het optreden van een democratisch verkozen beraadslagende vergadering of, op zijn minst, van het optreden van administratieve overheden die politieke verantwoording verschuldigd zijn aan een dergelijke vergadering (zevende grief), en dat zij afbreuk doet aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht en aan de artikelen 33, 37 en 108 van de Grondwet (achtste grief).
A.5.4. In een vijfde grief, die enkel betrekking heeft op een gedeelte van de in artikel 11, § 1, 3°, van de wet van 3 december 2017 vervatte machtiging, beweert de verzoekende partij dat de aan de Gegevensbeschermingsautoriteit toegekende bevoegdheid om aanvullende regels te bepalen met betrekking tot « de ontvankelijkheid van een klacht », « een melding », « het zonder gevolg klasseren en de opportuniteitsoverwegingen », « de verweermiddelen, de hoorzitting, de vertegenwoordiging van de partijen, de termijnen in de procedure », het in de artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet vervatte wettigheidsbeginsel in strafzaken schendt.
A.5.5. Met een zesde grief voert de verzoekende partij aan dat de aan de Gegevensbeschermingsautoriteit verleende machtiging om aanvullende regels te bepalen inzake het taalgebruik, artikel 30 van de Grondwet en het daaruit afgeleide wettigheidsbeginsel schendt.
A.5.6. Met een negende grief doet de verzoekende partij gelden dat de bestreden bepaling, zonder dat een objectieve, redelijke en evenredige grond voorhanden is, de in het reglement van interne orde van de Gegevensbeschermingsautoriteit beoogde burgers de waarborg ontzegt van het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, zoals vastgelegd in artikel 160, tweede lid, van de Grondwet.
A.6.1. Wat de eerste twee grieven betreft, oordeelt de Ministerraad dat de verzoekende partij niet uitlegt in welk opzicht de bestreden bepaling een verschil in behandeling met zich zou meebrengen dat discriminerend zou zijn, zodat het middel niet ontvankelijk is in zoverre het is afgeleid uit...
Pour continuer la lecture
Commencez GratuitementDébloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées